Doorgaan naar hoofdcontent

All Right in Algiers


Ik ben nooit in Algiers geweest. Ik heb er ook geen beelden van in mijn hoofd: ik ken geen boek dat zich in Algiers afspeelt (geloof ik), ik ken geen mensen die er zijn geweest, het zou kunnen dat ik er wel eens een foto van heb gezien in de krant (tijdens de burgeroorlog bijvoorbeeld) maar die ben ik dan vergeten, en ik kan me geen tv- of filmbeelden van de stad herinneren. Algiers is de hoofdstad van Algerije en is een mooi woord, dat is alles wat ik er van weet.

Dat was de reden dat ik deze kaart uit een bak vol ansichten uit de hele wereld op het Waterlooplein haalde:


(klik om te vergroten)

Een kaart uit het begin van de twintigste eeuw zo te zien (er stond niks achterop), dus ik had geen idee wat er van over was, maar ik kreeg meteen zin om er heen te gaan. Wat een groots opgezette haven. Schepen en scheepjes aan een brede kade, daarachter een muur van hoge bogen, daarbovenop een boulevard en monumentale gebouwen, steunend op een tweede bogenrij, daar weer achter heuvels, huizenmassa, bergen. Deze haven moet een baai met steile rotsen zijn geweest, anders was er niet zo loodrecht de hoogte in gebouwd. Op een ontzettend koloniale manier, natuurlijk. Dit is een Franse havenstad, maar dan aan de andere kant van de Middellandse Zee. Niks Noord-Afrikaans of islamitisch te zien. Wat zou hiervoor zijn gesloopt, hoeveel Algerijnen hebben hiervoor moeten wijken? Maar wel indrukwekkend, machtig, vol grandeur, toch ook elegant, visueel in evenwicht. Eind negentiende-eeuwse stadsontwikkeling op zijn best - vanaf deze grote afstand tenminste. De Haussmann van Algerije is hier aan het werk geweest.

Even later vond ik in dezelfde doos een tweede kaart:


(klik om te vergroten)

Deze is van dezelfde haven, maar we komen dichterbij. De helling is helemaal links op de eerste kaart te zien, de fotograaf (dit lijken me ingekleurde foto's) moet op die uitstekende punt in het midden hebben gestaan. In het grootse decor verschijnen hier en daar details: menselijke figuren op straat (de boulevard Carnot lijkt vol verkeer), voertuigen (auto's of paard en wagens? Niet te zien), luifels, vlaggen, de stenen van de bogen (wat zou zich daar onder bevinden, winkels, pakhuizen?) en decoraties op de gebouwen. Komt deze kaart uit dezelfde serie als de eerste? Ik denk het niet: de eerste had nummer 21, deze 9106 - dat ligt niet echt dicht bij elkaar. En op de tweede staat Alger in hoofdletters, anders dan op de eerste. Maar ze komen wel allebei uit een serie, ze hebben allebei een scheurrandje links. Blijkbaar konden bezoekers van de stad kiezen uit een ruim aanbod van ansichten om naar huis te sturen.

Zoals Eerste Luitenant Th. de Loo. Zijn naam staat op de achterkant:



'All Right', fijne tekst voor een kaart uit zo'n ver land. Wat zou de geadresseerde, blijkbaar een slager in Swalmen (L) daar van gevonden hebben? En wat deed Eerste Luitenant Th. de Loo in Algiers in 1939? Werkte hij op de ambassade? Was hij op een geheime militaire missie? Wat was zijn relatie met de slager in Swalmen? Swalmen ken ik, daar ben ik ooit geweest. In de zesde klas lagere school hadden wij er ons 'schoolkamp'. Ik herinner me flarden: in de toerbus er naartoe, een groot gebouw in een bos, daarnaast een voetbalveld, voor het ontbijt een balletje trappen met mijn beste vriend, een lange speurtocht, iets met een Amerikaanse struikenplaag, spannende verhalen rond het kampvuur. Maar ik zou niet weten of we echt in het dorp zijn geweest.

Ik zocht verder in de kaartenbak, en jawel, toen vond ik deze:


(klik om te vergroten)

Dezelfde helling, nog wat dichterbij, en van de andere kant. Lichte bedrijvigheid. De monumentale uniformiteit raakt nu verstoord door pakken vracht aan de waterkant, bijna leesbare reclame op een van de gebouwen links, trappetjes, vlaggenstokken, hekken, stoepen, schuine daken, loodsen. En voor het eerst zie ik Arabische elementen: een man in djellaba, gesluierde vrouwen (denk ik, die daar links omhoog lopen in witte gewaden), een witte moskee.

Die moskee vond ik daarna, in close-up:


(klik om te vergroten)

Nu staan we eindelijk op straat. De moskee Djemaa-Djedid, uitkijkend op de haven, geflankeerd door een standbeeld van de graaf van Orleans te paard. Met een jochie dat brutaal de camera in kijkt. Eindelijk een beetje herkenbaar mens, een Algerijn, een inwoner van Algiers, iemand kijkt naar iemand. De jongen zit op een doos - een schoenpoetser? Hij zal wel nooit een schoolreisje hebben meegemaakt.

