Gevonden voorwerpen

Monday, October 20, 2008

Naar de kerk

Elke zondagochtend om tien uur gingen we in de jaren zeventig naar de gloednieuwe kerk in onze nieuwbouwwijk. Die kerk was anders dan alle andere kerken in Apeldoorn.
In het oude centrum had je de Kerk der Kerken, de zogeheten Grote Kerk. Een neoklassiek ding uit eind negentiende eeuw, waar koningin Wilhelmina jarenlang ter kerke was gegaan. Ze had immers om de hoek gewoond, in Paleis het Loo. We gingen op kerstavond wel eens naar de Grote Kerk. Ik herinner me drommen mensen op het knisperende grint voor de ingang, in het gele licht van de lantarens. We moesten een keer tegen de muur staan, zo vol was het. Af en toe zat Beatrix met gevolg in de koninklijke loge - het was (en is misschien nog wel) haar favoriete plek om kerstavond te vieren, fluisterden de mensen reikhalzend naar elkaar.



(klik om te vergroten)

In onze nieuwbouwwijk stond ook geen lomp modernistisch geval met rare hoeken, zoals ze in de wijken uit de jaren vijftig en zestig werden gebouwd. Zoals deze in Zevenaar:


(klik om te vergroten)

Of dit gestileerde glas-en-beton monster in Voorburg:


(klik om te vergroten)

Of tenslotte dit, nou ja, ding in Loosduinen:

(Klik om te vergroten)

Ik schijn in zo'n met de blokkendoos ontworpen kerk gedoopt te zijn - hij is al jaren geleden gesloopt.

Nee, wij gingen naar een nieuwe nieuwbouwkerk: een onopvallend laag gebouw van zachtbruin baksteen. Het was vrijwel onherkenbaar als godshuis, het had geeneens een klokkentoren, het had net zo goed een zalencentrum kunnen zijn. Sorry dat ik er ook nog ben, leek het te zeggen, let niet op mij. Enkele jaren na de kerk verscheen er op hetzelfde terrein in het midden van de wijk een bibliotheek: de twee waren nauwelijks uit elkaar te houden. Ze stonden naast het nieuwe winkelcentrum, dat ook al in dezelfde stijl was gebouwd. (Het winkelcentrum gaat een dezer dagen uitgebreid worden, en in de plannen op internet lees ik dat de kerk een stukje moet opschuiven: aan de ene kant wordt een plakje afgesneden, aan de andere kant wordt dat er weer aangebouwd. Zo past de nieuwbouwwijk zich flexibel aan aan de nieuwe tijd.)

Het was de enige kerk in de wijk. Nog een verschil met wijken uit de voorgaande decennia, waar minstens drie kerken stonden: een katholieke, een gereformeerde en een hervormde. Nu, in een tijd van secularisering, heette onze kerk 'S.O.W.', Samen Op Weg. Dat wilde zeggen: de hervormden en gereformeerden deelden de dienst. Onze kerk was zelfs nog specialer: ook de katholieken gingen er ter kerke, een uurtje voor ons. Ik zag ze altijd de zaal uitlopen in hun zondagse kleren als wij binnenkwamen, ook in zondags pak. Vreemde mensen.

In de kerk werd ik voor het eerst verliefd. Een meisje in het koor, ik denk tijdens de kerstdienst, of tijdens pasen. Ik was twaalf en keek op. Een plotseling en groot gevoel van opwinding, gevolgd door geobsedeerd gluren naar het lage podium tijdens het zingen, ik wist niet wat me overkwam. Ik heb haar daarna nooit meer gezien, geen idee wie ze was. Ze had kort, donker haar en donkere ogen.

(klik om te vergroten)

De preek begon. Wij kinderen werden naar de 'kindernevendienst' gedirigeerd. Ik kan me er weinig van herinneren, behalve dan het gevoel van opluchting als wij de zaal mochten verlaten: we hoefden niet naar die ellenlange preek te luisteren. We werden voorgelezen, we knipten en plakten, veel concreter wil het niet worden. Na de dienst werden de rode psalmenboeken teruggelegd op een tafel en begon het sociale gebeuren: mijn ouders ontmoetten hun vrienden, vaak ouders van mijn vriendjes, klasgenoten op de lagere school. Wij gingen dan bij hen 'op visite', of zij bij ons. Ik vond dat meestal heel gezellig.

Na verloop van tijd verwaterde dat allemaal. Mijn vader (uit een streng gereformeerd huis) en moeder (wat losser, hervormd) bleven steeds vaker uitslapen. Mijn broer en ik drongen niet bepaald aan. Strenge zondagse regels (geen geld uitgeven!) werden overtreden toen de sigaretten van pa en ma op het verkeerde moment op waren en de winkel van de benzinepomp om de hoek lonkte. Zo kreeg de secularisering ook ons in haar greep, zo namen mijn ouders afscheid van hun jeugd.

Wednesday, July 02, 2008

Ergens, een rijtjeshuis


(klik om te vergroten)
Er is een zwartwitfoto waarop ik, amper twee, met mijn ouders over een bouwterrein loop. Ik kijk naar iets in het zand, mijn vader wijst: daar kwam ons huis. Een jaar later trokken we in onze woning in de nieuwbouwwijk. Een rijtjeshuis natuurlijk. Kleine tuin en schuurtje voor, tuin achter, schuin dak, dakraam, links en rechts precies hetzelfde. De bakstenen waren van een bepaald soort roodachtig bruin dat je meteen herkende: iets lichter van kleur hoorde bij de volkswijkjes uit de jaren vijftig. Die waren oud, onze wijk was nieuw.
De huizenblokken vormden twee rechthoeken in elkaar, met de gevels naar elkaar toe, zodat je een straat kreeg die in een vierkant liep. Wij keken overigens niet uit op een ander huis, maar op een grasveldje met een zandbak en onze knikkerbaan. In die zandbak speelden we met kattenpoep, niet te geloven nu. Achter ons huis lag een groter grasveld, en daar gingen we na het eten altijd voetballen (als de zomertijd was ingegaan). Er stonden ook dunne boompjes die als doelpalen dienden, maar we konden ook 'boompje' spelen: proberen de bal tegen de boom van de ander(en) te schieten. Ik ben ook wel eens tegen zo'n boom aangelopen tijdens een partijtje: dikke lip, bloed, huilen. Erachter begon een nieuw blok rijtjeshuizen. En aan de overkant van de vijver weer een. Enzovoort, een heel labyrint van kleine gemeenschapjes, met elkaar verbonden door smalle voetpaadjes. Zo woonden we, op veilige afstand van de grote rondweg, van de grotemensenwereld, tussen het groen, op ons woonerf. Als je aan het touw trok dat uit de brievenbus stak, ging de deur open.
's Avonds zat ik op mijn slaapkamer wel eens stiekem uit het raam te kijken. Op een dag zag ik een merel op het dak van de schuur zitten, in het licht van de lantarenpaal.
Dit, en nog veel meer, kwam bij me op toen ik na lang zoeken bovenstaande kaart in handen kreeg van een rijtjeshuis. Heel herkenbaar, bijna identiek aan ons huis uit de jaren zeventig. Maar in Annen, een plaats waar ik nog nooit van had gehoord.

Wednesday, May 28, 2008

Gymmen in een schoenendoos

Mijn eerste sporthal was de gymzaal vlakbij de lagere school. Daar gingen we, twee aan twee zingend in de rij, plastic tasje met gymkleren in de hand, meester voorop, de klas uit, de straat over, langs het veld, de rode (of was het groene?) deur door, het betegelde gangetje in, de kleedkamer binnen.

Was het een sporthal als deze, de Smeltehal in Middensmilde?

(klik om te vergroten)

Nee. Het was wel zo'n schoenendoos, maar deze is te groot, dit is een laarzendoos. Zo'n hal stond bij ons verderop, daar oefende een volleybalvereniging. Veel komt me op deze kaart trouwens wel bekend voor: bij ons in de nieuwbouwwijk in Apeldoorn ook overal vage struiken langs de stoep, zwerfkeien als straatdecoratie, en van die rode daklijsten om dit soort geblokte bouwsels een beetje op te fleuren.
Ik realiseer me nu pas dat er in onze wijk (en waarschijnlijk ook veel andere) wel drie soorten sporthallen bestonden. Meest opvallend was de megahal, voor grote clubs en drukke toernooien, maar ook voor beurzen, congressen, rommelmarkten en concerten. Geen schoenendoos, geen laarzendoos, een verhuisdoos. Deze hal had vaak meerdere zalen, een café, uitschuifbare tribunes, en soms ook nog een galerij bovenlangs. Vaak raakten de uitbaters vlak na de bouw al in de financiële problemen, omdat de wijk zo'n hal helemaal niet kon dragen - daar moest eerst een 'regionale functie' voor worden gekweekt. De Schelft in Noordwijkerhout is er waarschijnlijk zo een, hoog en fortachtig, een beetje afgescheiden van de bebouwde kom door velden en parkeerplaatsen (op de website lees ik dat er vandaag de dag zelfs een zwembad en een 'health club' bij zitten, en nog veel meer in 'het sportieve, recreatieve, muzikale en culturele middelpunt van de bollenstreek'):
(Klik om vergroten)

Wij kregen er in de jaren tachtig een, de nog altijd bestaande Americahal (die officieel net aan de overkant van het spoor staat, dus niet meer in onze wijk, maar ik reken hem er toch maar toe). Gesport heb ik er niet, maar ik heb er wel Kim Wilde gezien, tijdens een Toppop roadshow met Bas Westerweel. Ze viel tegen. Later ging ik er vaak naar de vlooienmarkt met mijn vader - ik heb er nog wel eens kaarten gevonden.

De tweede soort sporthal, de laarzendoos, zag je overal in de wijk, en dan vaak langs een doorgaande weg. Hier speelden clubjes tegen elkaar. