Gevonden voorwerpen

Monday, October 20, 2008

Naar de kerk

Elke zondagochtend om tien uur gingen we in de jaren zeventig naar de gloednieuwe kerk in onze nieuwbouwwijk. Die kerk was anders dan alle andere kerken in Apeldoorn.
In het oude centrum had je de Kerk der Kerken, de zogeheten Grote Kerk. Een neoklassiek ding uit eind negentiende eeuw, waar koningin Wilhelmina jarenlang ter kerke was gegaan. Ze had immers om de hoek gewoond, in Paleis het Loo. We gingen op kerstavond wel eens naar de Grote Kerk. Ik herinner me drommen mensen op het knisperende grint voor de ingang, in het gele licht van de lantarens. We moesten een keer tegen de muur staan, zo vol was het. Af en toe zat Beatrix met gevolg in de koninklijke loge - het was (en is misschien nog wel) haar favoriete plek om kerstavond te vieren, fluisterden de mensen reikhalzend naar elkaar.



(klik om te vergroten)

In onze nieuwbouwwijk stond ook geen lomp modernistisch geval met rare hoeken, zoals ze in de wijken uit de jaren vijftig en zestig werden gebouwd. Zoals deze in Zevenaar:


(klik om te vergroten)

Of dit gestileerde glas-en-beton monster in Voorburg:


(klik om te vergroten)

Of tenslotte dit, nou ja, ding in Loosduinen:

(Klik om te vergroten)

Ik schijn in zo'n met de blokkendoos ontworpen kerk gedoopt te zijn - hij is al jaren geleden gesloopt.

Nee, wij gingen naar een nieuwe nieuwbouwkerk: een onopvallend laag gebouw van zachtbruin baksteen. Het was vrijwel onherkenbaar als godshuis, het had geeneens een klokkentoren, het had net zo goed een zalencentrum kunnen zijn. Sorry dat ik er ook nog ben, leek het te zeggen, let niet op mij. Enkele jaren na de kerk verscheen er op hetzelfde terrein in het midden van de wijk een bibliotheek: de twee waren nauwelijks uit elkaar te houden. Ze stonden naast het nieuwe winkelcentrum, dat ook al in dezelfde stijl was gebouwd. (Het winkelcentrum gaat een dezer dagen uitgebreid worden, en in de plannen op internet lees ik dat de kerk een stukje moet opschuiven: aan de ene kant wordt een plakje afgesneden, aan de andere kant wordt dat er weer aangebouwd. Zo past de nieuwbouwwijk zich flexibel aan aan de nieuwe tijd.)

Het was de enige kerk in de wijk. Nog een verschil met wijken uit de voorgaande decennia, waar minstens drie kerken stonden: een katholieke, een gereformeerde en een hervormde. Nu, in een tijd van secularisering, heette onze kerk 'S.O.W.', Samen Op Weg. Dat wilde zeggen: de hervormden en gereformeerden deelden de dienst. Onze kerk was zelfs nog specialer: ook de katholieken gingen er ter kerke, een uurtje voor ons. Ik zag ze altijd de zaal uitlopen in hun zondagse kleren als wij binnenkwamen, ook in zondags pak. Vreemde mensen.

In de kerk werd ik voor het eerst verliefd. Een meisje in het koor, ik denk tijdens de kerstdienst, of tijdens pasen. Ik was twaalf en keek op. Een plotseling en groot gevoel van opwinding, gevolgd door geobsedeerd gluren naar het lage podium tijdens het zingen, ik wist niet wat me overkwam. Ik heb haar daarna nooit meer gezien, geen idee wie ze was. Ze had kort, donker haar en donkere ogen.

(klik om te vergroten)

De preek begon. Wij kinderen werden naar de 'kindernevendienst' gedirigeerd. Ik kan me er weinig van herinneren, behalve dan het gevoel van opluchting als wij de zaal mochten verlaten: we hoefden niet naar die ellenlange preek te luisteren. We werden voorgelezen, we knipten en plakten, veel concreter wil het niet worden. Na de dienst werden de rode psalmenboeken teruggelegd op een tafel en begon het sociale gebeuren: mijn ouders ontmoetten hun vrienden, vaak ouders van mijn vriendjes, klasgenoten op de lagere school. Wij gingen dan bij hen 'op visite', of zij bij ons. Ik vond dat meestal heel gezellig.

Na verloop van tijd verwaterde dat allemaal. Mijn vader (uit een streng gereformeerd huis) en moeder (wat losser, hervormd) bleven steeds vaker uitslapen. Mijn broer en ik drongen niet bepaald aan. Strenge zondagse regels (geen geld uitgeven!) werden overtreden toen de sigaretten van pa en ma op het verkeerde moment op waren en de winkel van de benzinepomp om de hoek lonkte. Zo kreeg de secularisering ook ons in haar greep, zo namen mijn ouders afscheid van hun jeugd.

Wednesday, July 02, 2008

Ergens, een rijtjeshuis


(klik om te vergroten)
Er is een zwartwitfoto waarop ik, amper twee, met mijn ouders over een bouwterrein loop. Ik kijk naar iets in het zand, mijn vader wijst: daar kwam ons huis. Een jaar later trokken we in onze woning in de nieuwbouwwijk. Een rijtjeshuis natuurlijk. Kleine tuin en schuurtje voor, tuin achter, schuin dak, dakraam, links en rechts precies hetzelfde. De bakstenen waren van een bepaald soort roodachtig bruin dat je meteen herkende: iets lichter van kleur hoorde bij de volkswijkjes uit de jaren vijftig. Die waren oud, onze wijk was nieuw.
De huizenblokken vormden twee rechthoeken in elkaar, met de gevels naar elkaar toe, zodat je een straat kreeg die in een vierkant liep. Wij keken overigens niet uit op een ander huis, maar op een grasveldje met een zandbak en onze knikkerbaan. In die zandbak speelden we met kattenpoep, niet te geloven nu. Achter ons huis lag een groter grasveld, en daar gingen we na het eten altijd voetballen (als de zomertijd was ingegaan). Er stonden ook dunne boompjes die als doelpalen dienden, maar we konden ook 'boompje' spelen: proberen de bal tegen de boom van de ander(en) te schieten. Ik ben ook wel eens tegen zo'n boom aangelopen tijdens een partijtje: dikke lip, bloed, huilen. Erachter begon een nieuw blok rijtjeshuizen. En aan de overkant van de vijver weer een. Enzovoort, een heel labyrint van kleine gemeenschapjes, met elkaar verbonden door smalle voetpaadjes. Zo woonden we, op veilige afstand van de grote rondweg, van de grotemensenwereld, tussen het groen, op ons woonerf. Als je aan het touw trok dat uit de brievenbus stak, ging de deur open.
's Avonds zat ik op mijn slaapkamer wel eens stiekem uit het raam te kijken. Op een dag zag ik een merel op het dak van de schuur zitten, in het licht van de lantarenpaal.
Dit, en nog veel meer, kwam bij me op toen ik na lang zoeken bovenstaande kaart in handen kreeg van een rijtjeshuis. Heel herkenbaar, bijna identiek aan ons huis uit de jaren zeventig. Maar in Annen, een plaats waar ik nog nooit van had gehoord.

Wednesday, May 28, 2008

Gymmen in een schoenendoos

Mijn eerste sporthal was de gymzaal vlakbij de lagere school. Daar gingen we, twee aan twee zingend in de rij, plastic tasje met gymkleren in de hand, meester voorop, de klas uit, de straat over, langs het veld, de rode (of was het groene?) deur door, het betegelde gangetje in, de kleedkamer binnen.

Was het een sporthal als deze, de Smeltehal in Middensmilde?

(klik om te vergroten)

Nee. Het was wel zo'n schoenendoos, maar deze is te groot, dit is een laarzendoos. Zo'n hal stond bij ons verderop, daar oefende een volleybalvereniging. Veel komt me op deze kaart trouwens wel bekend voor: bij ons in de nieuwbouwwijk in Apeldoorn ook overal vage struiken langs de stoep, zwerfkeien als straatdecoratie, en van die rode daklijsten om dit soort geblokte bouwsels een beetje op te fleuren.
Ik realiseer me nu pas dat er in onze wijk (en waarschijnlijk ook veel andere) wel drie soorten sporthallen bestonden. Meest opvallend was de megahal, voor grote clubs en drukke toernooien, maar ook voor beurzen, congressen, rommelmarkten en concerten. Geen schoenendoos, geen laarzendoos, een verhuisdoos. Deze hal had vaak meerdere zalen, een café, uitschuifbare tribunes, en soms ook nog een galerij bovenlangs. Vaak raakten de uitbaters vlak na de bouw al in de financiële problemen, omdat de wijk zo'n hal helemaal niet kon dragen - daar moest eerst een 'regionale functie' voor worden gekweekt. De Schelft in Noordwijkerhout is er waarschijnlijk zo een, hoog en fortachtig, een beetje afgescheiden van de bebouwde kom door velden en parkeerplaatsen (op de website lees ik dat er vandaag de dag zelfs een zwembad en een 'health club' bij zitten, en nog veel meer in 'het sportieve, recreatieve, muzikale en culturele middelpunt van de bollenstreek'):
(Klik om vergroten)

Wij kregen er in de jaren tachtig een, de nog altijd bestaande Americahal (die officieel net aan de overkant van het spoor staat, dus niet meer in onze wijk, maar ik reken hem er toch maar toe). Gesport heb ik er niet, maar ik heb er wel Kim Wilde gezien, tijdens een Toppop roadshow met Bas Westerweel. Ze viel tegen. Later ging ik er vaak naar de vlooienmarkt met mijn vader - ik heb er nog wel eens kaarten gevonden.

De tweede soort sporthal, de laarzendoos, zag je overal in de wijk, en dan vaak langs een doorgaande weg. Hier speelden clubjes tegen elkaar. Sommige hallen behoorden zelfs tot één club, daarvan hing dan de naam groot aan de gevel,met een logo ernaast van een geabstraheerde volleyballer die een bal smasht of zoiets. De Smeltehal reken ik hiertoe, maar ook De Zomp in Enter (de Schelft, de Smelte, de Zomp, wie bedacht die namen? Zo lelijk - maar ze horen voor mij onlosmakelijk bij de buitenwijk):

(klik om te vergroten)

Met zo'n heg met weerbarstige rode struiken waar je krassen op je handen van krijgt, en van die witte stenen paaltjes - waartegen moesten die eigenlijk beschermen, een ramkraak?
En de Steinbach-hal in Pijnacker, met een erg herkenbare lage ingang met glazen pui:

(klik om te vergroten)

Deze hal bestaat niet meer, die is begin dit jaar gesloopt. Zie op http://video.google.com/videoplay?docid=-9132599001777443451 hoe de storm van 31 januari de laatste dakplaten van het skelet rukt - dit gebouw was duidelijk niet voor de eeuwigheid gemaakt, zoals zoveel in de nieuwbouwwijk. Zo kan er steeds weer opnieuw worden begonnen.

Van de zaaltjes die ik bedoel, de anonieme gymlokalen midden in de wijk, heb ik nog geen kaarten gevonden, en ik vraag me af of ze bestaan. Maar ik heb wel een interieur, op een kaart uit Halsteren met foto's van 'cultureel centrum' De Sprenge, dat herinneringen bovenbrengt: na het omkleden de zaal in, rubberen zolen die hol piepen op de plastic groene vloer vol gele en rode lijnen. Wat zullen we vandaag krijgen? Trefbal? (leuk, meisjes raken) Het uitschuifbare klimrek in? (eng) Hangen aan de ringen (stom) Zaalvoetbal? (ja!) Of toch korfbal? De meester doet de deur dicht, gym gaat beginnen.

Tuesday, May 06, 2008

Het mat wat terug gekomen is

Op deze kaart is niet veel te zien:

(klik om te vergroten)

Een nietszeggend, tijdloos landschapje. Op de voorgrond weiden met koeien en een traktorspoor naar een gebouwtje onder een boom, heel idyllisch. Daarachter een boerendorp. Huizen, bosjes, akkers, schijnbaar achteloos over de heuvels gestrooid. Waar zijn we hier, Oostenrijk, Duitsland? Alleen die rij blauwe gebouwen valt een beetje uit de toon; met je ogen toegeknepen is het net alsof een gletsjer midden in de vallei tot stilstand is gekomen. Zijn het kassen, loodsen? Zeker van een hereboer met ambitie, vast niet geliefd in de omgeving.

Mis. Dit, vertelt de achterkant van de kaart, is het stadje Velika Kladusa. Het ligt in Bosnië-Herzegovina. En die blauwe gebouwen, dat zijn de opslagloodsen voor het materieel van de 'Zwarte Beren' - een Canadese legereenheid.

Wat je ziet is een kaart van de IFOR-vredesmacht in voormalig Joegoslavië. Zulke kaarten werden in 1996, toen IFOR actief was, door vredessoldaten naar huis gestuurd als zogeheten veldpost. Deze, die ik op internet vond, is helaas onbeschreven.

Verandert dat iets aan de manier waarop je naar het landschap kijkt? Je zou met Armando kunnen zeggen dat het nu een 'schuldig' landschap is, omdat je nu weet dat deze grond een onverschillige getuige is geweest van een oorlog. Ik zou het wat neutraler formuleren: doordat je weet dat hier een burgeroorlog voorbij is getrokken (nou ja, een vredesmacht dan, maar in Velika Kladusa schijnt ook behoorlijk te zij gevochten), krijgt het landschap er een extra dimensie bij - een historische. Er is opeens ruimte voor vragen: wat zou hier gebeurd zijn? Aan welke kant stonden de inwoners van de huizen op de kaart? Wat hebben de Canadezen allemaal gedaan? Staan er details op de foto die herinneren aan gevechten? (Ik heb ze niet gezien.) Achter het landschap verrijst een tweede landschap. Op de foto staat niets meer vast. Het beeld is niet tijdloos en nietszeggend meer, er hangt een onzichtbare wolk omheen van verhalen die vertellen hoe de stenen op hun plaats zijn gekomen.

De ene plek heeft meer geschiedenis dan de andere. Zeg 'Joegoslavië' en de vragen beginnen. Zeg 'nieuwbouwwijk' en er valt een stilte.


(klik om te vergroten)

Dit is Zoetermeer, een nieuwbouwwijk uit de jaren zeventig met 'koepelwoningen'. Zoetermeer is een oud stadje, maar vanaf eind jaren zestig zijn de gronden er omheen op grote schaal volgebouwd met wijken als deze. Veel verleden heeft dit woonerf dus nog niet, het is op zijn eigen manier ook een nietszeggend, tijdloos landschap. 'Ik kan me nog herinneren dat hier vroeger alleen maar weilanden waren', zoals ik mensen in de buitenwijk waar ik zelf opgroeide vaak hoorde vertellen. Dat was ook deel van hun aantrekkingskracht. De buitenwijk was een lege pagina die je zelf mocht vullen met verhalen, en er hing daarom een optimistische sfeer, de belofte van een nieuw begin. Niet dat die werd ingelost, maar daar kwamen de meeste inwoners pas later achter.

Stukje bij beetje beginnen de buitenwijken geschiedenis te verzamelen. Onherroepelijk natuurlijk, want de tijd dendert voort. Deze kaart werd op 14 augustus 1995 vanuit Zagreb naar een buitenwijk in Utrecht verstuurd:


(klik om te vergroten)


Dit zijn Pakistaanse vredessoldaten van Unprofor (de voorloper van Ifor) op weg naar 'Camp Pleso' bij het vliegveld van Zagreb. Op de achterkant een bericht van een Nederlandse militair. 'Zitten nu bijna een jaar in Heeslingen maar maak maar een gedeelte van deze mooie zomer mee in ons droomhuisje', zo begint het. Heeslingen is een plaatsje vlakbij Seedorf in Duitsland, waar toen Nederlanders waren gelegerd. De schrijver had er zo te horen een mooie woning gekocht, wie weet onder een boom bij een traktorspoor.
Het was een goede zomer, maar hij kon er niet van genieten, hij werd uitgezonden: 'Sinds 26 juli in Zagreb en waarschijnlijk 1/2 sept terug.' Er moest een klus worden geklaard voor Unprofor: 'We zijn bezig het mat wat terug gekomen is uit Srebrenica te repareren. Als dit rond is, kunnen we weer naar huis. Groetjes Piet'.
Srebrenica viel op 11 juli 1995, een maand voor het schrijven van dit kaartje dus. Het mat wat terug is gekomen, is neem ik aan materieel van de Dutchbatters die naar huis mochten omdat er in Bosnië niks meer te doen was. Zo krijgt een argeloos kattebelletje opeens een duistere lading: je kunt het niet meer lezen zonder aan de massamoord te denken. Het kaartje, zou je kunnen zeggen, is 'besmet' met geschiedenis (misschien zou Armando het zelfs een 'schuldig' kaartje noemen). En het draagt zijn virus over aan iedereen die het leest. Zelfs in de nieuwbouwwijk.


Thursday, March 20, 2008

De bus was geel

We hoorden ze in de verte optrekken. De gele bussen. Als Freggles reden ze hun rondje, door niemand echt opgemerkt, tot je ze nodig had. Ze scheurden te hard op de ringweg, ze remden te plotseling bij de hoekige bochten de wijk in, ze wurmden zich door het labyrint van de woonerven. Overal waar ze stopten om passagiers in en uit te laten blokkeerden ze het verkeer. En het leek wel of elke halte (zo'n bordje op een paal) zo was geplaatst dat je er alleen kon komen via een platgetreden paadje langs de struiken om de vijver.


(klik om te vergroten)

Zulke bussen dus. Van Daf. Dacht ik tenminste. Achterop de kaart staat dat de onderste inderdaad een Daf is ('9200 serie'), maar daarboven rijdt een Leyland ('2500 serie'). Heb ik vroeger dan in verschillende types bussen gezeten? Voor mij waren ze allemaal gelijk. Ik heb het even opgezocht op internet. Wat blijkt: op deze kaart is de 'standaardstreekbus' te zien (zie wikipedia). Leefde van 1967 tot 1988, ontstaan uit de behoefte aan landelijk gestandaardiseerd, comfortabel busvervoer - vandaar die sissend openklappende deuren. Er bestonden inderdaad verschillende versies van, maar die zagen er ongeveer hetzelfde uit. Ze reden door het hele land, ze moeten verankerd liggen in het geheugen van bijna elke Nederlander boven de vijfentwintig. Met steeds weer minieme verschillen. 'Centraal Nederland' ken ik zelf bijvoorbeeld niet. Wij hadden de VAD, de Veluwse Autobus Dienst. Bestaat niet meer. Net als de FRAM, de NZH, de GADO, de GVA, de VAGU, de Zuidooster, de NOF. Weggefuseerd en -geprivatiseerd rond dezelfde tijd dat het woord 'streek' uit het vocabulaire verdween.

Ik maakte mijn eerste reis in een gele bus. Ik was twaalf en wilde er alleen op uit. Mijn ouders zetten me op de bus bij de halte om de hoek en ik mocht een heel rondje mee door de stad, helemaal alleen. Ik kan me er niet veel meer van herinneren. Op welke plek ben ik gaan zitten, voorin bij de chauffeur of lekker anoniem achterin? Ik zal wel uit het raam gekeken hebben. Waar dacht ik aan?
Mijn laatste busherinneringen stammen uit mijn studententijd. Wachten op het winderige busplein bij het treinstation (nu verdwenen, evenals het grijze kantoorgebouw ernaast en het FNV-kantoortje aan de overkant. En bestaan die dikkige chauffeurs met hun pullovers en hun loodgieterstassen trouwens nog?). Daar komt nr. 1 de hoek omzetten. Piepende remmen. In de rij, trapje op, ov-kaart laten zien, plek zoeken. En dan een groot gevoel van vervreemding van de medepassagiers, kauwgumkauwende meisjes met te grote oorbellen, kaalgeschoren gabbers, oma's in bloemetjesjurken - hier voelde de student zich niet meer thuis.

Wanneer ik als tiener uit de stad kwam, nam ik wel eens de bus terug. Van precies deze halte op de Hoofdstraat, die nog altijd bestaat:


(klik om te vergroten)



Wednesday, February 27, 2008

Mijn winkelcentrum

Eind jaren zeventig moest onze nieuwbouwwijk een nieuw winkelcentrum. We hadden er al twee, maar die waren klein en stonden beide in de noordwestelijke hoek van de wijk, best ver weg voor veel bewoners. Het nieuwe moest groot worden en in het midden staan - waar het uiteindelijk ook kwam, min of meer in het midden van de min of meer cirkelvormige rondweg, die min of meer in het midden van de wijk was aangelegd.

Hoe moest het winkelcentrum eruit zien? Die vraag heeft waarschijnlijk veel hoofdbrekens gekost. Voorbeelden te over. Het kon een soort Rotterdamse Lijnbaan worden, zo ongeveer de eerste moderne winkelstraat voor voetgangers in Nederland, aangelegd met dank aan de Duitsers die het sloopwerk van het oude centrum voor hun rekening hadden genomen.
(klik om te vergroten)

Nee, gelukkig kwam het zo ver niet in Apeldoorn, behalve dat daar uiteindelijk ook een wandelgebied zou komen. Zo'n eentonige rij betonnen dozen met glazen pui, toen heel modern natuurlijk (en nu rijksmonument), ik word er niet vrolijk van (nog steeds niet, als ik er toevallig een keer ben). Kijk wat er van gekomen is in Amstelveen:

(klik om te vergroten)

Met een paar fijne toevoegingen aan het Rotterdamse model, zoals een reclamepaal en glazen vitrinekasten in het midden van de straat. Maar nog steeds: een plek waar mensen altijd regenjassen lijken te dragen.

Ook in Vlaardingen is geexperimenteerd met het Rotterdamse model, nu met nog meer woonflats boven de winkels en uitzicht op een soort van snelweg. Het werd er niet beter op:


(klik om te vergroten)

Een echte 'koopgoot'. Mijn wijk in Apeldoorn heeft gelukkig ook niet het voorbeeld gevolgd van Heerhugowaard. Ik denk dat ze daar een Amerikaanse 'mall' wilden imiteren, zeg maar een gigantische parkeerplein met winkels er omheen:

(klik om te vergroten)

Waar zou die toren voor zijn? In ons winkelcentrum kwam geen giga-parkeerplaats (wel een kleine), maar een parkeergarage. Dat was handig, zeiden ze, want dan kon je altijd de auto kwijt zonder dat ie in de weg stond. Het was een hele sensatie. Ik had er nog nooit een gezien. Ik weet nog dat wij in het begin met onze fiets de helling afcrossten, om de slagboom heen manoeuvreerden en vervolgens rondjes gingen rijden in de donkere, holle ruimte vol dikke zuilen. Aan de zijkanten waren betonnen trappen omhoog, dan kwam je onopvallend ergens tussen twee winkels uit. Vlak naast de sigarenboer bijvoorbeeld, waar we altijd voetbalplaatjes kochten. Vervolgens gingen we dan midden in de winkel op de vloerbedekking zitten om de zakjes open te scheuren. Ik kan me niet herinneren dat de eigenaar ons wegjoeg, ik weet alleen nog dat we daar zaten, op dat warme tapijt dat naar warm tapijt rook, en voetbalplaatjes ruilden. Ruud Gullit bij Haarlem, een smalle eerstedivisiesticker, ik heb hem nog ergens in een album.
Het zal duidelijk zijn dat in onze wijk in Apeldoorn ook geen overdekte-multifunctionele-multilevel megaplex verrees, zoals op een dag in Utrecht:


(klik om te vergroten)
Sowieso was het hele idee van 'overdekte' winkelcentra rond 1980 even uit volgens mij. Die twee kleine centra in onze wijk, een paar jaar eerder gebouwd, waren dat nog wel, ze hadden van die plastic overkappingen boven de straatjes. Rare echo gaf dat. Er klonk ook vaak een muziekje. Uiteindelijk werd het plastic vies en kwam er een dof licht rond de winkels te hangen. Het was er ook altijd een beetje muf, door het gebrek aan zuurstof hing er zo'n geur die ik later vaak in de metro zou tegenkomen.


(klik om te vergroten)

Straten zoals deze in Nieuwegein moesten waarschijnlijk herinneren aan de 'passages' uit de negentiende eeuw, zoals die prachtig hoge in Milaan waar je nog altijd kunt winkelen. Maar dat deden ze niet echt.

Maar wat voor winkelcentrum is er dan wel gebouwd in mijn buitenwijk in Apeldoorn? Het is moeilijk, ik heb nog steeds geen kaart gevonden die er op lijkt. Stel je een winkelstraat voor die in een vierkant loopt, met aan beide zijden winkels. Het is een kleinschalige geheel. Alles is van bruinrood baksteen, veel donkerder dan hier in Bladel, maar de sfeer lijkt erop:


(klik om te vergroten)

En de meeste winkels hebben niet van die platte, lage appartementen boven zich, maar bevinden zich onder hoge, smalle huizen met een onregelmatig dakpatroon: plat en schuin, verschillende hoogtes, een soort Italiaans stadje, maar dan de goedkope jaren tachtig versie. Een heel klein beetje zoals in Lelystad. Het bovenste deel lijkt erg op de hoek waar in Apeldoorn de apotheek stond. Denk onderin de straat wat breder.


(klik om te vergroten)

Of beter nog, zoals in die andere nieuwe polderstad, Almere, waar ze een grachtengordelversie van een winkelgebied bedachten. Denk alleen even het water en die toren weg.




(klik om te vergroten)

Op menselijke maat en overzichtelijk, ik voelde me er als kind geloof ik wel prettig. Hoewel er, als ik er goed over nadenk, ook altijd een bepaalde stilte hing, iets kunstmatigs en afstandelijks. Je fietste er heen om iets te kopen, je bleef er niet hangen op een straathoek. En de wind blies vaak best ongenadig door de straten. Misschien toch niet toevallig dat we de warmte van de vloerbedekking in de sigarenwinkel opzochten.

Thursday, December 20, 2007

De noodgebouwenbouwer

Noodgebouwen waren een bekend fenomeen in onze nieuwbouwwijk. Er stond altijd wel ergens een 'noodgebouw' - ik vond dat als kind heel gewoon. Zo zou er een groot winkelcentrum in het midden van de wijk verrijzen, met een parkeergarage, maar dat ging nog even duren. In de tussentijd konden de buurtbewoners terecht in de noodgebouwen op het braakliggende terrein achter mijn lagere school, waar ze ook al een crossfietsbaan hadden aangelegd. Dit was eind jaren zeventig, de Maten in Apeldoorn. In het provisorische winkelcentrumpje kocht ik mijn eerste boeken: Kluitman-pockets van De Vijf uit een rekje achter in de Blokker, bij het raam.
Het eerste jaar van de kleuterschool bracht ik door in een noodgebouw van de katholieke basisschool. Ik moest eigenlijk naar de protestant-christelijke basisschool, maar die zat nog even vol.


(klik om te vergroten)

Deze kaart komt uit Amsterdam (links zie je een stuk van het Rijksmuseum), maar zo speelden wij in mijn herinnering op het plein voor de noodgebouwenkleuterschool. Onze noodgebouwen hadden ook dunne gekleurde muren, een donkere bovenrand (in mijn herinnering bruin, niet zwart) en vierkante ramen die openklapten. Die houten dubbele deuren komen me eveneens bekend voor. En die regenpijpen met een bocht bovenin natuurlijk. Volgens mij hadden die tijdelijke bouwsels binnen linoleumvloeren, waar je voeten zo goed op stampten, maar dat weet ik niet zeker (de eerste drie jaar van de middelbare school heb ik, in een andere wijk, ook in noodgebouwen doorgebracht, misschien haal ik herinneringen door elkaar. De noodgebouwen van deze middelbare school - ze vormden een 'dependance' van de grote school aan de andere kant van de stad - heetten trouwens geen voorbode meer van een nog te bouwen echte school: ze waren de echte school. Tot ze op een gedenkwaardige avond in brand vlogen).

Wat ik toen nooit bij stilstond, was dat die noodgebouwen eerst waren gebouwd, door bouwbedrijven. Wat mij betreft hadden ze er altijd gestaan, duurde het tijdelijke gewoon eeuwig. Wat ik me helemaal niet had kunnen voorstellen, was dat die bouwers soms reclame maakten voor hun werk. Met ansichtkaarten bijvoorbeeld. Daar kwam ik laatst pas achter. Dit vond ik achterop bovenstaande kaart:


(klik om te vergroten)

Dat geeft inderdaad te denken. Ik heb mijn eerste kleuterjaar dus fijn en plezierig doorgebracht in een 'modul-school', in elkaar gezet in wie weet hoe weinig dagen. Zou de Salon en Wagenbouw bv S+W (voorheen vervaardiger van woonwagens?) ook mijn lokaaltje hebben gebouwd?

In mijn tweede kleuterjaar ging ik naar de lagere school waar ik tot en met de zesde klas zou blijven: De Gong. Dit was de protestant-christelijke basisschool. Er waren in ons stukje van de wijk nog een katholieke basisschool, De Wingerd, en een openbare basisschool, De Bongerd. Waar ze die pastorale namen vandaan haalden, ik zou het niet weten. Achteraf gezien vormden deze scholen extreem eenvormige gemeenschapjes. De kinderen waren bijna allemaal blank (ik kan me in zes jaar lagere school twee Surinaamse klasgenoten herinneren), ze hadden geen gescheiden ouders (die kan ik me tenminste niet herinneren), en dat er kinderen van homostellen zouden bestaan was ondenkbaar.

De kinderen van De Bongerd waren klieren en die van De Wingerd waren niet te vertrouwen. De verzuiling was nog in volle gang (en is dat in het onderwijs nog steeds).

Die basisscholen zagen er precies hetzelfde uit, namelijk als noodgebouwtjes:

(klik om te vergroten)

Dit is in Hendrik Ido Ambacht, maar het idee is duidelijk. De dunne prefab-wandjes zijn veranderd in baksteen, maar verder is er weinig verschil met de bouwsels van S+W. Een pleintje in het midden met hinkelspeltegels en klaar ben je.
In Krabbendijke had je 'De Hinkelinge' en de 'Rehoboth school':
(klik om te vergroten)

Hoe herken je op deze foto trouwens de nieuwbouwwijk? Aan dat boompje dat door een paal wordt gestut. Net geplant, nog te jong om op eigen wortels te staan. Mijn hele wijk bestond uit zulke sprieten die met een band van een of andere vezel verbonden was met een groen uitgeslagen paal. Bij dit bejaardenhuis in De Meern zie je nog een mooi exemplaar:


(klik om te vergroten)

Hierop trouwens nog meer parafernalia van de nieuwbouwwijk: de bankjes van doorgezaagde boomstammen, de latjesprullenbak en niet te vergeten de witte bol-lantaarn. Die kwam in verschillende versies; in Noordwijkerhout bijvoorbeeld met drie bollen aan één paal:


(klik om te vergroten)

En daar komt weer een herinnering boven. Op onze wandeling naar school deed ik met een vriendje altijd een spelletje nieuwste nummerborden spotten. Die bestonden in die tijd uit twee letters, twee cijfers en dan weer twee letters. Hoe verderop in het alfabet de eerste twee letters, hoe nieuwer de auto. En daarom weet ik dat die blauwe auto met het gele nummerbord dat met HT begint (geloof ik), zo ongeveer uit 1981 moet stammen.

Thursday, November 22, 2007

Voetballen in het verzorgingstehuis

In de jaren tachtig lag mijn oma op een zaal in een 'verzorgingstehuis'. Elke zondagmiddag gingen we met het hele gezin op bezoek. Bij mooi weer maakten we een wandeling in de tuin.


(klik om te vergroten)

Nee, niet in Spierdijk, niet bij bejaardencentrum ' 't Oeverland'. Maar ik moest wel aan de zondagse wandelingen denken toen ik deze kaart vond. Het gazon, het paadje met de paaltjes, die lage lampen, de dunne boompjes en natuurlijk, helemaal links, de oranje zonweringen, zo was het bij ons in Apeldoorn ook. Mijn broer en ik rennen over het gras, mijn moeder duwt de rolstoel van mijn oma, mijn vader slentert mee.

Zou mijn oma voor zeg haar vijftigste ooit rekening hebben gehouden met de mogelijkheid dat ze in een bejaardentehuis, en daarna in een verzorgingstehuis terecht zou komen? Hoe zag voor een meisje uit het begin van de eeuw, zoals op deze kaart...


(klik om te vergroten)

... of op deze...


(klik om te vergroten)

... de verre toekomst eruit?

Misschien droomde mijn oma wel eens van een lommerrijk 'rusthuis', zoals dat toen nog heette:


(klik om te vergroten)

Met balkons, een serre en een tuin met schaduw (en paaltjes langs het pad): het 'Zusterhulp's Rusthuis 'Moria' Nunspeet'. Misschien had mijn oma daar wel heen gewild - ze groeide niet eens zo ver van Nunspeet op.

Het liep anders. Naarmate ze ouder werd, werden de rusthuizen ook ouder, tot ze tenslotte verdwenen. In plaats daarvan dook, ergens in de jaren vijftig, zestig, dit op:


(klik om te vergroten)

Het ziet er door het zwartwit erger uit dan het waarschijnlijk is, Huize Solwerd te Appingedam, Afdeling D. en E. (op een helaas ongeadresseerde kaart, dus zonder jaartal). Er is een vijver, een paadje, dunne bomen en veel glas met mooi uitzicht vanaf de woonunits op de begane grond. Maar lommerrijk is het niet. Zou die flat daarachter voor de minder bedeelden zijn? En hoe gaan de slechten ter been die brandtrap afkomen?

Op de kaart van het 'Ouden van dagen centrum Zwanenburg' is de overgang naar de moderne tijd mooi te zien aan de man die het gras maait: hij gaat nog gekleed als een boer, compleet met pet en bretels. Maar de akkers zijn verdwenen:


(klik om te vergroten)

In Goes werd een 'rusthuis' gebouwd dat eigenlijk al een bejaardentehuis was:


(klik om te vergroten)

Overal ontstond hetzelfde: appartementjes, een galerij, tuinmeubilair voor de deur. Met minieme variaties. Zie hoe hier de loslopende bejaarden met een hekje naar het zebrapad werden geleid.

Huize Engelenberg in IJsselmuiden, tenslotte, zocht de afwisseling in een speels balkonpatroon en bloemen langs het gras:


(klik om te vergroten)

Deze kaart werd verstuurd op 2 augustus 1970 door 'oma uit IJsselmuiden': 'Lieve kinderen en lieve kleindochter Heleen. Hartelijk dank lieve Heleen voor je kaart uit Napels. Wel wel wat een vacantie, hè, maar ik zou toch niet graag in zoo'n gevaarlijke omgeving willen wonen. Je moet zoo'n uitbarsting eens meemaken. Ik wens jullie verder een heel prettige vacantie toe en dan maar weer tot ziens hè. Ik ben blij door dit bericht van Heleen te weten dat het goed is met jullie. En geniet maar zo vaak als je kunt van 't goede leven! [?] en Nel en de kinderen zijn ook pas van twee weken vacantie aan de Rijn bij Keulen weer thuis. Nellie's vader is vandaag weer naar huis mogen gaan, maar loopt ook op krukken. Ik zie mezelf ook al op krukken of in een wagentje, 't gaat niet vooruit met me. Kan haast niet lopen. Enfin, Profiteer van het leven, lieve kinderen. Tot ziens, hè, en veel liefs van oma uit IJsselmuiden.'

De Rijn bij Keulen doet me weer aan mijn oma denken. Soms was ze weg. Dan was ze op vakantie met de Henri Dunant, het 'hospitaalschip' van het Rode Kruis. Zo zag ie eruit:


(klik om te vergroten)

'Lengte 64,65 meter, breedte 8,20' staat trots ter info achterop deze kaart. Verstuurd zonder verder bericht door 'Afzender S. Capier, roodekruisschip zaal 2'. Hoe zag die boot er eigenlijk van binnen uit, wat beleefde mijn oma daar, wat ze zag in haar bed en in haar rolstoel allemaal? Ik had er toen als kind, moet ik bekennen, geen belangstelling voor. Maar laatst vond ik deze kaart van zaal 4. Ik werd er niet vrolijk van, die 8,20 meter breedte was wel een beetje smal:


(klik om te vergroten)

De slaapzaal van mijn oma was in mijn herinnering toch iets ruimer. Wij bleven er nooit lang. Als het geen mooi weer was, namen we de lift naar de receptie...


(klik om te vergroten)

... waarna we de aula betraden. Maar ik kan me die niet goed meer herinneren, want mijn broer en ik gingen altijd met een rubber balletje op de gang voetballen (tot we het bordje 'nooduitgang' doormidden trapten). Was het nou zo'n zaal met hoge ramen, zoals in De Wulverhorst in Oudewater...


(klik om te vergroten)

... of met rondhoekige lampen, zoals in De Bannehof in Gorinchem...



... of toch, zoals in De Wielborgh in Dordrecht, met een bakstenen muurtje?

Thursday, October 25, 2007

Als oma in de spiegel kijkt


(klik om te vergroten)

We vergeten het nog wel eens, maar in de jaren zeventig droegen veel autochtone Nederlanders nog hoofddoekjes. Zo'n doek had in mijn herinnering vaak een bloemetjespatroon, werd strak onder de kin gebonden en liep in de nek uit in een punt - precies zoals bij de vrouw op deze ansichtkaart. Het was een regenkap, een paraplu voor op je hoofd. Je zag er vooral oude vrouwtjes mee, omaatjes, het was toen al iets wat uit een ver verleden stamde, een gewoonte van een vorige generatie. Niet iets waarvan jonge vrouwen dachten: dat ga ik later ook dragen.

Maar nu vraag ik me af: als je teruggaat 'in de tijd', naar de jaren dertig waarin die bejaarden jong waren, dan was zo'n regenhoofddoek misschien wel hartstikke hip. Wat zag mijn oma, die ik er altijd erg ouderwets vond uitzien, als ze in de spiegel keek voordat ze op een regenachtige dag de deur uit ging? Een hardwerkende huisvrouw die haar haren droog moest houden om er netjes uit te kunnen blijven zien? Of zag ze ook een echo van een mooie jonge vrouw van voor de oorlog? Een filmster, een allang vergeten model uit een of ander tijdschrift...

Een jonge vrouw zag nog een generatie eerder, rond 1900, het liefst een statige oudere vrouw in de spiegel. Als ik de Oostenrijkse schrijver Stephan Zweig (1881-1942) mag geloven tenminste. Die haalt in 1942 in zijn memoires, 'De wereld van gisteren', zijn jeugd in Wenen terug. Jong zijn was toen verdacht, jongeren waren wispelturig en dus onbetrouwbaar. 'Jeugd werd voor elke carriere een belemmering, ouder zijn een voordeel.' De jongeren probeerden er daarom zo oud mogelijk uit te zien: 'De kranten adverteerden met middelen om de baardgroei te versnellen, jonge artsen van vier- of vijfentwintig, die net hun studie hadden voltooid, droegen imposante baarden en zetten, ook als hun ogen het helemaal niet nodig hadden, een gouden bril op, alleen om bij hun eerste patienten de indruk van ervaring te wekken. Je schafte je een lange mantel aan en streefde naar een bedaarde gang en zo mogelijk een klein embonpoint, om deze nastrevenswaardige volwassenheid te laten zien'.

Toen ik dit las, wist ik wat me zo intrigeerde aan die kaart van drie zo ernstig kijkende jonge mannen, ik denk broers, uit het begin van de twintigste eeuw. Ze zien er zo oud uit:


(klik om te vergroten)

Moderne ouderen kleden zich niet naar de mode van hun jeugd, noch naar de mode van hun ouders. Ze dragen spijkerbroeken van de H&M. Ik moet denken aan de laatste foto's van de 81-jarige Jan Wolkers in zijn blauwe trainingsjack met 'Italia' erop in grote witte letters. Ultracool, een voorbeeld voor zijn generatie. Er is geen verschil meer tussen jong en oud, iedereen is 25. De ouderdom is afgeschaft.

De vrouw op de kaart vond zichzelf waarschijnlijk een sexy ding: zie hoe die regenjas haar blote benen vrijlaat en een korte rok suggereert, zie haar open schoenen, zie hoe ze die handtas niet van haar arm laat hangen maar koket vasthoudt. Zomaar op straat, ergens in de jaren zeventig, op een winderige dag, bij de ingang van het overdekte winkelcentrum 'Sterrenburg' te Dordrecht: Grace Kelly.

Wednesday, October 17, 2007

Janek, de man met de koffer


(klik om te vergroten)

In Ljubljana, Slovenië, vond ik op een antiekmarktje langs de rivier deze fotokaart. Een man met een koffer. Hij kijkt ernstig de camera in. Zijn kleren zitten piekfijn, de hoed mooi recht, de strik op zijn plek, de leren jas als gegoten om zijn ietwat gezette lichaam, handschoenen aan, gepoetste schoenen met slobkousen: hij heeft duidelijk zijn best gedaan om als een echte heer over te komen. Enige minpuntje: zijn linker broekspijp (rechts op de foto) zit te hoog, de pijp lijkt zelfs omgeslagen. Waarom? Vond de fotograaf dat mooier? Of heeft ie dit detail over het hoofd gezien?
Achterop staat: 'Zür angenehmen Erinnerung auf deiner Janek, Maribor 21/III, 1932'. Verder geen adres, geen postzegel. Slecht Duits, dat zur met trema, Erinnerung auf in plaats van an. Waar kwam Janek vandaan? Uit Slovenië of ergens anders uit het voormalige Habsburgse rijk? Janek is zo'n naam die je in dat hele gebied tegenkomt, er valt niks over te zeggen. Maar waarom die boodschap in het Duits, als dat niet zijn moedertaal is?

Een handelsreiziger, dacht ik meteen. Die nette kleren: deze man moet representatief overkomen. Die jas en die handschoenen: hij is veel onderweg, zijn werk speelt zich voor een groot deel buiten af. Die koffer: daarin zit zijn handelswaar (maar wat?), en die moet makkelijk mee te nemen zijn.
Deze man wilde met deze fotokaart duidelijk laten zien wat hij deed. En misschien ook: hoe goed hij het had. Het is de tijd van de crisis, veel mensen zijn werkloos, maar Janek had een baan, hij was een geslaagde burger, hij kon zijn familie onderhouden.
Hij heeft hem laten maken in Fotoatelier Korner in Vincovci, zo valt te lezen op het stempel rechtsonder. Vincovci is een plaats in Kroatië. Het is de plek waar de trein stopt in Agatha Christies 'Murder on the Orient Express' (1934), vlak voor de moord. Was deze handelsreiziger (als hij dat inderdaad was; hij ziet er ook wel een beetje uit als een huurmoordenaar, met dat vage koffertje, die gehandschoende hand half in de jaszak, die ernstige blik ) ook met de Orient Express gekomen?
Voor wie was de foto bestemd? Voor zijn vrouw thuis? Dat dacht ik eerst. 'Zür angenehmen Erinnerung an deiner Janek' - om zich Janek voor de geest te halen terwijl hij ver weg in Maribor, een stadje in Slovenië, de kost wint. Maar toen dacht ik: adres noch postzegel, Duits terwijl dat waarschijnlijk niet zijn eerste taal was - heeft hij deze foto misschien rechtstreeks aan iemand overhandigd? Ergens onderweg, in een hotel of een cafe bijvoorbeeld? Zijn minnares? Een Sloveense met wie hij Duits sprak omdat hij zelf uit een ander land kwam? Ontmoet op doorreis in Maribor, maart 1932.
Die Janek, ziet er toch zo netjes burgerlijk uit.

En nu vermoed ik ook: die minnares moet de kaart jarenlang hebben bewaard, anders was ie niet, meer dan zeventig jaar later, opgedoken op een antiekmarkt in Ljubljana. Misschien is ze nog maar een paar jaar geleden, op hoge leeftijd, gestorven. Zou ze altijd van Janek, de man met de koffer, zijn blijven dromen?

Sunday, July 29, 2007

Blote voeten in het buitenbad

Raadseltje: waar is dit de ingang van:



(klik om te vergroten)

Bruine dakranden, bruine raamkozijnen, donkere ramen, beige baksteen, een perkje met vage struiken voor de deur: typisch die anonieme laagbouw uit de jaren zeventig. Vorm zonder functie, en dus multifunctioneel. Ik kan me uit mijn jeugd een kerk herinneren die er zo ongeveer uitzag, een apotheek, meerdere scholen, een bejaardentehuis en een bibliotheek (in witte uitvoering). Geeft het gebouw op de kaart toegang tot een conferentieoord, een begraafplaats, een bedrijventerrein? Als je de letters op de gevel hebt ontraadseld, weet je het: Aldert van der Zwaardbad - een zwembad. Het staat in Hoofddorp en het bestaat nog steeds.

Misschien dat de vlag het al weggaf. Om de een of andere reden staan bij zwembaden altijd vlaggen. Voor het strandgevoel? Bij een begraafplaats zie je ze minder.

Het buitenbad waar ik in de zomers van mijn jeugd naartoe fietste heette Malkenschoten. Het was wel een halfuur rijden, ik herinner me veel links en rechts afslaan, eerst door een wijk uit de jaren zeventig, vervolgens eentje uit de jaren vijftig (bakstenen rijtjeshuizen, schuine daken, oude kleuren), T-shirt en korte broek aan, plastic tas met handdoek en zwembroek onder de snelbinders, vriendjes voor, achter en opzij, warme wind, aan het eind hobbelend over een fietslaantje met hoge bomen aan weerszijden, en uiteindelijk een weg waaraan een laag gebouw, ongeveer zo een als in Hoofddorp, maar nu in Apeldoorn. Of er een vlag wapperde weet ik niet, er stonden wel veel hoge bomen en er heerste drukte. Overal fietsen, in de rekken, op de stoep, op de weg, kinderen met zomervakantie. Ik koop een kaartje bij de mevrouw achter het glazen loket, loop door de metalen draaihekken en stap de natte tegels op.


(klik om te vergroten)

Zo ongeveer. Nou ja, wat betreft het blotevoetenopdetegelsgevoel. En hoe dat jochie met die zwemband naar de veel te oude meisjes kijkt, dat herken ik ook wel. Verder was Malkenschoten volkomen anders. Bij ons niet van die hoge bakstenen muurtjes met kranen voordat je bij de baden was, maar een ijskoude douche boven een voetenbadje met net zulk koud water, waar we altijd zo snel mogelijk doorheen renden. Wij hadden hoge bomen rond een ruim grasveld, dus niet zo'n ver en desolaat uitzicht als op deze kaart (en volgens mij ook niet van die concentratiekamphekken). Op het gras speelden we voetbal, blote voeten tegen een plastic bal. Maar dit is dan ook een kaart uit 1964 (je ziet het op de een of andere manier aan de kleding en de kapsels van de meisjes), en het zwembad staat in Tilburg. Wanneer zijn ze eigenlijk begonnen met het bouwen van buitenbaden?

Deze lijkt er meer op:


(klik om te vergroten)

Het zwembad 'De Smagtenbocht' in Bladel. Die hoge rand om het bad, die hadden wij ook, ik voel mijn voeten er nog op staan, klaar voor een achterwaartse duik. En dan die drukte in het water, terwijl intussen een of andere eikel gewoon van de hoge springt. Kan me trouwens niet herinneren dat er dan zoveel meisjes en badmeesters stonden toe te kijken. Zelf van de hoge gaan durfde ik niet. Ik zie nog voor me hoe ik achter mijn eerste vriendinnetje zwom. Ik was vijftien. We zwommen langzaam.

Ik heb tot nu toe geen kaart kunnen vinden van zwembad Malkenschoten. Maar laatst kreeg ik wel deze in handen:


(klik om te vergroten)

Daar rechtsboven, dat is niet Malkenschoten, maar het zogeheten Kristalbad. Dat was veel verder fietsen, in een chique buurt, daar kwam ik niet vaak. Ja later, toen ik op de middelbare school vrienden kreeg die ook verder weg woonden. Van dichtbij ziet het er allemaal herkenbaar uit:

(klik om te vergroten)
De smalle bomen, de zonnenvlekken, de geluiden van het zwembad, zelfs die prullebakken: ik zie, voel en hoor ze in mijn herinnering allemaal. Maar in welke herinnering, waar heb ik dit precies meegemaakt, in Malkenschoten of het Kristalbad. Of beide? Ik heb een multifunctioneel jarenzeventiggeheugen gekregen, er past van alles in. Die meisjes vooraan ken ik trouwens niet.

Sunday, July 15, 2007

All Right in Algiers

Ik ben nooit in Algiers geweest. Ik heb er ook geen beelden van in mijn hoofd: ik ken geen boek dat zich in Algiers afspeelt (geloof ik), ik ken geen mensen die er zijn geweest, het zou kunnen dat ik er wel eens een foto van heb gezien in de krant (tijdens de burgeroorlog bijvoorbeeld) maar die ben ik dan vergeten, en ik kan me geen tv- of filmbeelden van de stad herinneren. Algiers is de hoofdstad van Algerije en is een mooi woord, dat is alles wat ik er van weet.

Dat was de reden dat ik deze kaart uit een bak vol ansichten uit de hele wereld op het Waterlooplein haalde:


(klik om te vergroten)

Een kaart uit het begin van de twintigste eeuw zo te zien (er stond niks achterop), dus ik had geen idee wat er van over was, maar ik kreeg meteen zin om er heen te gaan. Wat een groots opgezette haven. Schepen en scheepjes aan een brede kade, daarachter een muur van hoge bogen, daarbovenop een boulevard en monumentale gebouwen, steunend op een tweede bogenrij, daar weer achter heuvels, huizenmassa, bergen. Deze haven moet een baai met steile rotsen zijn geweest, anders was er niet zo loodrecht de hoogte in gebouwd. Op een ontzettend koloniale manier, natuurlijk. Dit is een Franse havenstad, maar dan aan de andere kant van de Middellandse Zee. Niks Noord-Afrikaans of islamitisch te zien. Wat zou hiervoor zijn gesloopt, hoeveel Algerijnen hebben hiervoor moeten wijken? Maar wel indrukwekkend, machtig, vol grandeur, toch ook elegant, visueel in evenwicht. Eind negentiende-eeuwse stadsontwikkeling op zijn best - vanaf deze grote afstand tenminste. De Haussmann van Algerije is hier aan het werk geweest.

Even later vond ik in dezelfde doos een tweede kaart:


(klik om te vergroten)

Deze is van dezelfde haven, maar we komen dichterbij. De helling is helemaal links op de eerste kaart te zien, de fotograaf (dit lijken me ingekleurde foto's) moet op die uitstekende punt in het midden hebben gestaan. In het grootse decor verschijnen hier en daar details: menselijke figuren op straat (de boulevard Carnot lijkt vol verkeer), voertuigen (auto's of paard en wagens? Niet te zien), luifels, vlaggen, de stenen van de bogen (wat zou zich daar onder bevinden, winkels, pakhuizen?) en decoraties op de gebouwen. Komt deze kaart uit dezelfde serie als de eerste? Ik denk het niet: de eerste had nummer 21, deze 9106 - dat ligt niet echt dicht bij elkaar. En op de tweede staat Alger in hoofdletters, anders dan op de eerste. Maar ze komen wel allebei uit een serie, ze hebben allebei een scheurrandje links. Blijkbaar konden bezoekers van de stad kiezen uit een ruim aanbod van ansichten om naar huis te sturen.

Zoals Eerste Luitenant Th. de Loo. Zijn naam staat op de achterkant:



'All Right', fijne tekst voor een kaart uit zo'n ver land. Wat zou de geadresseerde, blijkbaar een slager in Swalmen (L) daar van gevonden hebben? En wat deed Eerste Luitenant Th. de Loo in Algiers in 1939? Werkte hij op de ambassade? Was hij op een geheime militaire missie? Wat was zijn relatie met de slager in Swalmen? Swalmen ken ik, daar ben ik ooit geweest. In de zesde klas lagere school hadden wij er ons 'schoolkamp'. Ik herinner me flarden: in de toerbus er naartoe, een groot gebouw in een bos, daarnaast een voetbalveld, voor het ontbijt een balletje trappen met mijn beste vriend, een lange speurtocht, iets met een Amerikaanse struikenplaag, spannende verhalen rond het kampvuur. Maar ik zou niet weten of we echt in het dorp zijn geweest.

Ik zocht verder in de kaartenbak, en jawel, toen vond ik deze:


(klik om te vergroten)

Dezelfde helling, nog wat dichterbij, en van de andere kant. Lichte bedrijvigheid. De monumentale uniformiteit raakt nu verstoord door pakken vracht aan de waterkant, bijna leesbare reclame op een van de gebouwen links, trappetjes, vlaggestokken, hekken, stoepen, schuine daken, loodsen. En voor het eerst zie ik arabische elementen: een man in djellaba, gesluierde vrouwen (denk ik, die daar links omhoog lopen in witte gewaden), een witte moskee.

Die moskee vond ik daarna in close-up:


(klik om te vergroten)

Nu staan we eindelijk op straat. De moskee Djemaa-Djedid, uitkijkend op de haven, geflankeerd door een standbeeld van de graaf van Orleans te paard. Met een jochie dat brutaal de camera in kijkt. Eindelijk een beetje herkenbaar mens, een Algerijn, een inwoner van Algiers, iemand kijkt naar iemand. De jongen zit op een doos - een schoenpoetser? Hij zal wel nooit een schoolreisje hebben meegemaakt.


P.s. Op internet vond ik dat die moskee, gebouwd in 1660, er nog steeds staat, op een plein vol toeristenbussen. Die graaf te paard is aan het zwerven geslagen. Hij is Ferdinand-Philippe, Duc d'Orleans, geboren in 1810 als oudste zoon van de koning en dus kroonprins van Frankrijk. Hij schijnt een briljante militair te zijn geweest, en een van de veroveraars van de binnenlanden van Algerije in de jaren dertig van de negentiende eeuw. In 1842 stierf hij voortijdig in Neuilly sur Seine, een dorp aan de rand van Parijs, toen daar de paarden van zijn koets op hol sloegen, hij van het rijtuig probeerde te springen, struikelde, en met zijn hoofd tegen de straat klapte. De trotse inwoners van Algiers (aldus een emotionele blog op http://remylaven.free.fr/histoire_de_statue.html, en Wikipedia) richtten in 1845 het ruiterstandbeeld op. Tijdens de commune van 1848, die ook Algiers aandeed, werd het door inwoners beschermd tegen de antimonarchistische opstandelingen. Meer dan een eeuw stond het daar. Pas na het uitroepen van de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 werd het uit elkaar gehaald en in Frankrijk in een depot opgeborgen. Dat kwam jaren later de burgemeester van een welvarende Parijse voorstad ter ore en sinds 1981 staat de graaf op de plek waar hij stierf, een pleintje in Neuilly sur Seine.
Ook leuk om te weten: twee jaar later werd de 28-jarige Nicolas Sarkozy, zoon van een Hongaarse immigrant, burgemeester van Neuilly.

Wednesday, June 13, 2007

Ziekenhuizen met lage stoeltjes

Wie heeft dit bedacht?


(klik om te vergroten)

Het is een ziekenhuis. Het ziekenhuis Lievensberg in Bergen op Zoom om precies te zijn, op een kaart uit ik denk de jaren zeventig (er staat niks achterop). Een grote grijze flat onder een blauwe lucht, omringd door beregend asfalt en een gelig plantsoen. Architectuur uit de jaren vijftig en zestig, een patientenfabriek, helemaal gebouwd voor de massa: aan de rand van de stad, bereikbaar voor de auto (er loopt een snelweg langs, zag ik op maps.google.com), genoeg bedden voor een stad, ruime ingang, imposant, en efficient en hygienisch ingericht. Maar zonder enige poging om er ook iets moois van te maken. Hoewel de architect dat misschien anders zag: ik vermoed dat ie heel blij was met dat blok boven de ingang, loodrecht op het hoofdgebouw, met een grote glazen pui: binnen deze armoedige versie van de nieuwe zakelijkheid waarschijnlijk heel subtiel.

Het Maria Ziekenhuis in Tilburg werd opgeluisterd met een even fijnzinnig abstract kunstwerk boven de ingang:

(klik om te vergroten)

Dat heeft ook niet echt gewerkt (hier moet ik oppassen: misschien vinden ze het over honderd jaar toch weer prachtige architectuur, je weet het niet). Wie had van dat ongeïnspireerde lijnen- en blokkenpatroon hoog boven de ingang moeten genieten? De langsrijdende automobilist? Hier trouwens ook zo'n glazen pui. De aanstaande patient moest bij het betreden van een ziekenhuis duidelijk onder de indruk komen van het binnenstromende licht, en de hoge luchten achter de grote glaswand. Het zou een afscheid worden, een blik over de schouder. Want daarna volgde dit:
(klik om te vergroten)

Dit is volgens de kaart (helaas niet verzonden) de 'Centrale Hal' van het ziekenhuis Lievensberg. Het plafond is al een stuk lager, de lampen schijnen kil, de vloer is koud en leeg, achter zwarte schotten wordt iets verborgen gehouden. En het wordt erger. Volg het bord 'Patientenafdelingen' en je staat opeens in ...


(klik om te vergroten)

... een gang van het St Clara Ziekenhuis in Rotterdam-Zuid (op een kaart uit 1962, 'Hartelijke groeten van Tonny'). Maar kom verder. Stap een van de deuren binnen. Welkom in...


(klik om te vergroten)

... een ziekenzaaltje van de afdeling 'Interne Mannen' van het Sint Antoniusziekenhuis te Sneek (op een kaart uit 1967, zonder begeleidende tekst verzonden aan 'De wed. H. v/d Berg' door 'Vz Harsma, 4de etage kamer 405' - hoe zou de weduwe op dit kaartje van de voorzitter hebben gereageerd?). Een katholiek ziekenhuis nog, die non laat weinig te raden over. Erg veel verschil met protestant-christelijke ziekenhuizen was er qua inrichting trouwens al niet meer in de jaren zestig. Ziehier de 'patienten klassekamer' van het Prot. Chr. Streekziekenhuis "Bergzicht" in Goes', op een niet-verzonden kaart:


(klik om te vergroten)

Zoek de verschillen. Mooi uitzicht op de watertoren trouwens (maar waar is de berg?). Verder niet echt een plek waar het goed toeven is volgens mij, met die plastic vloer, die slappe gordijnen en dat treurige vaasje bloemen. En waar moeten de bezoekers zitten? Die stoelen lijken niet voor niets in een hoek geduwd en onder de bedden geschoven: er is gewoon geen plek voor tussen de dicht op elkaar gezette bedden.
Maar nu word ik te negatief. Zwartwitte foto's wekken natuurlijk al snel een grauwe indruk. En op andere ziekenhuiskaarten uit die tijd is te zien dat de inrichters wel degelijk hun best deden er iets gezelligs van te maken. De 'Grote Ontvangsthal' van het St. Clara in Rotterdam zag er bijvoorbeeld zo uit:


(klik om te vergroten)

Best aardig, met een echte espressobar. En kijk die lage banken met stoffen bekleding: toch best comfortabel (en nu trouwens weer erg modern in de huiskamer). Plantenbakken zorgen voor een beetje huiselijkheid, die lampen in symmetrische geometrische vormen zijn voor die tijd geweldig hip (en nu collectors items), kopjes staan uitnodigend op de tafels, en linksonder is zelfs nog een asbak te zien. Deze kaart werd op 18 april 1970 verstuurd aan Mevr. Betterman in Mijnsheerenland: 'Erg bedankt voor de kaart dat je altijd zoo goed als je past krijgt [geen idee wat dit betekent, hvr]. Dinsdag moet ik nog een onderzoek hebben, ik hoop het laatste, want ik word er wel moe van. En dan op eind van de week thuis. Als het weer maar goed blijft. Knap je weer gauw op. Veel gr. Mart'.
In de 'Hall' van het Sint Elisabeth Ziekenhuis in Almelo hadden ze ook hun best gedaan er iets van te maken:


(klik om te vergroten)

Mooie meubels. Maar waarom die muurschildering van een arbeider die in een vloer boort? Sommige vragen zullen wel nooit een antwoord krijgen.

Dit soort interieurdesign, met van die lounge-achtige stoelen en banken, plantenbakken, muurschilderingen, smalle zuiltjes, tegelvloeren en tafels met schuine pootjes komt me bekend voor, maar dan vooral uit antiekwinkels en oude foto's en films. Foto's van mijn ouders van voor het jaar dat ik werd geboren, 1971. Foto's die het woord ' sixties' oproepen.
Ergens in de jaren zeventig moet de stoffen bekleding van de lage banken in het ziekenhuis zijn verdwenen, de huiselijkheid verdween uit espressobar, de eerste stappen op weg naar een hufterproof interieur werden gezet. Ik groeide op met die hoge oranje en zwarte plastic stoeltjes, met van die wiebelzittingen. Toch een stuk minder comfortabel:


(klik om te vergroten)

Dit is de kantine van het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg. Met sombere patienten in badjas aan de hoge tafeltjes (en een rekje aan de muur met ansichtkaarten!). Ik ben er nooit geweest, maar herinner het me toch levendig. Het is de leefwereld van mijn jeugd. Misschien ontmoette ik die voor het eerst vlak nadat ik werd geboren. In dit zonovergoten ziekenhuis in Apeldoorn:

Tuesday, May 22, 2007

Het fietsenlangshetkanaalgevoel

Op de weg langs het kanaal was het altijd rustig. De bomen ruisten, het water kabbelde, eenden kwaakten. Je moest wel uitkijken voor die paar auto's en vrachtwagens die voorbij reden, want voor je het wist gleed je die brede sloot in. Een fietspad was er niet. Het kanaal was niet meer in gebruik – mijn ouders vertelden dat er tot in de jaren zestig nog schepen vracht hadden aan- en afgevoerd, maar dat de ophaalbruggen nu niet eens meer open konden. Af en toe zag je een visser. Aan de andere kant van de weg stonden lage gebouwtjes omringd door parkeerterreintjes. Daar was het ook stil, op het wapperen van een vlag na. Op die vlag stond een logo, maar wat ze in de bedrijven deden was onduidelijk. Het interesseerde me ook niet, ik reed er langs op weg naar school of terug naar huis en was met mijn gedachten ergens anders, of in gesprek met een meefietsende klasgenoot. Toch kan ik het me het gevoel van die plek nog goed herinneren: middelbare school, jaren tachtig, langs een kanaal fietsen. Ik zag deze kaart op internet en was terug (de veel te oude auto's zag ik pas later).


(klik om te vergroten)

Het is niet eens het kanaal in Apeldoorn, woonplaats van mijn jeugd, maar een water in Nieuw-Vennep. Dat gebouw, staat achterop, is van de 'Vicon-fabriek'. Ik heb het opgezocht op internet, en het is inderdaad een bedrijf waarvoor ik geen belangstelling zou hebben gehad: Vicon (Vissers Constructie Nieuw-Vennep) is een landbouwmachinefabriek die in 1910 werd opgericht door agrarisch ondernemer Herbert Visser. Na de Tweede Wereldoorlog 'ontwikkelde het bedrijf zich tot machinefabrikant met een wereldwijde reputatie door de ontwikkeling van de Vicon pootmachine, de grond aangedreven hark en de Vicon pendelstrooier.' Aldus de website. Later volgden meer ontwikkelingen (het maakt nu deel uit van de Kverneland Group Benelux en je kunt er o.a. schudders en rondebalenpersers kopen, en ze sturen strooitabellen naar je mobiele telefoon), en ik geloof dat de fabriek in Nieuw-Vennep niet meer bestaat. Er zullen daar nu wel appartementen staan, zoals ook in Apeldoorn de bedrijfjes langs het kanaal langzaam maar zeker plaatsmaken voor hoge appartementencomplexen met uitzicht.
Op de achterkant van de kaart staat nog een berichtje: 'Von einer Hollandfahrt wünschen wir Euch alles Gute, fam. Werner Bakker', verzonden aan een familie in de DDR. Waarom zou iemand deze saaie kaart naar de DDR willen sturen, als bewijs van een reis door Holland? Staan er alleen in Nederland gebouwtjes langs het kanaal? Of wilde iemand troostend zeggen: kijk, Nederland ziet er net zo saai uit als Oost-Duitsland.

P.s. En dit zag ik in Apeldoorn, op 12 juni 2007, een paar weken na het schrijven van deze blog:


(klik om te vergroten)

Monday, May 14, 2007

Een witte vlek op een hoofd

Ik ben gefascineerd door vage foto's van groepjes totaal onherkenbare mensen. Je kunt er zoveel vragen bij stellen. Zoals bij dit mysterieuze beeld. De gezichten van deze jongens aan de waterkant zijn niet te ontwaren, de afdruk is te donker, ze zitten te ver weg (klik op de foto voor een vergroting). Wat doen ze daar met z'n allen? Die twee vooraan lijken een beetje naar het water te staren, eentje zit er te vissen, in de verte rechts staat iemand in het water. Het zijn er zoveel - alsof alle jongens van het stadje aan de haven op deze warme vooravond (dat leid ik af aan het lage licht op de ontblote bovenlijven) met zijn allen op de pier verkoeling zijn gaan zoeken. Of wachten ze ergens op? Een schip dat aankomt? Het schip waarop de fotograaf zit? Maar zit de fotograaf wel op een schip? En zo ja, waarom lijken de jongens dan helemaal niet te reageren op zijn aanwezigheid? Ik hoor bijna het water klotsen, dat lome, onregelmatige gespat tegen het hout en de keien van de kade, de zon die brandt. Wanneer is deze foto - die ik op een marktje vond, zonder enige tekst achterop - gemaakt, en waar zou dit zijn? De jongen links vooraan lijkt een witte tulband te dragen, de huiden lijken donker. Zuid-Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten, misschien rond de Indische Oceaan? Op de achtergrond begint een hoge heuvel, rechts aan het water staat een soort fort met een toren. Een oud-koloniale nederzetting? Dit lijkt me het soort haventje dat nog wel bestaat, ergens, hoewel nu misschien in de vorm van een resort, de hutjes op de heuvel vervangen door deeltijdflats met uitzicht. Misschien dat ik het ooit nog tegenkom op een reis. Dan maak ik meteen een nieuwe foto.


De plek op deze foto is veel moeilijker te herkennen (klik erop en je ziet meer). Een bos, dat is zo ongeveer alles wat je er over kunt zeggen. Als je er nu zou kunnen kijken, zouden de bomen waarschijnlijk weg zijn (het modderpad vervangen door een snelweg of zo), of veel dikker dan toen. Wat gebeurt hier? Een karavaan soldaten passeert, of waarschijnlijker: komt net aan op een open plek (links achteraan zie je iemand tegen een boom zitten - klik op te foto om de grote versie te zien). Een foto uit de Eerste Wereldoorlog? Ook hier geen aanwijzing achterop. Maar paarden en wagens, modder, Europees uitziende soldaten, waarvan die ene in het midden met een wit verband om zijn hoofd - de kans is groot. Zouden ze op doortocht zijn van het ene naar het andere front, of is dit een gewondentransport? Ze zijn zich zeer bewust van de camera - die man op het paard kijkt recht in de lens. Verstoord, geïnteresseerd, betrapt? Het is niet op te maken. Te donker afgedrukt, te ver weg. Hoewel je hier meer dan op de vorige foto contouren van individuen ziet. Zoals de man met het verband op zijn hoofd:



Hij kijkt ook in de camera (klik weer voor een vergroting). En zo uitvergroot kun je zien dat hij zijn hoed in zijn rechterhand houdt. Is dat trouwens wel een verband? Het lijkt nu ook wel op een lichtvlek op een kaal hoofd. Dat gezicht komt me trouwens bekend voor - die snor, die norse blik, en dan die arm in zijn zij: dat zou zo Hitler kunnen zijn. Dat zou maf zijn, een snapshot van de jonge Adolf H. Hij heeft in de Eerste Wereldoorlog gevochten, dus het zou kunnen. Nee, hij was volgens mij kleiner. Zou deze man de oorlog hebben overleefd? En zo ja, wat zou hij daarna gedaan hebben? Bij welk leger hoorde hij trouwens? En wat is er van dat witte paard geworden achter hem? Dat zou ik wel eens willen weten, maar ik heb het vermoeden dat ik er nooit achter ga komen.


Een laatste groepsfoto, nu op een plein genomen. Een menigte luistert naar een redenaar.



(klik om te vergroten)

Deze fotokaart, alweer zonder enige toelichting achterop, vond ik op een antiekmarktje in Ljubljana, hoofdstad van Slovenië. Grote kans dus dat dit ergens in Joegoslavië is geweest, de tekst op het bord linksachter klinkt voor zover leesbaar trouwens ook behoorlijk slavisch. Een kenner kan waarschijnlijk uit de donkere pakken en witte petten van de soldaten vooraan opmaken welk leger dit is. Ik doe een gok: het Oostenrijks-Hongaarse, omdat ze er zo netjes uitzien en omdat die aan het begin van de twintigste eeuw nog in deze contreien zat. Roept de gebarende man in het midden op tot de strijd, houdt hij een politieke speech, dreigt hij het opstandige volk met repressailles? Hij moet van links zijn gekomen, door de opening die de rij soldaten voor hem gemaakt heeft. Het publiek, soldaten en dorpelingen, lijkt geïnteresseerd te luisteren, mensen staan zelfs in de deuropeningen in het straatje achteraan. Op verschillende plekken zijn archetypische Balkan-figuren te ontwaren: zwart hesje over wit shirt, donkere druipsnor, fez-achtige pet zonder klep op het hoofd - nog een aanwijzing dat we hier in Zuid-Oost Europa zijn. Ook dit pleintje zou terug te vinden moeten zijn, als het nog bestaat - op de Balkan is dat niet echt zeker.

Op deze foto zijn ook nauwelijks individuen te onderscheiden. Maar kijk eens linksonder, naar die strepen achter de man in het witte uniform:


(klik om sterk te vergroten)

Dat is een vingerafdruk. Iemand, wie weet de fotograaf zelf, heeft tijdens het ontwikkelen het fotopapier aangeraakt en zo op deze foto van een anonieme menigte zijn meest individuele kenmerk vereeuwigd. Heel even zet ik nu mijn bezwaren tegen inbreuken op de privacy opzij: hadden ze in pakweg 1914 in Slovenië en omstreken maar vingerafdrukken genomen van alle burgers en goed bewaard. Dan had ik nu het verhaal kunnen achterhalen van een willekeurig mens die een klein spoor in mijn leven heeft achtergelaten.

Wednesday, May 02, 2007

De brand op de expo van 1910

Welkom op de wereldtentoonstelling van 1910 in Brussel.


(klik om te vergroten)

Dit was het eerste wat de bezoekers zagen als ze door de toegangspoort waren: ruime wandelpaden, beelden van mythologische gebeurtenissen, sierlijke lantarenpalen, keurig bijgehouden grasperken met daarin verwerkt allerlei wapens (Waarvan? Vlaanderen, Wallonie, steden, ik kan het niet zien), een waterpartij, ruisend water. En daarachter de brede facade van het Belgische paviljoen, trots van de expositie, wapperende vlaggen van de landen van de wereld strak in het gelid op het dak.

Een klassieke entree. Terwijl daarachter toch zoveel ongewoons te zien was. Wonderen van ver bijvoorbeeld, zoals een nagebouwd Senegalees dorp, naast het Apenparadijs. Een stelletje weet op deze dag nog niet waar het naar binnen zal gaan, terwijl een man de paden harkt.


(klik weer om te vergroten)

En daar zijn de wonderen van natuur en techniek, om je aan te vergapen. Een gigantische boom, echte couveusebabies!


(klik nog een keer om te vergroten)

Zoveel te zien, zoveel om over naar huis te schrijven. Van de expo 1910 zijn naar schatting minstens drieduizend verschillende ansichtkaarten gemaakt, verzamelaarsobjecten inmiddels - ik vond een heel stapeltje op het Waterlooplein (en kijk eens op de site van een verwoede Belgische collectionneur: http://users.telenet.be/expo1910/expofirst.html?htm/fire.html). Ze tonen een wereld die wijds, kleurrijk, nieuw wil zijn. Het is vier jaar voor de Eerste Wereldoorlog, de twintigste eeuw herbergt nog allerlei beloftes.

Toch slaat in Brussel ook al een noodlotje toe: de boel vliegt in de fik. Op de avond van 14 augustus gaan onder meer de Britse, Franse en Italiaanse secties in vlammen op. Ook de dierentuin gaat eraan; men laat de wilde dieren liever omkomen dan ze vrij te laten, en alleen de olifant overleeft het vuur. De brand begint in het postkantoor naast het Belgische paviljoen. Van de trotse facade blijft weinig meer dan een geraamte over, de gesponsorde stoeltjes voor de bezoekers blijven leeg achter. Maar in de niet-getroffen delen ging de tentoonstelling gewoon door, en de ansichtkaartenmakers zagen meteen een nieuw, modern onderwerp: vernietiging.

Sunday, April 15, 2007

Mike Roberts, landschapsfotograaf

Wie was Mike Roberts? Ik heb de laatste tijd een stapeltje ansichtkaarten uit de Verenigde Staten bij elkaar verzameld, gemaakt tussen ongeveer de jaren veertig en zeventig. Er staan wijdse landschappen op, wolkenkrabbers, straten door kleine dorpjes, motels, heel Amerika, van de grote steden tot de lege prairies. Wat me vooral in de kaarten aantrok waren de diepe kleuren en het altijd aanwezige felle zonlicht, dat bijna lijkt te trillen. Op deze bijvoorbeeld:


(klik om te vergroten)
Eigenlijk een nietszeggend plaatje, niks dat de aandacht trekt en een obligate (en ook nog dode) boom op de voorgrond om diepte te suggereren, maar wel schitterend, vind ik, zoals dat zonlicht van ergens rechtsvoor over het water, de bomen en de bergen zindert. Achterop staat, zoals op veel van dergelijke Amerikaanse kaarten, een verhaaltje over wat je ziet: 'Navajo Lake, Southern Utah. Thirty miles east of Cedar City, Navajo Lake is surrounded by rolling mountains covered with forests of spruce, pine, and aspen, spotted with black lava flows. Fishing, boating, and horseback riding facilities are availaible during the summer months.'
Daar krijg ik meteen zin van om de wildernis in te trekken - terwijl ik helemaal niet zo'n Davy Crockett ben. (Overigens is deze kaart niet gebruikt, waarschijnlijk heeft iemand die er daadwerkelijk is geweest hem meegenomen als souvenir.)
Toen ik de achterkant van de amerikaansekaartenverzameling beter bekeek, ontdekte ik dat de makers ook erg trots waren op die verzadigde kleuren. 'Natural Color Card', 'A Natural Color Postcard', 'Natural Color Reproduction', 'Pub. By Natural Color Productions, Ltd.', 'Florida Natural Color, Inc.' staat in grote letters achterop. Met daarbij vaak het soort kleurenfilm dat ze hadden gebruikt om tot die prestatie te komen. De kleurenfoto was duidelijk nog een nieuwigheid. Geen zwartwitfoto meer, geen (onnatuurlijk) ingekleurd plaatje: dit hier was een 'Prismaflex Color', een 'Ecko-Chrome reproduction', een 'Curteichcolor' of, vooral 'A Kodachrome Reproduction'. Kodachrome was de kleurenfotokampioen van die jaren - het stond (lees ik op wikipedia) bekend om zijn ongeëvenaarde vermogen natuurlijke kleuren natuurgetrouw weer te geven.

Enter Mike Roberts. Want de helft van mijn kaarten bleek bij nader inzien door een en dezelfde man gemaakt te zijn - ze waren een 'Color Card Kodachrome Reproduction by Mike Roberts'. Mike had zelfs zijn eigen logo, een letter R in de vorm van een mannetje met een camera, met op de achtergrond een soort gestileerde zon. Mike Roberts, landschapsfotograaf. Zoals op de achterkant van bovenstaande kaart:


Dus wie was deze Mike Roberts? Een fotograaf die dankzij Kodachrome carriere gemaakt moet hebben. Op deze kaart werkt hij voor de Intermountain Tourist Supply van Salt Lake City. Maar op de volgende, uit 1947...


(klik om te vergroten)

...blijkt dat Mike ook zijn eigen bedrijfje had:



De Mike Roberts Studios in Berkely, Californie, heel stoer. Ik zie hem al voor zijn eigen kaartenbedrijfje en voor zijn opdrachtgevers door de USA trekken, in zo'n Amerikaanse auto, slapend in motels, met zijn cameratas vol rolletjes Kodachrome. Hij reisde, en wat hij zag fotografeerde hij voor de reizigers die na hem kwamen. Hij bepaalde voor de toeristen van de VS het beeld van wat zij zagen.

Ook opvallend: de foto hierboven is vrijwel identiek aan de eerste, met weer, heel kitscherig, een boom op de voorrond (en ik heb nog zo'n foto, van een 'Crater Lake') - Mike Roberts is de Bob Ross van de kleurenkaartfotografie. Maar die boom is nu onderwerp van de foto: 'Silhouette of a Lone Pine at Grand Canyon. This gnarled, lone pine stands as a sentinel at the rim of the brilliantly colored expanse of winding canyons gazed upon by thousands of visitors yearly.' Zie de nadruk op de kleuren, zelfs in de begeleidende teksten.

En er staat iets geschreven op deze kaart, verstuurd aan H. Bremmer in Eindhoven, waaruit blijkt dat Kodak ook Nederland heeft veroverd: '20 Oct 1947. Beste Henk, Ik daalde op een mulet gezeten af naar de diepten van Grand Canyon, schrijf je nu aan den oever van Colorado river, waar ik op de z.g. Phantom Ranch overnacht. Morgen weer dezelfde weg (Karibab trail) naar boven daar Bright Angel trail over bepaalde stukken weg gespoeld en onbegaanbaar is. Hoop dat de Kodacolor foto's die ik maakte goed zullen uitvallen. Hartelijke groeten en tot ziens, Herry.'
(fascinerende tekst. Wie heeft zo'n naam, wie is zo fortuinlijk om twee jaar na de oorlog een tocht door de VS te kunnen maken?)

Was Mike dan alleen een succesvolle fotograaf van wijdse landschappen, gadegeslagen door eenzame bomen? Nee. Dit vind ik een van zijn fascinerendste werken:
(klik om te vergroten)

Wat is dit voor leeg landschap, dacht ik toen het voor het eerst zag. Er staat niks op, en toch...prachtig. Had Mike Roberts minimalistische aspiraties? Nee, dit is kaart C1892 (hij nummerde ze): 'Bonneville Salt Flats, "World's fastest Speedway", Utah. U.S. Highway 40-50 crosses famous Bonneville Salt Flats at the western edge of the Great Salt Lake Desert in Utah. On this great natural speedway, formed by 100 square miles of level salt, automobiles have attained speeds in excess of 300 miles per hour.'
De grote zoutmeren van Utah - volgens mij breken raketgedreven auto's er nog steeds snelheidsrecords. Gefotografeerd als een groot vlak niks: je moet maar durven.
Een laatste Natural Color by Mike Roberts. 'Outdoor Mineral Pool, Boyes Bath House, Boyes Hot Springs California'. Een opdracht voor de Ed Wood Post Card Co., Forestville, California. Om te laten zien dat Mike ook wel eens onder de mensen kwam - hoewel het landschap nooit ver weg was.


(klik om te vergroten)

Wednesday, March 07, 2007

De schaker en de kijkster

Sommige foto's hebben niks met elkaar gemeen, behalve dan dat ze mij ooit zijn opgevallen en ik ze in mijn fotodoos heb gestopt. Maar waarom deed ik dat eigenlijk? Soms weet ik het zelf niet precies, vond ik het gewoon mooie of intrigerende plaatjes. Misschien dat een vergelijkend onderzoek toch iets gemeenschappelijks oplevert. Tussen de volgende twee foto's bijvoorbeeld.

De eerste vond ik op een rommelmarkt in Lissabon. Het is een klein fotootje, past in mijn handpalm, van een schakende man.




(klik om te vergroten)

Hier fascineerde me meteen van alles aan. De compositie van het tafereel bijvoorbeeld. De schaker lijkt een houten vuilnisbak te gebruiken als schaaktafel, terwijl hij precies zo'n vuilnisbak heeft gekanteld om op te kunnen zitten. Dat geeft een grappig effect. Buiten beeld zie ik een tweede schaker, haaks op de eerste, geconcentreerd achter de stoel, nu tafel, zitten. Hij zit ook weer op een gekantelde vuilnisbak, waaraan weer iemand zit te schaken... en zo helemaal rond, als in een ets van Escher.
Vuilnisbak is tafel en stoel tegelijk, teken van inventiviteit met weinig middelen. Ik dacht meteen: zwervers in een park. De oude schoenen van de man, zijn stoffige pak, zijn ineengedoken houding, het puin aan zijn voeten en de te korte (of te hoog opgetrokken) broekspijpen: bevestigen die de theorie, of lijkt dat maar zo? Misschien is hij wel een vluchteling in een vluchtelingenkamp - hij lijkt het door die opgetrokken schouders koud te hebben. Trouwens, bij nader inzien ligt meer voor de hand dat dit een arme gepensioneerde is die met andere oude mannen in het park samenkomt om de tijd te verdrijven - ik herinner me dat ik ze bezig heb gezien in de parken van Lissabon. Maar misschien was hij ook wel iemand die op een wandeling met vrienden even wat vuilnisbakken heeft verschoven om een partijtje schaak tijdens de lunch te kunnen spelen. Hij speelt met wit, en staat op het punt een zet te doen - eigenlijk een actiefoto dus. Wie zou de foto hebben gemaakt? De fotograaf van de schaakclub? Wie het ook is, hij of zij heeft het beeld zorgvuldig uitgesneden, zodat het effect ontstaat van een doorkijk naar een andere, stille wereld. Een spelletje schaak, een rustmoment.

De tweede foto kocht ik op internet:


(klik om te vergroten)

De camera is negentig graden opzij gedraaid. Geen man en profil meer, maar een vrouw die recht in de lens kijkt. Ze lijkt op een dikke houten balk te zitten, die deel uitmaakt van een bouwsel - de balustrade van een soort veranda misschien. In een tuin? Dan een hele grote tuin, want in de verte zijn nog bomen te zien. Of zit ze in een park of natuurgebied? Heeft ze gewandeld? Haar witte schoenen zijn vies bij de neus, misschien wel. Toch lijken het me geen echte wandelschoenen. Maar misschien was dat in die tijd (welke tijd? jaren dertig?) anders. Ze lijkt het koud te hebben, ondanks die warme trui heeft ze haar armen om haar benen geslagen. Die broek met korte pijpen was misschien toch niet zo'n goed idee.
Naar wie kijkt ze? Haar geliefde, haar vader, een vriendin? Ze lacht niet. Ze kijkt verstoord. Ze is gestoord. Ze was aan het nadenken. Waarover? Ze had ook een rustmoment.

Wednesday, January 24, 2007

Een familiefeestje


(klik om te vergroten)

Wiens herinnering is dit geweest? Deze foto, die ik op een markt in Berlijn vond, moet zich lange tijd bij iemand in het fotoalbum hebben bevonden - kijk maar naar de witte slijtplekken in de hoeken, waar de foto achter schuine papieren repen zat geklemd. Zou het album vaak zijn doorgebladerd, of jarenlang ongebruikt in de kast hebben gestaan, of vergeten op zolder hebben gelegen?

Een familie, lijkt me. Kijk naar de vrouwen vooraan. Minstens drie daarvan (de twee links en rechts van het kind, plus de tweede van rechts) lijken zo op elkaar, met die ronde gezichten, die appelwangen en die vooruitstekende kinnen, dat moeten zussen zijn.




Er staan vijf mannen en vijf vrouwen op de foto. Zouden het allemaal (echt)paren zijn? De drie zussen hebben dan waarschijnlijk nog twee broers/zussen. Leuk raadseltje: wie zijn dat? Die andere twee, wat jongere vrouwen? Of die man die er daar rechts wat verloren bij staat, die heeft dezelfde ogen. Bij wie hoort trouwens het kind? En wie zou de fotograaf zijn geweest - de enige alleenstaande broer, een vriend van de familie? Beetje een zonderling, gaat helemaal op in zijn passie voor fotografie, lijkt geen belangstelling te hebben voor vrouwen. Hij heeft de familie in die hoek van de huiskamer achter het tafeltje geperst, tussen de kast en de secretaire, onder de moderne kroonluchter, voor het raam met de dunne gordijnen.

We zullen het nooit weten. Feiten over mensen die voor altijd verloren zijn.

Ik vind het interessant om te zien hoe ze op de fotograaf reageren. De twee zussen rond het kind zijn de enige twee die lachen. Op dezelfde manier, een beetje triomfantelijk en uitdagend lijkt het wel. Samen met de man in uniform zijn ze ook de enigen die recht in de camera kijken. Dat geeft de hoek links iets levendigs, daar bevindt zich duidelijk het centrum van de aandacht van dit tafereel. Waarschijnlijk niet voor niets kijken de tweede en derde man van links allebei naar de geüniformeerde heer. Maar wat me nog het meest opvalt zijn de blikken van de anderen: ze kijken allemaal naar links, naar iets buiten beeld. Trekt daar iets of iemand de aandacht? Ik denk het niet, hun ogen zijn niet op hetzelfde punt gericht. Misschien poseren ze wel. Vroeger moest je natuurlijk lang stilzitten omdat camera's een lange sluitertijd hadden. Misschien dat een aantal familieleden automatisch die houding aannam toen de fotograaf dreigde af te gaan drukken. Vooral dat jochie in zijn matrozenpakje en die vrouw rechtsonder lijken zich in hun houding te verstarren. Een vrouw, de derde zus, de tweede van rechts dus, kijkt trouwens nog weer anders: ze lijkt wel een boze blik op haar zus links te werpen. Heeft die net een gemene opmerking gemaakt en kijkt ze daarom zo triomfantelijk?


Het is 28 maart 1915. De Eerste Wereldoorlog woedt. En op de foto staat een man in uniform. Zou hij net zijn teruggekeerd van het front? Op verlof, of voorgoed? Is deze familiebijeenkomst om zijn thuiskomst te vieren? Hij is de belangrijkste man van het gezelschap, torent ook hoog boven ze uit. Ze kijken hem aan, zijn bewust van zijn aanwezigheid. Hij lijkt zich nergens iets van aan te trekken. Zijn pet zit scheef. Zijn rechterhand rusten nonchalant op de schouder van de lachende vrouw (zijn echtgenote, die lacht omdat ze blij is dat hij heelhuids thuis is gekomen?) en houdt bovendien een sigaret in een sigarettenhouder vast. Zijn blik is niet echt vast, ik denk dat hij dronken is.



Dat zou ook nog kunnen: hij heeft in zijn dronken bui een bittere opmerking gemaakt over dat hij - die zoveel heeft meegemaakt in de loopgraven van Noord-Frankrijk - echt niet mooi gaat zitten voor zo'n fotograafje. Die twee zussen moeten er wel om lachen (of proberen juist krampachtig de sfeer goed te houden), de derde zus wil dat er wat van wordt gezegd, de twee mannen naast de militair kijken hem verbaasd en lichtelijk geamuseerd aan, de rest doet alsof ze niks heeft gehoord. Het mannetje helemaal rechts lijkt compleet weg te dromen.



Ik vond op de markt aan de Spree nog een foto. Deze:


(klik om te vergroten)


Zoek de verschillen. De meesten zijn van plaats gewisseld, verschoven als de kaarten van een memory-spel, maar veel is hetzelfde gebleven. Dezelfde twee vrouwen glimlachen. Het jochie, nu op schoot bij de officier, staart weer naar links. De vrouw linksonder heeft nauwelijks bewogen. De mannen drinken bier. De vrouw met de witte blouse lijkt een beetje ontstemd dat ze heeft moeten opstaan. En wat kijkt de man in uniform lodderig uit zijn ogen.


Is deze foto voor of na de eerste genomen? Die kennis ging voor altijd verloren toen de handelaar ze uit het album trok en ze in de bak van zijn Berlijnse kraam stopte.



Sunday, January 14, 2007

Vakantietennis in Mexico














(klik om te vergroten)

Een kaart met een zomerse foto van een spelletje badminton in de tuin van een gebouwencomplex. Hoewel, badminton, dat racket heeft wel een erg dikke steel. Misschien spelen ze zo'n vakantietennisspel, met een rubber balletje, ik ben de naam vergeten.

Plaats: hotel Camino Real in Mexico City. De ansicht werd dus waarschijnlijk in de lobby verkocht, wie weet in zo'n wit rekje met nog meer kaarten. Met vrouwen in badpak, altijd goed voor de verkoop. Wanneer zou ie zijn gemaakt? Er staat geen boodschap of datum achterop, maar kijk naar de vrouw op die stoel in het midden: hoofddoek, zonnebril, blote armen, echt zo'n Sophia Loren. Jaren zestig? Ze zit trouwens op een design stoel uit die tijd, de zogeheten Diamond chair: wit, opengewerkt raster, schuine pootjes - waarschijnlijk geen goedkoop hotel, geen arme gasten.




Wat ik knap vind is dat de foto, ondanks die blokkige betonnen omgeving, erin slaagt zon, vakantie en beweeglijkheid uit te stralen. Mensen zitten, hangen, ontspannen.

Toch, als je goed kijkt, is er meer aan de hand. Wat is dat grote vierkant in het midden? Lijkt wel zo'n scherm dat het zonlicht verspreidt voor filmopnamen. Zou kunnen, want knielt die man rechts nou naast een camera? En staan daar microfoons, geluidsboxen en een keybord bij die bomen?

Wat is hier eigenlijk gaande? Is er een concert geweest? Of wordt er een film opgenomen, waarin een bandje voorkomt? Het lijkt nu wel pauze, mensen wachten op de volgende scene en vermaken zich met een partijtje zomertennis. Zouden die vrouwen in badpak actrices zijn? Is de vrouw in het midden misschien echt Sophia Loren?

(Het hotel bestaat overigens nog steeds: kies de 'virtual tour' op http://www.caminoreal.com/mexico_i/index.html en je ziet dat de tuin nauwelijks is veranderd.)

Met dank aan Juliette

Wednesday, January 03, 2007

Knieen over elkaar














(klik om te vergroten)

Waarom gaan mensen die zich ontspannen met hun knieen over elkaar zitten? Achter hun bureau zitten ze rechtop voor de computer, op het terras zakken ze achterover en hup, daar gaat het ene been over het andere. Geef je daarmee het bovenliggende been rust? Ik weet het niet. Maar het zit wel lekker.
De foto hierboven is gemaakt in Amsterdam, ergens in de jaren dertig schat ik. Oud uitziende jonge mannen in nette pakken, studenten of zo. Achteraan iemand in het uniform van een advocaat.
Benen over elkaar, sigaretje in de hand, lachen naar de camera. Ze hebben hun werk gedaan, nu is het tijd voor een borrel - dat is de boodschap van dit benenwerk.

In Berlijn vond ik een heel andere, soortgelijke foto. Duitse wandelaars, begin van de eeuw. Rusten uit van een tocht door de bossen misschien, lijken stil te genieten. Op de achtergrond kijken meisjes nieuwsgierig toe. En hoe gaan deze 'Wandervogel' zitten?



(klik om te vergroten)


De benen over elkaar wekken een illusie: wij hebben het gezellig met elkaar. Misschien geven mensen onbewust wel een signaal af aan anderen als ze zo gaan zitten: geen moeilijke onderwerpen nu.

Soms gaat het natuurlijk mis.



(klik om te vergroten)

Wat is hier gebeurd? Mensen van de hogere klasse, zo te zien. Het stel rechts heeft misschien net paardgereden, is gaan zitten om uit te rusten. De twee vrouwen links zouden hun dochters kunnen zijn. De blonde linksvoor zit ongebruikelijk, met haar been over de leuning van de stoel. Dat zou moeten zeggen: ik ben zo relaxed, ik geef niet eens meer om decorum. Maar hier lijkt de sfeer verpest. Ze kijken elkaar niet aan. Heeft iemand iets verkeerd gezegd? De vrouw linksachter lijkt diep na te denken. De benen over elkaar van het oudere paar zijn opeens twee muren geworden, van waarachter ze zwijgend naar de overkant kijken.
Of zit iedereen gewoon even in zichzelf verzonken?
De hondjes hebben in elk geval lol met elkaar.

Friday, November 24, 2006

De eenzame dubbeldekker


(klik om te vergroten)

Een dubbeldekker betekent: grote stad. Hier geldt dat in het kwadraat: zes dubbeldekkers, gevels vol reclame, felle kleuren, mensen op straat, drukke wegen. Dit is de stad binnen de stad, het middelpunt, waar iedereen naartoe gaat en vandaan komt: Picadilly Circus, Londen. En dan ook nog in de welvarende jaren zestig. Kijk maar naar de bioscoopgevel rechts: de film 'Tom Jones' met onder anderen Albert Finney. Uit 1963, meldt de imdb-filmsite. Naar de gelijknamige, grappige roman van Henry Fielding uit 1749. 'Tom Jones, the adopted son of a British country squire, is a love-'em-and-leave-'em lady charmer who goes blithely from bed to bed, while managing to get into enough other mischief to come within moments of being hanged.' Duidelijk een stadsjongen.

Je kunt zelfs zien hoe laat het is. Twee klokken wijzen op halftwaalf. Net voor de lunch. Is het daarom eigenlijk best rustig op straat? Bijna geen mensen op het plein, maar een paar wachtende figuurtjes bij de oversteekplaats rechts. En hoeveel auto's rijden eigenlijk rond het plein? Ook niet zoveel. Als je goed kijkt, zie je dat de drukte uiteindelijk vooral wordt gesuggereerd, door de kleuren, de reclame, en door de dubbeldekkers.
Die drie op de voorgrond staan dicht tegen elkaar, ze lijken ongeduldig in de rij te wachten tot het stoplicht op groen springt. De drie achteraan snellen haastig vooruit, ze zijn zelfs een beetje vaag. Hollen en stilstaan in beeld: zo maak je een stad.

Maar een dubbeldekker is ook wel eens alleen. Met deze, op het busstation van de stad Preston, had ik bijna medelijden.



Die troosteloze megaparkeergarage-met-bushaltes, die iele boompjes, dat ene mensje op die vlakte, die bleke blauwe bussen, en dan dat gele autootje - ik hoef er niet heen. Ook deze kaart is uit de jaren zestig, maar laat iets van de achterkant zien: flats, betonnen opbergkolossen voor auto's, onpersoonlijke architectuur, de geur van nieuwe buitenwijken, goedkope materialen, massaliteit, anonimiteit.

Als ik een dubbeldekker was geweest, was ik er vandoor gegaan.

Wednesday, November 08, 2006

De rondreizende lantarenpaal


(klik om te vergroten)

Een kaartje uit Valkenburg (grendelpoort). Met de groeten van de familie Stam, zonder verder bericht ergens in 1961 verstuurd aan de familie A. Vaster, 'Achter garage Zwart', Wormerveer.

Een kaartje vol ruggen. Rechts een wat ouder paar, linksvoor vlak bij de poort ook. Twee kinderen op de stoep. En het meest opvallend: twee vrouwen, hand in hand, vrolijke rokken, blote armen, als in een reclamefilmpje. Waar gaan ze allemaal heen? De kerk? Is het zondag? Of de winkelstraat? Misschien wel, achter de poort kijkt een groepje mensen in een etalage. Of een toeristische attractie, daar zit Valkenburg toch vol mee?
En wat is de relatie tussen die twee vrouwen? Een echt stel lijkt me in die tijd niet waarschijnlijk. Oud kaartje, oude wereld. Zussen, of vriendinnen? Of toch een stelletje, vermomd als opgewekte schoonzusters op een dagje uit? Het is mooi weer, misschien wel erg warm: de mensen op het terrasje zitten in de schaduw. De fotograaf heeft zijn foto flink zitten oppimpen. Dat busje lijkt wel een tekening. En op de bewegwijzering heeft hij ingevuld dat links Amsterdam, de catacomben, Meerssen en Heerlen zijn te vinden. Naar rechts voor Verviers en Maastricht. Maar waar je uitkomt als je de poort doorloopt kan ik niet lezen.
Waar dienen die draden op de gevel van het witte huis rechts voor? En is dat een ooievaarsnest op dat puntdak boven de poort?
Veel te zien op deze foto. En de lantarenpaal kijkt toe en houdt het plaatje in evenwicht.

Laatst vond ik een heel ander kaartje, dat me sterk aan de Valkenburgse foto deed denken.


(klik weer om te vergroten)

De lantarenpaal is verhuisd naar Gosport, een stadje aan de zuidkust van Engeland. Aan de overkant ligt Portsmouth. Mensen komen net van de veerboot. Als je goed kijkt zie je kinderen in schooluniform rennen. Naar de bus? Was de veerboot laat? Goed bijgehouden perkjes, hangbejaarden houden een bankje bezet. Geen blote armen hier, maar jassen en petten, het is koud. Wat zou die gele steen zijn? Een gedenkteken? Waarvoor? Misschien is hier in de oorlog wel een Duitse bom gevallen. Een afzwaaier, gericht op de havenindustrie, of die grote elektriciteitscentrale aan de overkant. Drie doden. Wachtend op de pont.
En lopen die twee mannen nou hand in hand of niet?

Tuesday, October 31, 2006

De vertekende Portugees

Op een rommelmarkt in Lissabon vond ik deze zomer twee foto's van een gezicht. Een man van middelbare leeftijd met een snor en een bril, grijzend bij de slapen, kijkt langs de camera. Geen opvallend gezicht, behalve dat hij een beetje gespannen lijkt, met zijn kaken op elkaar geklemd. Wel op de een of andere manier een echt Portugees heertje - zo'n Pessoa-hoofd zeg maar.

Het zijn twee lachfoto's. Hetzelfde portret, met een spiegel of zo vervormd. Op de eerste is de afbeelding breed uitgetrokken:



Op de andere is het beeld juist versmald:



Waarom zou hij die foto's hebben laten maken? Is hij na het werk even bij de fotograaf langs gegaan om zijn vrouw te verrassen? Zou hij er met zijn vrienden in de kroeg om hebben gelachen?

En hoe zou hij er op de originele foto uit hebben gezien? Die vond ik niet op de rommelmarkt. Maar met de moderne fotosoftware is het een koud kunstje de foto opnieuw te vervormen en zo een verloren gezicht terug te toveren. Ongeveer dan, hoe hij er echt uitzag - hoe breed de foto was - ik heb geen flauw idee. Komt dit in de buurt?


Friday, October 20, 2006

Een vliegveld met gazonnetjes IV (slot)

Wat is het levensverhaal van H.G. Gaborsze, de echtgenoot van mevrouw J. Heuvel? Het kaartje van hun kinderen Willem en Ria uit 1924 is het enige dat aan beiden is geadresseerd: 'den heer en mevrouw H.G. Gaborsze'. Ria's kaarten uit de jaren vijftig en zestig zijn heel soms verstuurd aan mevr. J. Heuvel-Gaborsze, net als een paar andere kaarten van onbekende afzenders, maar meneer zelf komt in het verhaal verder niet voor. Zijn naam doet een Hongaar vermoeden. Een vluchteling uit de Eerste Wereldoorlog? Is hij overleden? In de Tweede Wereldoorlog? Hoe dan? Of zijn ze gescheiden? Nee, dan had ze zijn naam niet gehouden. De kaarten zwijgen.

Mevrouw J. leefde in de jaren vijftig alleen. Misschien is ze na het verdwijnen van meneer Gaborsze wel begonnen met de plastictassenhandel, om in haar onderhoud te voorzien. En is Ria bij haar in de zaak komen werken.

Over wie de kaarten wel spreken is Willem, de broer van Ria. Een kaartje uit 1964 aan mevrouw J. Heuvel-Gaborsze, Groeten uit Noordwijk aan Zee: 'Hartelijke groeten van' (rond meisjeshandschrift) 'Willem en Anna' (volwassen handschrift), 'Mark' (kinderhandschrift), 'Carolien' (rond meisjeshandschrift). Zo te zien is Willem dus in die tijd getrouwd met Anna en hebben ze twee kinderen, Mark en Carolien. Carolien met haar ronde handschrift heeft het initiatief genomen voor de kaart aan oma. Ze laat pa of ma ondertekenen namens de ouders, haar broertje kan zijn naam al schrijven. Ze zet het adres in Amsterdam erop en met een postzegel van 8 cent erop verdwijnt de kaart in de bus bij de ingang van de camping.

Dan twee jaar later, juli 1966. Drie ansichten met Zwitserse alpenlandschappen van Carolien (eentje met heel klein 'en Mark' onderaan de lange boodschap). Gericht aan 'Lieve Oma en Tante Riek'.

Mevrouw J. Heuvel woont opeens samen met dochter Ria. Het is het adres van mevrouw J., dus Ria is bij haar ingetrokken. Ze waren al zakenpartners, nu zijn ze ook huisgenoten.

Waarom? Misschien was mevrouw J. hulpbehoevend geworden. Ria is blijkbaar vrijgezel gebleven - misschien vond ze het gewoon gezellig bij haar moeder, was het huis groot genoeg voor twee. Misschien gingen de zaken wel slecht en was Ria's verhuizing een bezuinigingsmaatregel. Er is van alles te verzinnen.

Een van de alpenkaartjes van kleindochter en nichtje Carolien werpt me weer terug in het verleden:
'Vanmiddag (vrijdag) gaan we een autotochtje maken. Misschien gaan we nog naar Italie. Het weer is niet erg mooi. Gisteren was het ook al niet erg mooi. Eergisteren zijn we naar het Engadindal gereden waar onze voorouders, van mama's kant, vandaan komen. Het was daar erg mooi. We hebben ook een bierbrouwerij bekeken. Erg interessant. We kregen tot slot 6 flessen bier en 2 glazen mee. Hartelijke groeten Carolien.'

De Zwitserse voorouders van de moeder van Carolien, Anna dus, weer een heel verhaal om bij elkaar te fantaseren.

De laatste kaart. Het is november 1998, het einde van de eeuw nadert. Carolien stuurt een bericht aan 'lieve mama' mevrouw A. Heuvel te Amsterdam.



'Lieve mama, nog een avondje in Las Vegas en dan zit het er weer op hier, want morgen vertrek ik naar Houston. Drie dagen op een beurs is behoorlijk vermoeiend, maar het was toch wel leuk allemaal. Er zijn ook ieder jaar weer nieuwe attracties, het een nog mooier en grootser dan het ander. Hopelijk is het weer in Houston ook net zo goed als het hier was. Alles goed bij jullie? Kusjes Carolien.'

Opnieuw van dochter aan moeder, opnieuw een bezoek aan een beurs - zou Carolien ook in plastic tassen handelen?

Sunday, October 15, 2006

Een vliegveld met gazonnetjes III

De kaartengeschiedenis van de familie Heuvel begint met Pietje. Hij stuurt op 5 augustus 1911 een kaart van café-restaurant en uitspanning "Westerbouwing" in Oosterbeek (dat nog steeds bestaat) naar Mejuffr. C. Heuvel, Kalverstraat, Amsterdam.
Op de achterkant staat niks behalve 'Pietje'. Wie was Pietje? Een vriend, een vriendin (Pietje was in die tijd ook een vrouwennaam), een familielid, een collega van mejuffrouw C. Heuvel? Of iemand die naar haar hand dong? Voor die laatste theorie pleit dat ik meer kaarten vond van mannen aan mejuffrouw C. Heuvel. Deze bijvoorbeeld, een romantisch tafereel aan het meer van Luzern:




Verstuurd op 20 maart 1913: 'Geachte juffr! Ontvang met Uw ouders mijn welgemeende groeten uit Luzern met haar prachtige zeeen en bergen doch helaas hier is regen en volop sneeuw ons deel. Zaterdagavond kom ik in Palanza aan ik hoop op beter weder. Met vriendelijke groeten Chris.'

Duidelijk toch? Heel beleefd, met dat 'geachte juffr', en 'met uw ouders', maar je proeft dat Chris meer voelt voor mejuffrouw Heuvel. Hij laat weten: ik zit hier dan wel ver weg in Luzern, maar ik denk aan jou. Vooral nu het regent en sneeuwt.

De verzender van deze kaart, een jaar later, ziet ook wel wat in mejuffrouw C.:



'Venetie, 14 april 1914. Geachte Fraulein! Ontvang met uw ouders mijn groet uit deze tooverstad, alles per gondel geen paard wagen of tram. in de hoop u spoedig weder te zien. Achtend, Barend'

Barend is een stuk brutaler dan Chris. Geen formeel 'juffrouw', maar het zwierige en ook wel ironische 'Fraulein!' - alsof hij al een beetje de draad steekt met die formele aanhef. Geen geklaag over het slechte weder, nee, hij zit in een 'tooverstad'. En hij zwijgt niet over zijn bedoeling, hij hoopt haar gewoon spoedig weder te zien.

Zou het wat zijn geworden tussen Barend en de jongedame? En wat is er gebeurd met Pietje en Chris?

Trouwens, wie was mejuffrouw C. Heuvel eigenlijk? C. is de enige geadresseerde op de kaarten tussen 1910 en 1920, terwijl daarna, tot in de jaren zeventig, bijna alle kaarten bestemd zijn voor de mysterieuze mevrouw J. Heuvel, aan wie Ria haar kaarten stuurde. Het lijkt wel of J. de kaarten van C. heeft gekregen. Dat zou betekenen dat ze elkaar goed kenden. Zussen? Misschien een erfenis? Wie weet is C. jong overleden en heeft J. toen bij het opruimen van de boedel die ansichten meegenomen als aandenken. Of zie ik een veel banalere verklaring over het hoofd?

C. en J. waren denk ik ongeveer van dezelfde leeftijd. Uit 1924 vond ik een kaartje van de 'Broederpoort' in Kampen (een saai plaatje dat de moeite niet loont om hier te laten zien) met achterop twee namen, in grote ronde kinderletters geschreven. Twee kinderen sturen hun ouders een kaartje vanaf hun vakantie/logeeradres. Als J. in 1924 twee kinderen had, dan was zij rond 1914 waarschijnlijk ook een gewilde 'mejuffrouw'. (Misschien was zij wel zelf C. Heuvel en had zij intussen haar naam veranderd. Nee, dat lijkt me onwaarschijnlijk).
Een mejuffrouw die aan de haak is geslagen. Mevrouw J. is getrouwd. Op latere kaartjes wordt zij wel eens aangeschreven als 'J. Heuvel-Gaborsze'. Het kaartje uit 1924 is geadresseerd aan 'Den heer en mevrouw H.G. Gaborsze'.

En hoe heten de kinderen van mevrouw J. Heuvel en meneer H.G. Gaborsze? Achterop de kaart uit Kampen staat het: 'Willem en Ria'.

Ria was de dochter van mevrouw J.

(wordt vervolgd)

Tuesday, October 03, 2006

Een vliegveld met gazonnetjes II



(vervolg van de vorige blog)

Een van die vele ansichtkaarten van Ria naar mevrouw J. Heuvel is op 29 juli 1965 verzonden, een dag na de kaart van het Weense vliegveld dus - het contact moet intensief zijn geweest.
Het is een toeristenkaart uit Wenen, met foto's van het reuzenrad van het Prater, de Votivkerk, de Opera en de televisietoren in het Donaupark. De tekst achterop bevat een aanwijzing:

'Daar zit ik dan tussen alle administratie van de de briefkaarten. Ik heb al een hele partij verstuurd aan personeel en vriendinnen totaal ca 25 stuk. Ik had nooit gedacht dat 't zoveel zijn. Vanmiddag heb ik een verkenningstocht door de stad gemaakt. Hart. gr. Ria.'

Het woordje 'personeel' intrigeert me. Ria werkte blijkbaar voor een zaak, en omdat ze over personeel schrijft en niet 'collega's', lijkt het me dat ze de baas was. Wat voor zaak is dat geweest, wat verkocht Ria? Hoorde mevr. Heuvel op de een of andere manier bij het bedrijf, misschien als mede-eigenaar? En waarom stuurt Ria haar personeel vanuit het buitenland een kaartje? Was ze voor haar werk op reis?

De reiskaarten van Ria die ik heb gevonden beslaan elf jaar, van 1956 tot en met 1967. Ze beelden vliegtuigen of vliegvelden af, toeristische attracties en, heel bijzonder, plaatselijke beurzen. Ook veel stempels op de postzegels maken reclame voor die beurzen. Ze lijken haar voornaamste reisdoelen te zijn. Ria bezoekt Duitsland (vooral beursstad Frankfurt), Zwitserland, Frankrijk, België - bijna allemaal per vliegtuig.
De eerste kaart:




'Woensdag 29 augustus '56. Daar ben ik dan weer met een berichtje, ditmaal uit Gent, waar ik vanochtend in de plastic fabriek geweest ben. Deze fabriek ligt ver buiten de stad, zodat ik met een auto weer naar 't Centrum van de stad terug werd gebracht. Ik heb toen in deze bijzonder oude plaats wat rondgedwaald en ga straks met de tram weer terug naar Brussel, waar ik nog een nachtje blijf. Hartel. Groeten Ria.'

Ze deed dus iets met plastic. Ze bezocht een fabriek die dat maakte. Zeven jaar later:



(12 oktober 1963 op de stempel)
'Vandaag ben ik in Keulen geweest. Daar heb ik die mensen van de wasserette bezocht die toen op die zaterdag bij ons waren. Zij hebben weer opnieuw besteld en mij weer met een andere wasserette in contact gebracht die ook weer 100 tassen besteld hebben. Groeten Ria'

Eerst plastic en een fabriek, nu wasserettes en tassen. Mijn theorie: Ria liet plastic tassen maken en verkocht die aan winkels en andere bedrijfjes. Op beurzen zocht ze naar kopers. Ria was een reizende groothandelaar in kunststof draagproducten.

En dat was ze zo te zien op een ultramoderne manier. Ze reisde als vrouw alleen. En ze vloog, ze had geen tijd om de trein te nemen. Ze stapte zonder voorbehoud in de hogesnelheidswereld van glas, staal, landingsbanen, snelwegen en wegwerptassen die Europa aan het worden was, en die je op de kaarten ziet ontstaan. Vooral Duitsland etaleert graag de prestaties van de wederopbouw. Ria is onder de indruk:




(8 november 1964, Dusseldorf am Rhein, Blick zur neuen Hochstrasse)
'Bijna begin ik al weer aan de terug reis. Wel jammer want 't weer is hier prachtig. Dat hoge gebouw is wel 25 etages hoog. De zijwand is helemaal van metaal opgetrokken. Ik ben wel weer eerder in A'dam dan deze kaart. Groeten Ria'

Op de wijdse doorzonvliegvelden, in de glanzende nieuwe beursgebouwen vallen de moderne zakenvrouw Ria en het moderne Europa samen. De laatste kaart van Ria aan mevr Heuvel die ik vind, is van 8 oktober 1967, precies dertig jaar geleden:



'Een groet van de kunststofbeurs 1967 uit Dusseldorf Ria'

Geen verwondering meer over vliegtuigen die zelfs een ansichtkaart kunnen inhalen, of over metalen wolkenkrabbers, gewoon een korte groet. Ria is een vrouw van nu geworden.
Maar wat was nou haar relatie met mevrouw J. Heuvel? Ik kijk nog eens in de bak van de tweedehandsboekhandelaar. En daar vind ik nog meer kaarten, niet meer van Ria aan mevrouw Heuvel, maar wel allemaal van en aan mensen met de achternaam Heuvel. Een heel familieansichtkaartenarchief.
Ze dateren van ver voor de jaren vijftig en zestig, tot ver daarna...

(wordt vervolgd)

Wednesday, September 27, 2006

Een vliegveld met gazonnetjes



Tussen alle kaarten in de doos van de tweedehandsboekverkoper viel mijn oog het eerste op deze. Het vliegveld Schwegat in Wenen, staat achterop. Is dit een foto of een tekening? Ik denk een foto. Maar dat vliegtuig in de lucht is veel te groot, het scheert over het dak van de aankomsthal. Iemand moet het ding op de foto hebben geplakt om het drukke komen en gaan van een vliegveld te benadrukken. Diezelfde persoon heeft waarschijnlijk die vrolijke, veel te nadrukkelijke kleuren blauw, groen, rood en geel toegevoegd. Kijk eens hoe gezellig die mensen nu over het asfalt richting de hal wandelen - vandaag de dag zouden ze in een benauwde bus gepropt zitten. Gazonnetjes, hegjes en keurige tuintjes wachten bij de ingang. Dit is uit de tijd dat een laag overgrommend vliegtuig nog geen associaties met terrorisme opriep.
Ik kijk nog eens op de achterkant. 'Woensdag 28.7.'65' meldt de afzender. De kaart is verstuurd aan mevr. J. Heuvel in Amsterdam (ik heb de naam veranderd omdat mensen haar anders misschien herkennen). De boodschap luidt:
'Zoals je ziet ben ik veilig in Wien geland. Bij aankomst op het vliegveld leek het wel of er een kacheltje brandde, zo heerlijk warm was het. Het hotel heb ik al gauw gevonden. 'T is wel even vreemd om je te orienteren maar dat zal ook wel lukken. Om 4 uur was ik al aan de wandel. Wat gaat dat alles vlug.
Groeten, Ria'

Een vrouw stuurt vlak na aankomst met het vliegtuig in Wenen midden jaren zestig een kaart aan een andere vrouw. Wat was hun relatie? Waarom was Ria (ook haar naam heb ik veranderd) in Wenen? Ik keek nog eens in de doos. Er lagen tientallen kaarten van Ria aan mevr. Heuvel.

(wordt vervolgd)

Wednesday, September 13, 2006

Een deuropening, een zomerochtend



(klik om te vergroten)

Een man kijkt door een deuropening naar binnen. Even denk ik dat hij een poortje passeert, maar dat is de uitsnede. Heeft iemand hem geroepen? Hij is duidelijk onderweg, bolhoed op, pak aan, kraag hoog, een soort van dokterstas in zijn hand, het rechterbeen op het punt het linker te passeren. 'He', hoort hij, hij blikt opzij.

Iemand heeft onder de foto geschreven: ''s Morgens 8 uur'. Is toen de foto genomen? Zou kunnen: de zon staat laag, de schaduwen van zijn benen zijn vrij lang, over de straat hangt zo'n ochtendlicht. Het is druk, langs de stoep staat een kar, een fiets schiet voorbij, in de achtergrond kijkt een man in een etalage - een toevallig spiegelbeeld van de man met de tas. Twee mannen kijken eigenlijk opzij op deze foto.

Naast de foto drie handtekeningen. het statige klinkende Joh. H.C van Groeningen bovenaan, dan een naam die ik niet kan ontcijferen (G.J. van Grol?), onderaan P. de Jong - volgens mij degene die het tijdstip opschreef. Verder niks. Geen boodschap, geen verdere uitleg. Waren dit vrienden van de man met de bolhoed? Haalden zij een grap met hem uit? Misschien heeft hij de fotograaf niet gezien, hoorde hij alleen iemand roepen, kon hij in de donkere gang niemand ontwaren en is toen verder gelopen. Vandaar dan dat ' 's Morgens 8 uur' - weet je nog, die ochtend (misschien wel vanochtend) dat er een stem klonk uit een huis? Misschien hebben de drie vrienden hiermee een weddenschap gewonnen. Maar misschien was er iets heel anders gaande.

De kaart is verstuurd aan 'Den Wel Ed Heer E.W. Brascamp, Ceintuurbaan 329, Alhier'. Ook op de achterkant geen boodschap, het is een foto-ansichtkaart zonder ruimte voor berichten, zoals de gewoonte was tot begin twintigste eeuw. De postzegel is weg (ooit eraf geweekt door een verzamelaar?), het stempel zegt 'Amsterdam, 5 aug [verdwenen jaartal]'.

Een deuropening, een zomerochtend in Amsterdam, rond 1900. Klik, zei een camera. Van de foto maakte iemand een kaart, drie mensen zetten hun handtekening, een van hen schreef het tijdstip op. Op de Ceintuurbaan ontving iemand de ansicht. Hij wist meteen wat die te betekenen had. Hij wel.

Sunday, July 23, 2006

De gezonken Lenin


(klik om te vergroten)

Lenin is door de grond gezakt - heel echt en heel symbolisch. Ik vond deze foto op een boekenmarkt en associeerde hem meteen met het einde van het communisme. Ik herinnerde me de beelden van standbeelden van Marx en Lenin die eind jaren tachtig, begin jaren negentig werden afgebroken en weggetakeld. In Moskou, (toen nog) Leningrad, Warschau, Berlijn. Het marxisme werd weggepoetst als een vieze vlek op het straatbeeld.
Hoe is Lenin in dit gat terechtgekomen? Er is geweld gebruikt. Op de achtergrond staat een ruïne vol kogelgaten. Is dit Roemenië, waar de omwenteling in 1989 met veel geschiet totstandkwam? Of Letland, waar hetzelfde gebeurde?

Ik draai de foto om.


(klik weer om te vergroten)

Foutje. Dit is een persfoto uit 1942. De nazi's hebben Sebastopol veroverd, havenstad op de Krim. Het beleg van de stad, lees ik op Wikipedia, duurde 250 dagen. Toen de nazi's uiteindelijk binnentrokken stonden er nog negen huizen overeind. Het marxisme werd dat jaar voor het eerst weggepoetst uit dit deel van de Sovjet-Unie.
Een fotojournalist mocht mee op een persreisje en stond op een dag in een vernietigde stad aan de Zwarte Zee voor een in elkaar gezakt beeld van Lenin. De foto ging het Derde Rijk rond en een exemplaar eindigde bij fotobureau "Holland" aan de Fr. v. Mierisstraat 64 in Amsterdam-Zuid. Vierenzestig jaar later vind ik de foto op een marktje en denk aan de val van de Muur.

Saturday, June 17, 2006

Hoe een ding zijn naam krijgt

Het duurt soms even voordat een ding zijn naam krijgt. Ik heb een souvenirboekje van de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900 met daarin een foto van een 'toren van 300 meter' op het Marsveld.

(klik aan om te vergroten)

Hij was net gebouwd, stond daar raar hoog te wezen, niet te vermijden. De mensen kregen snel door dat het een behoorlijk speciale toren was, iets dat ze nog niet kenden. Toen moest hij een eigen naam hebben: de Eiffeltoren.

Hetzelfde is misschien wel in Rotterdam gebeurd. Daar werd begin jaren dertig besloten dat er een tunnel onder de Maas moest komen. Met veerbootjes was het steeds drukker wordende noord-zuidverkeer niet meer op te vangen. De tunnel werd in delen afgezonken naar de bodem en in elkaar gezet. De inval van de Duitsers en het bombardement van de stad leverde enige vertraging op, maar op 14 februari 1942 om 12.00 uur was het dan toch zo ver: de eerste onderwatertunnel van Nederland werd geopend.
Op verschillende websites (bijv. http://www.engelfriet.net/Alie/Hans/maastunnel.htm) is te lezen dat er geen ruchtbaarheid aan de opening werd gegeven - naar verluidt om de Duitsers geen propagandamateriaal te leveren. De hekken gingen open, drie jongens uit Charlois liepen nieuwsgierig de roltrappen op, daalden af in de diepte en de tunnel was in gebruik.
Het ding schijnt al snel veel bekijks te hebben getrokken. Het werd een favoriet uitje voor dagjesmensen. De onvermijdelijke ansichtkaarten verschenen. Plaatjes van de lege voetgangers- en autotunnelbuizen en van verbaasd kijkende mensen op de roltrappen, sommigen met een fiets aan de hand (de tunnel was een favoriete plek voor de Duitsers om fietsen in beslag te nemen). Politieagenten die toekijken of dat allemaal wel goed gaat. Wezenloze zwartwitbeelden, maar dat maakte de kopers blijkbaar niet uit - gewoon opsturen naar oma om te laten zien waartoe de moderne techniek wel niet in staat is in deze moderne stad.

Hier een kaart van het ondergrondse halletje waarop een van de roltrappen uitkomt - misschien wel die waar de drie jongens op afdaalden. Het is op 22 maart 1942, nog geen maand na de opening, zonder verder bericht verstuurd door A. Kappetein te Rotterdam aan de familie Kappetein te Nieuw Beijerland.

(klik aan om te vergroten)

Let op de tekst onderaan: 'Tunnel - Rotterdam'. Simpel, sec, alsof het geen foto van een specifieke plek betreft, maar van een soort, de Rotterdamse tunnel, waarvan er wel meer bestaan.

Een paar jaar later is dat veranderd. Op 8 oktober 1947 sturen de Dames Horstman uit Rotterdam West de volgende kaart naar de familie Sieraad in Assen (Dr.) :

(klik aan om te vergroten)

Opeens is hier sprake van de 'Maastunnel'. Wat en waar liggen nu vast, het rare ding heeft een naam gekregen, het is uitverkoren om 'in de volksmond' verder te leven.
En daar hoort een schoonmaakbeurt bij. De twee foto's zijn identiek, het is precies dezelfde foto. Alleen, op de eerste ligt allemaal rommel, waarschijnlijk is de foto nog voor de opening gemaakt. Op de tweede zijn alle onvolkomenheden weggeretoucheerd. De tegels aan de wanden van de toegang tot de roltrappen van de 'Maastunnel' blinken opeens brandschoon in het kunstmatige licht.


Wednesday, June 07, 2006

Een loopgraaf in de lucht



(klik om te vergroten)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren stereofoto's razend populair. Mensen keken door hun stereokijker, een soort carnavalsmasker met een lange neus waarop de foto is geklemd, naar de twee plaatjes en zagen het tafereel in diepte verschijnen. Zo leek het alsof je je aan het front bevond. Er bestaan hele series van bepaalde slagvelden, de Somme, Ipre, Verdun, die in een mooie box werden verkocht en nu antiquair geld opleveren.

Het zijn vaak, ondanks dat driedimensionale, wat statische beelden. Je ziet puinhopen, gewonden achter het front die in de camera staren, soldaten bij hun onderkomen. Dat wat vóór en na de slag te zien is; verveling, leegte, stille pijn. Maar wel in diepte.

Omdat een camera toen natuurlijk te groot en te onhandig was om er tijdens een aanval mee in de loopgraven aan de slag te gaan. Dat probleem wordt pas in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog opgelost - zie de beroemde foto van Robert Capa van de vallende soldaat in de Spaanse Burgeroorlog.

Een loopgraaf in de lucht is wél fotografeerbaar. Bovenstaande stereofoto vond ik op internet. 'Observation Balloon Fatally Pierced by Incendiary Bullets from American Plane', heeft de Keystone View Company hem genoemd. Beetje klein, ver weg, maar daarom des te fascinerender.

De schrijver van de tekst achterop is er eens goed voor gaan zitten: 'Far above the surface of the earth you can see one of the battles of the air, with the American aviator in the 'plane victorious over the German observation balloon. Swinging in the tiny wicker basket which to you seems just a dot beneath the balloon, a German officer has been watching the least little movement behind the lines of the American troops. It was to defeat his purpose that the American in his 'plane ventured over the lines and gave battle. Swooping swiftly, curving and diving to avoid the hail of machine gun bullets and high explosive shells with which the Germans sought to bar his path, he reached his goal and with incendiary bullets struck at the hugh [huge?] gas bag.

One of his bullets has penetrated it, less than a minute ago, for within a few seconds the balloon will be entirely consumed with the flames, and the observer will have attempted to save his life by jumping with his parachute. In the length of time that it takes you to look at the balloon with its finlike projections at the stern to add to its stability, the highly inflammable gas will have burned and the few bits of charred wreckage dropped to the earth.

His work done, the aviator is turning to journey back toward his own lines, three or four miles over enemy territory, to report: "One 'blimp' shot down."

Je zou bijna vergeten dat op dit moment misschien wel iemand sterft.

Tuesday, May 02, 2006

De trammetjesverzamelaar

Er is een trammetjesverzamelaar overleden. Een man die alle afbeeldingen spaarde waarop hij een tram kon ontwaren. Zijn collectie is, zoals zoveel collecties nadat de verzamelaar sterft, op de boekenmarkt terechtgekomen. In stukjes en beetjes raakt ze nu verspreid over nieuwe verzamelaars.
Zoals ik.
Ik zie stapels boekjes over trams, en ansichtkaarten van over de hele wereld waarop de karretjes rondrijden. Sommige zijn met het blote oog nauwelijks zichtbaar, ze verdwijnen net om de hoek. Andere hoor je bijna door de straten van Wenen, van Boedapest, van Lissabon denderen. Mensen hangen uit de ramen, de bestuurder staart in de verte. Zwart-wit kaarten, ingekleurde plaatjes, allemaal uit het begin van de twintigste eeuw.
In de stapel liggen ook foto's. De verzamelaar ging blijkbaar de straat op, reisde met de tram ergens naartoe, fotografeerde daar trams. Zo verzamelde hij zijn eigen stukje werkelijkheid.
De werkelijkheid van de dode tram. De tram van na de ansichtkaart. De tram die tegen een vrachtwagen botst, ontspoort en in brand vliegt.


(klik om te vergroten)

En wat gebeurt er met een dode, onbruikbare tram? Die komt op het trammetjeskerkhof. Een hoekje van de remise, daarna het verlaten terrein erachter.



Daar is de tram prooi voor vandalen. En verzamelaars. Of misschien wel verzamelende vandalen...


Friday, March 31, 2006

Post van de dictator

Post is het ideale middel om te laten zien wie er de baas is. Mensen laten elke dag wel enveloppen en pakketjes door hun handen gaan. Vrijwel ongemerkt glijdt hun blik dan even over de postzegels. En wie zien ze daar: de koningin, de president, de dictator.
Een paar jaar geleden was ik in Libië. Daar kon je in kleine winkeltjes naar postzegels vragen en dan kwam de verkoper op de proppen met vellen vol prachtige afbeeldingen. Ware kunstwerkjes: hele schilderijen ontvouwden zich over meerdere postzegels. Zonde om ze uit te scheuren. Held op al die platen: kolonel Khadaffi.

(klik op de plaatjes om te vergroten)



Deze is in 1983 gemaakt ter ere van de 14e verjaardag van de revolutie van 1 september. Khadaffi omringd door zijn vrouwelijke lijfwacht. Hij deelt diploma's uit. Op de achtergrond een Russische Katusha-raketwerper. Prachtig, huiveringwekkend.
In april 1986 liet president Reagan Libië bombarderen, waarbij een dochtertje van Khadaffi omkwam. Vereeuwigd op een postzegelvel:



Zie trouwens dat het vliegtuig neerstort alsof het is neergeschoten door de Libische luchtafweer; is dus nooit gebeurd.

Vorig jaar was ik in Wit-Rusland, het benauwende dictatuurtje dat de inwoners momenteel proberen omver te werpen. In Wit-Rusland pronkt president Lukasjenko op enveloppen met de zogenaamde prachtige geschiedenis van het land: de bevrijding in 1945 door de communisten, de stichting van de Sovjet-republiek Wit-Rusland. Op alle enveloppen herinnert Lukasjenko eraan dat wat hem betreft de sovjet-unie nooit is opgeheven.

Saturday, March 11, 2006

van de achtertuin naar de oorlog

Een jonge soldaat laat zich fotograferen voor hij naar het front vertrekt:


(klik om te vergroten)

Dat stel ik me tenminste voor bij deze (onbeschreven) fotokaart uit de tijd rond de Eerste Wereldoorlog. Kijk naar zijn gezicht: vol zelfvertrouwen kijkt deze jongen naar de verte. Zijn haar is netjes geknipt, zijn kin gladgeschoren, zijn huid weet niet wat een rimpel is. Zijn uniform zit ook piekfijn, wie weet heeft zijn moeder het gestreken. Als je goed kijkt zie je aan zijn linkerkant een soort tres hangen en rechts zijn pet. Die tuin: de achtertuin van zijn rijke ouders?
In zijn ene hand houdt hij een sigaretje, in de andere iets onduidelijks. Een pasje, een soort sigarettenpakje? Met die sigaret lijkt hij te zeggen: kijk, ik ben een man, ik rook, ik kan mij later zo bij op de herensociëteit vervoegen. Eerst nog even een oorlogje voeren.

Deze man heeft oorlog gevoerd:



Wat kijkt hij vermoeid. En niet meer in de verte, maar onverschillig, uitdrukkingsloos recht in de camera. Zijn uniform is geen pronkstuk meer. Hij heeft er twee jassen overheen geslagen, een witte bontjas en een zwarte overjas, ik neem aan tegen de kou en de regen die hem in de loopgraven teisteren. Op zijn pet zit een grote stofbril, wie weet tegen de voortdurend opspattende modder. Je ziet die brillen trouwens nog altijd op foto's van Amerikaanse soldaten in Irak.
Staat hij binnen of buiten? Bij een schuur of een huis? Waar, ergens in Frankrijk? Bij welk leger hoorde hij? Helaas ook op deze kaart geen bericht.
Waarom heeft deze soldaat een foto van zichzelf laten nemen?
Ook in zijn hand een sigaretje. Niet om te laten zien dat hij een man is, daar heeft hij inmiddels geen rookwaar meer voor nodig. Die sigaret is misschien wel zijn laatste houvast, zijn enige pleziertje.
Deze man neemt afscheid van de herensociëteit, en van het huis van zijn ouders.

Friday, February 03, 2006

De taille van de danseres


(klik om te vergroten)


Wie was dit meisje? Is zij nou wat ze noemen een cancan girl(*)? Werkte ze bij de Moulin Rouge of zoiets? Achterop de fotokaart staat niks. Ik zie haar zo in een rij vrouwen staan, veren op hun hoofd, de benen synchroon omhoog zwiepend - zoals in de strips van Lucky Luke. Alleen, ze kijkt niet verleidelijk, zoals je zou verwachten, maar een beetje onzeker, naïef. Aan dat babyvet op haar gezicht te zien is ze ook erg jong, een jaar of 17. En waarom heeft de fotograaf haar opzij laten kijken, en niet recht in de camera? Worden we gevraagd naar haar te kijken en haar te bewonderen, maar op afstand te blijven?

Ik vind het ook een prachtig gemaakte foto. De kleine sieraden op haar jurk die oplichten; de brede zwarte band die de blik naar haar blote been leidt; de armen half in de lucht die naar haar gezicht wijzen. Als je goed kijkt zie je dat ze een lorgnet, een klein brilletje, in haar linkerhand houdt. Waar zou dat voor hebben gediend. Misschien wisten de mensen die in haar tijd (begin twintigste eeuw maar ik zou niet weten wanneer precies) deze foto zagen, onmiddellijk in welk variété-stuk zij optrad. Misschien was ze wel beroemd...

Toch was de fotograaf niet tevreden. Een perfectionist. Op het negatief heeft hij haar taille bijgewerkt.

Het scheelt niet veel. Eigenlijk zag ze er, na een beetje photoshoppen, dus zo uit:

(*) Cancan staat in de Van Dale omschreven als: 'Populaire revuedans met veel vertoon van frou-frou.'

Frou-frou?

De Van Dale weer: 'Vertoon van ritselende (kanten of zijden) onderkleren.'

Hoe zou dit meisje geritseld hebben?

Friday, January 20, 2006

Tien jaar later, opnieuw in de Kalverstraat

Op vrijwel dezelfde plek als de foto uit 1952 in mijn vorige bijdrage werd genomen, in de Kalverstraat tussen Modehuis Louvre en de winkel van Willem J.J. van Pampus, nam een fotograaf in 1965 opnieuw een foto voor een ansichtkaart.


(klik voor een vergroting)

Het tafereel is na tien jaar nauwelijks veranderd. De mannen lopen nog altijd in pak, de vrouwen dragen nog altijd lange rokken (en een enkeling een Juliana-hoedje), de winkels zijn hetzelfde en dragen namen als 'Van Duren Corsets' en 'Dameskapper'. Deze foto is alleen in kleur.















In 1975 vond de kaartenmaker het nodig een nieuwe ansicht te produceren. De tijden waren veranderd.



















De lange rokken zijn ingekort tot boven de knie. Een man met lange haren en wijde broekspijpen slentert voorbij. Een vrouw draagt een sexy spijkerbroek
.



En ook aan de gevels heeft een verandering plaatsgevonden:



En dat allemaal in tien jaar. De sixties moeten een visueel spektakel zijn geweest. Sommige mensen wisten waarschijnlijk niet wat ze zagen.

Sunday, January 15, 2006

Er zweeft een fiets door de kalverstraat


(klik om te vergroten)

Deze kaart van de Kalverstraat in Amsterdam is in 1952 verstuurd door een Amerikaan die het thuisfront wil laten zien waar hij had gewandeld. Een typisch jaren vijftig tafereeltje: vrouwen in lange rokken, mannen in pak, iedereen blank, en iemand heeft gewoon een pakje achter op zijn fiets laten zitten. Een mooie voorjaarsdag. Producent van de kaart is Uitgeverij Rembrandt. De foto hangt momenteel op posterformaat in boekhandel Scheltema, in een tentoonstelling met foto's van Amsterdam.

Uitgeverij Rembrandt heeft de kaart later laten herdrukken. Deze is verstuurd in 1956:



Wat klopt er niet?
De twee vrouwen op de voorgrond zijn weg. Weggeretoucheerd. Zou het toch te gewaagd zijn geweest, twee van die achterwerken prominent op de voorgrond, ondanks die zedelijke rokken? Hebben boze kopers protest aangetekend? Of hebben de vrouwen zichzelf herkend en wilden ze van de foto verwijderd worden? En waarom heeft Uitgeverij Rembrandt niet gewoon een nieuwe foto gemaakt?
Op het eerste gezicht valt de aanpassing niet zo op. De koper uit 1956 heeft haar waarschijnlijk niet eens opgemerkt. En de ontvanger...wie kijkt er nou aandachtig naar de vakantiekaarten die in de bus vallen? Maar van dichtbij....



Heeft die man met de pet wel hele kleine voeten gekregen. De schaduwen van man en vrouw kloppen niet. En een voorwiel van een fiets tekenen op een fotonegatief bleek voor de retoucheur toch iets te moeilijk.

Tuesday, November 22, 2005

Panorama Parijs




Bij Jos op het Waterlooplein vond ik vorige week vijf zogenaamde panoramakaarten van Parijs uit het begin van de twintigste eeuw. Ze zijn zo breed dat ze niet in een blik zijn te vangen - je ogen moeten er overheen dwalen. Zo lijk je je, veel meer dan met een gewone foto, in het tafereel te bevinden.
Ik vind het zulke mooie opnames van het straatleven dat ik er hier een plaats in een groot bestand. Klik op de afbeelding en als het goed is wordt ie dan extra groot. Je kunt hem ook nog naar je bureaublad downloaden. Zo krijg je hem waarschijnlijk nog groter in beeld in je eigen fotoprogramma, zodat je nog virtueler over deze Parijse boulevard kunt flaneren. Succes.

Friday, November 18, 2005

Een russisch kaartje


(klik om te vergroten)

'De socialistische hervorming van de landbouw', staat op deze Russische sovjet-kaart die ik in Moskou vond, 'vereist ingrijpende maatregelen van de kolchozencooperaties en de bevolking van de landbouwgebieden. Laten we ons verzetten tegen de koelakken [de grootgrondbezitters] die ons beletten een socialistisch land op te bouwen.'
Van het kaartje zijn een miljoen exemplaren gedrukt, vertellen de kleine lettertjes onderaan. Er staat een gezellige tekening op van een paar boeren die met hulp van de modernste technologie - stoomploegen - hun land bewerken. Op de achtergrond stoere electriciteitsdraden.



Achterop heeft de anonieme verzender een dringend verzoek geschreven voor T.V. Oestjoeg , hoofd van de cursusschool van de voorbereidende groep van de landbouwtechnische school. Ondergetekende heeft zijn gegevens opgestuurd voor het voorbereidende jaar van de school. Het is nu 17 februari 1931 en hij heeft nog steeds niks gehoord. De school begint al op 20 februari en ligt 130 werst (kilometer) ver weg. Wat nu te doen?

De kaart is waarschijnlijk geproduceerd in het kader van het eerste vijfjarenplan van Stalin uit 1928. Stalin had een collectivisatie van alle boerderijen bevolen. Verzet van de boeren en een slechte uitvoering van de plannen leidde tot hongersnood en uiteindelijk naar schatting enkele miljoenen doden.

Monday, November 07, 2005

Een winkeltje in Wenen


(klik om te vergroten)

Aanvankelijk voelde ik me gewoon aangetrokken tot deze foto. Een klein steegje in Wenen, in de jaren twintig of zo. Er is geen mens te zien. Toch moet er normaliter drukte heersen: al die reclameborden, met pijlen om de passant naar de dassenwinkel of de schoenenimporteur te lokken, suggereren dat veel mensen door de Griechengasse lopen. Op een kaartje uit een Baedeker-reisgids van 1929 is te zien dat de foto waarschijnlijk is gemaakt in de richting van de doorgang naar de Fleischmarkt.

Toen ben ik die reclameborden met een loep gaan bekijken. Kijk wat ik vond:

Josef Kafka, Boekbinderij. Familie van de schrijver Franz, uit Praag? Of diens inspiratiebron? Was Josef K. een boekbinder?

Monday, October 24, 2005

Een liefdeskaart in spiegelschrift

Liefdeskaarten van rond de eeuwwisseling kun je bij duizenden vinden, maar echte mooie exemplaren zijn zeldzaam. Deze vind ik prachtig (klik aan om m groter te zien):




Achterop heeft de minnaar van mejuffrouw Bosman een lange brief geschreven. In spiegelschrift:




Waarschijnlijk letterlijk met een spiegeltje in de hand geschreven. Ik stel me zo voor dat de schrijver niet wilde dat de heer Middelbeek, bij wie mejuffrouw Bosman blijkbaar inwoonde (was ze zijn huishoudster? Een pleegdochter?) de tekst zou lezen.
Met de computer zijn zijn woorden te ont-spiegelen:



'L. (?) To met deze deel ik je mede je kaart ontvangen te hebben. Nu schat je had er meer op gezet dan ik op de eerste. He dat vind ik heel aardig van je schat. Hoe vind je deze kaart lieve ze is prachtig he schat zaten we maar zoo he. Zou je het bevallen To daar word je zo raar van he maar schat het zal wel komen he. Nu To je schrijf toch van week nog eens he. Anders krijg je zaterdag op je begrijpt me wel he. Nu schat ik ben erg verkouden To dat is erg plezierig he. Maar ik hoop dat het zaterdag over is. Want dat is vervelend. Nu To dan maar gehoop op zaterdag. Tot ik je weer zie want ik verlang iedere seconde naar jou lieveling. Het gaat je verder goed schat en vele groeten van je liefhebbende jac. (?) Schoonmeisje (?) Nu engel schat ik bemin je Tot ziens, Arie (?). Dag schat.'

Sunday, October 09, 2005

snapshots van overwinnaars




Dit fotootje kocht ik, samen met een reeks soortgelijke, van een vrouw uit Wenen. Volgens haar staan er Duitse soldaten in een dorp in Oekraïne op. Ze poseren met vijf vrouwen. Duitse vrouwen, of plaatselijke schonen? Twee mannen met blote borst: het is mooi weer en misschien hebben ze gewerkt. Wat doen ze in dit dorp? Op de andere foto's staan dansende boeren en boerinnen, tot puin geschoten huizen, soldaten bij lege hutjes, mannen en vrouwen op pad met paarden, ossen, karren, zakken vol - vluchtelingen.

Snapshots van de overwinnaar. Het zal de zomer van 1942 zijn geweest, wanneer de Duitsers nog vol goede moed oprukken naar het oosten. Boeren worden verdreven, het koloniseren is begonnen. Even uitrusten voor een fotootje en dan weer verder.

Op een rommelmarkt in Warschau vond ik nog zo'n plaatje:

Een snapshot van een andere overwinnaar. Een Russische soldaat poseert in het puin van de Poolse hoofdstad met drie vrouwen en een meisje dat zijn pet heeft opgezet. Nu is het de zomer van 1945. De Duitsers zijn verdreven. Zou het dorp in Oekraïne nog bestaan? Leefden die mannen en vrouwen op de eerste foto toen nog?

Polen is bevrijd door de Sovjet-Unie. Hoe lang blijven deze vrouwen blij? Op de achterkant van de foto staat 'Warschau' in het cyrillisch. Misschien is de soldaat dus wel in Polen gebleven, is hij getrouwd met een van de dames, is de foto na zijn of haar overlijden op de rommelmarkt terecht gekomen. Maar misschien gaf de soldaat de foto wel als een souvenir en verdween hij daarna. Op naar Berlijn.

Een ander koloniseren begon.

Thursday, September 29, 2005

Een jongen en een meisje poseren



Een jongeman poseert in een fotostudio, in de jaren twintig of dertig. De fotograaf maakt een fotokaart - met de achterkant van een ansichtkaart - om op te sturen. Voor wie is de foto bedoeld? Zijn ouders, zijn geliefde, hemzelf? Achterop staat niks geschreven, dus deze is nooit verzonden. Maar het kan natuurlijk dat hij meerdere exemplaren liet maken, zoals je ook meerdere pasfoto's krijgt bij de fotostudio, en dat hij er eentje overhield. Die kwam na zijn dood (hoe oud zou hij zijn geworden?) op de rommelmarkt terecht waar ik hem vond, een paar maanden geleden.
Fotokaarten van anonieme mensen uit het verleden vind je op elke rommelmarkt wel. Ze zien er vaak hetzelfde uit: zondagse kleding, stijf rechtop zittend of staand, in cliche poses die naar geschilderde portretten verwijzen, strakke gezichten wegens de lange sluitertijd. Deze viel me op: Zijn nette pak met bloem op zijn revers, pochet, das in zijn broekband en kettinghorloge contrasteert sterk met die volkse platte pet. De jongen kijkt ook een beetje chagrijnig, misschien wel uitdagend en zeker niet overgeposeerd. Dat geeft hem allemaal iets 'echts' - door de pose heen schemert een individu.

Niet lang daarna vond ik deze kaart:



Een meisje, in bijna dezelfde pose bij net zo'n houten staketsel. Zij kijkt echt chagrijnig! Ze heeft haar blik strak naast de camera gericht op iemand die het nog wel te horen krijgt. Ze lijkt ook niet op de gelegenheid gekleed - alsof ze uit de keuken is weggesleept. Was ze een dienstbode die van haar baas (haar stiekeme minaar) op de foto moest?
Heerlijk om verhalen te fantaseren bij zulke foto's.
En dan iets wonderlijks. Op de achterkanten van beide fotokaarten staat het adres van de fotograaf. De jongen liet zich vastleggen in de '1ste Nederl. Snelfotogr. Atelier Rembrandt, Hoogstraat 373, t/o de R. K. Kerk, Rotterdam'. Het meisje in 'Foto Americain, Hoogstraat 158, Rotterdam, schuin over de Goudsche Wagenstraat'. In precies dezelfde straat dus.
Misschien hebben ze elkaar wel gekend...

(En vorige week las ik de bundel 'De vertegenwoordigers' van F. B. Hotz. Het verhaal 'De herhaling' begint met een oude man die zich voor de scheerspiegel een fotograaf van zestig jaar geleden herinnert.
"Hij was vijf toen, en op zijn hoede. 'Kijk eens naar het vogeltje,' had de man gezegd. Dat het geen echte vogel was begreep hij, maar volwassenen waren gek genoeg om een houten gedrocht uit het toestel te laten springen. Een grap. En dat ding kon je gezicht treffen.
Er was toen niets gebeurd. Hij had stil moeten staan naast een bloementafeltje van geel hout.
Van Kampen waste zijn gezicht. Het bleef grauw, even grauw als zijn dunne haar. Hij wist niet waarom hij met heimwee aan zijn kindertijd dacht, want hij was toen overal bang voor.")

Tuesday, September 20, 2005

Baedekers Generalgouvernement



Nadat de Duitsers in 1941 heel Polen hadden ingenomen, deelden ze het land in twee. Het westelijke deel werd toegevoegd aan Duitsland. Het oostelijke deel werd een soort Duitse kolonie onder de naam Generalgouvernement. Onder leiding van gouverneur Hans Frank (later in Neurenberg ter dood gebracht) onwikkelde dit staatje zich al gauw tot de 'vuilnisbak' van het Duitse rijk. De Polen werden gepest en vermoord. De joden werden uit de dorpen gehaald en in de getto's van steden als Warschau, Lodz en Lublin gestopt. Ook de joden uit Duitsland kwamen in deze overvolle openluchtgevangenissen terecht - tot ze natuurlijk allemaal naar de vernietigingskampen werden getransporteerd.
En ook deze kampen lagen in het Generalgouvernement: Sobibor, Treblinka, Chelm en Majdanek vielen onder het gezag van Frank. Alleen Auschwitz lag een paar kilometer in het door Duitsland geannexeerde gebied.
In 1942 leek het de heer Frank een goed idee de Duitsers op de hoogte te brengen van de prachtige attracties van zijn landje. Hij gaf het befaamde bedrijf Baedeker - al sinds de 19e eeuw producent van gezaghebbende reisgidsen - opdracht een boekje te schrijven. Stafauteur Oskar Steinheil reisde in de herfst van 1942 (onder begeleiding) door het gebied en schreef de Baedekers Generalgouvernement. Ik kocht het boek via internet van iemand in Polen.
In de inleiding en de daaropvolgende beschrijving van het gebied betoogt de auteur dat Polen al sinds de middeleeuwen eigenlijk bij Duitsland hoort. De Polen hebben de inval van de Duitsers uitgelokt. De joden noemt hij nauwelijks. Ze komen alleen even aan bod als verklaring voor de armoede van het land - die is hun schuld.
Het boek verschijnt in 1943. De Holocaust bereikt zijn hoogtepunt. Op de kaart van Warschau is het getto een witte vlek links boven het Adolf Hitler Platz.




En hoewel Auschwitz niet in het Generalgouvernement ligt, wordt het even genoemd als een stop op de route van Wenen naar Krakau.




Een paar nietszeggende zinnetjes.

De Baedekers Generalgouvernement is het wreedste boek in mijn boekenkast.

Friday, September 09, 2005

Wenken voor de bescherming


Een envelop uit 1961 die geloof ik naar elk Nederlands adres is verstuurd. Ik vond een mooi exemplaar op het Waterlooplein. In de envelop zitten vier brochures, gemaakt door de Bescherming Bevolking en getiteld 'Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf', 'Wenken voor eerste hulp' (allebei van wit karton met zwarte en rode letters), 'Voedselvoorraad in het gezin' (een groen foldertje) en 'Toelichting op de wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf' (gevaarlijk rood). Ze vertellen wat u (en uw gezin) moet doen in het geval van oplopende politieke spanningen, luchtalarm, conventionele bombardementen en vooral een atoombomaanval (een waterstofbomaanval op Nederland wordt niet waarschijnlijk geacht omdat 'de tegenstander' die dure bommen zal 'reserveren voor zeer grote doelen buiten ons land' - een kaartje toont wel dat de fallout van een H-bom op Zuid-Engeland tot voorbij Roermond zal reiken).

Enkele vragen waarop de Bescherming Bevolking antwoord geeft:

Wat moet ik doen bij luchtgevaar?
Wat is de veiligste schuilplaats in het huis?
Welke artikelen zijn lang houdbaar en kan ik dus alvast in de kelder opslaan

Hoe druk ik een slagader dicht?

Hoe bescherm ik mij tegen de explosie van een atoombom, wanneer ik er tenminste niet al te dicht bij ben?

'Denkt u dus bij alles, wat u doet, aan deze drie A's:
de A van afstand
de A van afscherming
de A van afwachten
(tot de straling is afgenomen)'


Er wordt nu overwogen een zelfde soort envelop rond te sturen om mensen te vertellen wat ze moeten doen in geval van een terroristische aanval (of wat ze moeten doen wanneer ze een terrorist zien, of een laptoptas op het station).

Ben benieuwd waar ze mee komen.

Tuesday, August 30, 2005

Een vliegtuigje in de fotostudio











Deze fotokaart vond ik op een grote rommelmarkt in Warschau. Uit de tijd dat vliegen nog een groot en nieuw avontuur was, vermoed ik. De kinderen kijken zo angstig, dat je zou denken dat ze echt vliegen.

Friday, August 19, 2005

Caffe Hausbrandt


Een koffiepot die lachend zijn eigen koffie drinkt is het logo van caffe Hausbrandt. Dit servetje heb ik meenomen uit cafe Central in Triest, het cafe waarover de Italiaan Claudio Magris schrijft in zijn boek Microcosmi en waar een geschilderd portret van de schrijver hangt. Het merk stamt uit Triest en is opgericht in het jaar 1892. Ik ken het niet, maar ik zag het op mijn reis in de regio achtereenvolgens in Triest (Italie), Rijeka (Kroatie) en Ljubljana (Slovenie). Alle drie steden behoorden voor 1918 tot het Oostenrijk-Hongaarse rijk. Is dit merk teken van een opleving van het midden-Europese gevoel en midden-Europese welvaart, over de nieuwe grenzen heen, of een kapitalistische truc? (Zes weken later zag ik in Moskou een luifel van caff Hausbrandt; zelfs de voormalige bezetter wordt veroverd!).
Kijk trouwens eens op de Nederlandse stations. De reclameposters voor eten en drinken in de kiosks lijken opvallend veel op het lachende koffiepotje.

Monday, June 20, 2005

De speen is vertaald!

Monique heeft de tekst van de Russische poster vertaald (zie twee blogs terug)!


Betere spenen
zijn er niet en nooit geweest
Geschikt om tot op hoge leeftijd op te zuigen

Overal te koop


Een reclametekst of een bitter commentaar op de oorlog?
Zijn dat armen of de brakende lopen van een kanon?

Tuesday, June 07, 2005

Een kruisje bij het raam van mijn ziekenzaal

Het Andreas Ziekenhuis aan de Theophile de Bockstraat in Amsterdam-West staat nog maar half overeind. Vanuit de tram naar station Lelylaan is te zien hoe ijzeren staven uit blootgelegde wanden steken; de voormalige parkeerplaats ligt bezaaid met rotzooi. Nog even en de slopers hebben alle sporen van zijn bestaan uitgewist en dan verrijzen er nieuwe woningen op de lege plek.
Van zo'n toekomst zullen de bewoners in de jaren zestig niet hebben gedroomd. Het Andreas Ziekenhuis was een symbool van vernieuwing. Eindelijk geen bakstenen viezigheid meer, geen heen en weer gehol van zusters tussen tochtige barakken, nee, een wit gebouw van modern beton en glas, met rechte hoeken en overzichtelijke gangen, brede liften en oranje zonweringen. Ze waren trots op hun hospitaal. Zo trots, dat ze in de winkel op de begane grond ansichtkaarten gingen verkopen met foto's van de flat.
Die werden gretig verkocht. Niet aan de bezoekers, maar aan de patienten. Zo konden ze hun familie, geliefden en vrienden laten weten waar ze aan hun herstel werkten. Een kruisje diende om aan te geven waar de zieke zijn verzorging genoot.





Ik vind het een fascinerende kaart. Zo leeg, zo doods, zo eenzaam. Wie is die man op de voorgrond? Een opa die bijkomt van een hartaanval? De boodschap op deze kaart is kort: 'Jan, kamer 257, 2e etage'.

De vrouw op de volgende kaart was spraakzamer.

'Lieve tante, Even een berichtje uit 't ziekenhuis. Hart. dank voor 't geld. Operatie gelukkig weer achter de rug. 13 stenen en steentjes. Heel goede verzorging. Alles viel erg mee. Dokter was vanmiddag nog hier en was zeer tevreden. Zusters zijn heel erg aardig. Heb niet veel pijn. Wat gaat zo'n operatie vlug voorbij he? Fijn, dat Henk bij U geweest is, hij redt het gelukkig wel met vader en moeder. Nu tante, dit was weer wat nieuws. Groeten van Rie.'

Zij zat achter het kruisje op de derde verdieping.

Thursday, June 02, 2005

Een mannetje met een speen


Een vriend stuurde me laatst deze kaart op. Ik dacht dat het een freecard was, zo'n ansicht die je uit het rekje in de kroeg pakt en meeneemt. Hij ziet er toch modern uit, door de felle kleuren, de hoekige tekeningen en dat mysterieuze cyrillische schrift. Maar kijk onderaan: dit is een poster uit 1923, gemaakt door de dichter Vladimir Majakovski en de fotograaf Alexander Rodchenko. Russisch futuristisch spul dus. Monique heeft het woord 'spenen' ontcijferd (sosok) en werkt aan de rest van de vertaling.

Zijn dat kogels in de mond van het mannetje?

Saturday, May 28, 2005

De ongelukkige emigrant



Een kaart uit 1958 van het cruiseschip de s.s. Statendam, een van de paradepaardjes van de Holland America Line. Ik kocht hem omdat ik dacht dat mijn moeder op deze boot naar Canada is ge-emigreerd. Helaas, ik had me vergist, ze voer op de Rijndam. Ik heb de kaart bewaard (hij is nu boekenlegger in Proefspel van F.B. Hotz) vanwege de treurige tekst op de achterkant. Ik neem aan van een emigrant.




Hoboken, 1958,

Aan de familie Hekking, Laan van Meerdervoort 1644, den Haag, Holland:

'Hallo beste mensen,
de reis was uitermate vervelend (zal wel aan mijn onvermogen to relax gelegen hebben) en het wachten is nu op de dingen die komen gaan. Zoals gewoonlijk verwacht ik het ergste...
Hoop jullie binnen afzienbare tijd een krabbel uit New York te sturen. Hoor ik ook iets van ons goede oude den Haag?
gegroet,
Hans'

Wednesday, May 25, 2005

Het uittrekken van een broek



Zaterdag vond ik op de boekenmarkt op de Dam in Amsterdam deze bundel van Gerrit Krol uit 1970. Kosten: 8 euro.
Mooi plaatje he?
Ik ben geen fan van grotewoordenpoezie, maar dit boekje zit vol speelse, openhartige regels en dat bevalt me wel. Er staan grappige gedichtjes in over reizen, vrouwen en erotiek, best wel expliciet soms en vaak op een quasi-wetenschappelijke toon geschreven, alsof er een ultieme wijsheid aan het uittrekken van een broek kan worden onttrokken. Er staan ook foto's van vrouwen in, met kort commentaar, zoals bij de coverfoto: 'Zo kan het ook'. Ik vond de gedichten lijken op de alledaagse 'ready-mades' uit Barbarber, een tijdschrift uit die tijd van J. Bernlef, G. Brands en K. Schippers, maar dan lijflijker en emotioneler.
Ze lijken over schaamte te gaan, en hoe dat te doorbreken.

Dit vond ik bijvoorbeeld binnenin:



En kijk eens naar haar tanden. Volgens mij zijn ze op het negatief bijgebleekt door de fotograaf.
Die vrouwen zijn nu dus minstens 35 jaar ouder.

groetjes
Henk