Doorgaan naar hoofdcontent

De eenzame dubbeldekker



(klik om te vergroten)

Een dubbeldekker betekent: grote stad. Hier geldt dat in het kwadraat: zes dubbeldekkers, gevels vol reclame, felle kleuren, mensen op straat, drukke wegen. Dit is de stad binnen de stad, het middelpunt, waar iedereen naartoe gaat en vandaan komt: Picadilly Circus, Londen. En dan ook nog in de welvarende jaren zestig. Kijk maar naar de bioscoopgevel rechts: de film 'Tom Jones' met onder anderen Albert Finney. Uit 1963, meldt de imdb-filmsite. Naar de gelijknamige, grappige roman van Henry Fielding uit 1749. 'Tom Jones, the adopted son of a British country squire, is a love-'em-and-leave-'em lady charmer who goes blithely from bed to bed, while managing to get into enough other mischief to come within moments of being hanged.' Duidelijk een stadsjongen.

Je kunt zelfs zien hoe laat het is. Twee klokken wijzen op halftwaalf. Net voor de lunch. Is het daarom eigenlijk best rustig op straat? Bijna geen mensen op het plein, maar een paar wachtende figuurtjes bij de oversteekplaats rechts. En hoeveel auto's rijden eigenlijk rond het plein? Ook niet zoveel. Als je goed kijkt, zie je dat de drukte uiteindelijk vooral wordt gesuggereerd, door de kleuren, de reclame, en door de dubbeldekkers.
Die drie op de voorgrond staan dicht tegen elkaar, ze lijken ongeduldig in de rij te wachten tot het stoplicht op groen springt. De drie achteraan snellen haastig vooruit, ze zijn zelfs een beetje vaag. Hollen en stilstaan in beeld: zo maak je een stad.

Maar een dubbeldekker is ook wel eens alleen. Met deze, op het busstation van de stad Preston, had ik bijna medelijden.



Die troosteloze megaparkeergarage-met-bushaltes, die iele boompjes, dat ene mensje op die vlakte, die bleke blauwe bussen, en dan dat gele autootje - ik hoef er niet heen. Ook deze kaart is uit de jaren zestig, maar laat iets van de achterkant zien: flats, betonnen opbergkolossen voor auto's, onpersoonlijke architectuur, de geur van nieuwe buitenwijken, goedkope materialen, massaliteit, anonimiteit.

Als ik een dubbeldekker was geweest, was ik er vandoor gegaan.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Blote voeten in het buitenbad

Raadseltje: waar is dit de ingang van:


(klik om te vergroten)

Bruine dakranden, bruine raamkozijnen, donkere ramen, beige baksteen, een perkje met vage struiken voor de deur: typisch die anonieme laagbouw uit de jaren zeventig. Vorm zonder functie, en dus multifunctioneel. Ik kan me uit mijn jeugd een kerk herinneren die er zo ongeveer uitzag, een apotheek, meerdere scholen, een bejaardentehuis en een bibliotheek (in witte uitvoering). Geeft het gebouw op de kaart toegang tot een conferentieoord, een begraafplaats, een bedrijventerrein? Als je de letters op de gevel hebt ontraadseld, weet je het: Aldert van der Zwaardbad - een zwembad. Het staat in Hoofddorp en het bestaat nog steeds.

Misschien dat de vlag het al weggaf. Om de een of andere reden staan bij zwembaden altijd vlaggen. Voor het strandgevoel? Bij een begraafplaats zie je ze minder.

Het buitenbad waar ik in de zomers van mijn jeugd naartoe fietste heette Malkenschoten. Het was wel een halfuur rijden, ik herinner me veel link…

Mijn winkelcentrum

Eind jaren zeventig moest onze nieuwbouwwijk een nieuw winkelcentrum. We hadden er al twee, maar die waren klein en stonden beide in de noordwestelijke hoek van de wijk, best ver weg voor veel bewoners. Het nieuwe moest groot worden en in het midden staan - waar het uiteindelijk ook kwam, min of meer in het midden van de min of meer cirkelvormige rondweg, die min of meer in het midden van de wijk was aangelegd.

Hoe moest het winkelcentrum eruit zien? Die vraag heeft waarschijnlijk veel hoofdbrekens gekost. Voorbeelden te over. Het kon een soort Rotterdamse Lijnbaan worden, zo ongeveer de eerste moderne winkelstraat voor voetgangers in Nederland, aangelegd met dank aan de Duitsers die het sloopwerk van het oude centrum voor hun rekening hadden genomen.


(klik om te vergroten)
Nee, gelukkig kwam het zo ver niet in Apeldoorn, behalve dat daar uiteindelijk ook een wandelgebied zou komen. Zo'n eentonige rij betonnen dozen met glazen pui, toen heel modern natuurlijk (en nu rijksmonument),…

Caffe Hausbrandt

Een koffiepot die lachend zijn eigen koffie drinkt is het logo van caffè Hausbrandt. Dit servetje heb ik meenomen uit cafe Central in Triëst, het café waarover de Italiaan Claudio Magris schrijft in zijn boek Microcosmi en waar een geschilderd portret van de schrijver hangt. Het merk stamt uit Triëst en is opgericht in het jaar 1892. Ik ken het niet, maar ik zag het op mijn reis in de regio achtereenvolgens in Triëst (Italie), Rijeka (Kroatië) en Ljubljana (Slovenië). Alle drie steden behoorden voor 1918 tot het Oostenrijk-Hongaarse rijk. Is dit merk teken van een opleving van het Midden-Europese gevoel en Midden-Europese welvaart, over de nieuwe grenzen heen, of een kapitalistische truc? (Zes weken later zag ik in Moskou een luifel van caffè Hausbrandt; zelfs de voormalige bezetter wordt veroverd!).
Kijk trouwens eens op de Nederlandse stations. De reclameposters voor eten en drinken in de kiosks lijken opvallend veel op het lachende koffiepotje.