P.s. Op internet vond ik dat die moskee, gebouwd in 1660, er nog steeds staat, op een plein vol toeristenbussen. Die graaf te paard is aan het zwerven geslagen. Hij is Ferdinand-Philippe, Duc d'Orleans, geboren in 1810 als oudste zoon van de koning en dus kroonprins van Frankrijk. Hij schijnt een briljante militair te zijn geweest, en een van de veroveraars van de binnenlanden van Algerije in de jaren dertig van de negentiende eeuw. In 1842 stierf hij voortijdig in Neuilly sur Seine, een dorp aan de rand van Parijs, toen daar de paarden van zijn koets op hol sloegen, hij van het rijtuig probeerde te springen, struikelde, en met zijn hoofd tegen de straat klapte. De trotse inwoners van Algiers (aldus een emotionele blog op http://remylaven.free.fr/histoire_de_statue.html, en Wikipedia) richtten in 1845 het ruiterstandbeeld op. Tijdens de commune van 1848, die ook Algiers aandeed, werd het door inwoners beschermd tegen de antimonarchistische opstandelingen. Meer dan een eeuw stond het daar. Pas na het uitroepen van de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 werd het uit elkaar gehaald en in Frankrijk in een depot opgeborgen. Dat kwam jaren later de burgemeester van een welvarende Parijse voorstad ter ore en sinds 1981 staat de graaf op de plek waar hij stierf, een pleintje in Neuilly sur Seine.
Ook leuk om te weten: twee jaar later werd de 28-jarige Nicolas Sarkozy, zoon van een Hongaarse immigrant, burgemeester van Neuilly.

Reacties

Anoniem zei…
Na het lezen van de revolutieverzamelaar ben ik op je blog terecht gekomen. Ik vind het erg leuk om je gedachten en mijmeringen te lezen die bij je opkomen bij oude ansichten en foto's.

Populaire posts van deze blog

Blote voeten in het buitenbad

Raadseltje: waar is dit de ingang van: (klik om te vergroten) Bruine dakranden, bruine raamkozijnen, donkere ramen, beige baksteen, een perkje met vage struiken voor de deur: typisch die anonieme laagbouw uit de jaren zeventig. Vorm zonder functie, en dus multifunctioneel. Ik kan me uit mijn jeugd een kerk herinneren die er zo ongeveer uitzag, een apotheek, meerdere scholen, een bejaardentehuis en een bibliotheek (in witte uitvoering). Geeft het gebouw op de kaart toegang tot een conferentieoord, een begraafplaats, een bedrijventerrein? Als je de letters op de gevel hebt ontraadseld, weet je het: Aldert van der Zwaardbad - een zwembad. Het staat in Hoofddorp en het bestaat nog steeds. Misschien dat de vlag het al weggaf. Om de een of andere reden staan bij zwembaden altijd vlaggen. Voor het strandgevoel? Bij een begraafplaats zie je ze minder. Het buitenbad waar ik in de zomers van mijn jeugd naartoe fietste heette Malkenschoten. Het was wel een halfuur rijden, ik herinner m

Een kaartje naar toen

 Hoi,  Hier vind je blogs die ik schreef tussen ongeveer 2005 en 2013, over briefkaarten en foto’s die ik her en der aantrof. Ze wakkerden allerlei gedachtespinsels aan en die schreef ik graag op. De kaarten en foto’s heb ik nog steeds, en nog veel meer, in doosjes waar ik nog steeds graag doorheen ga in een verloren uurtje… niet zo vaak meer als toen. De meest recente zijn wat recensies die ik destijds schreef, en dan deed ik er een plaatje uit mijn collectie bij. Veel plezier! Henk

Blauwe lippen

Kun je verliefd worden op vrouw op een foto van meer dan honderd jaar oud? De verzamelaar had nog nooit over die vraag nagedacht. Maar als je het hem had gevraagd, had hij geantwoord: natuurlijk niet. Je kunt haar verschrikkelijk mooi vinden, misschien zelfs wensen dat ze nog had geleefd, maar verliefd worden? Nee. Tot hij die ene fotokaart uit een doosje op de rommelmarkt haalde. Hij wist het meteen: dit was de vrouw met wie hij zijn leven wilde delen. Onwrikbaar nestelde dat besef zich in zijn binnenste. Waarom? Hij wist het niet, en het maakte hem niks uit. Ze keek hem niet eens aan. Was ze een danseres geweest? Een toneelspeelster? Waar keek ze naar? Waar kwam ze vandaan? Wie was ze? Hij moest het weten. Hij keek achterop de kaart. Een bericht, door haar geschreven letters. Hitte steeg naar zijn hoofd. In het Frans, aan een dr. Simon, Rue des Martyrs 12, Paris. Gestempeld: 3 augustus 1911. ‘Mon cher Antoine’, dat kon hij nog ontcijferen. Hij sprak een beetje Frans, thuis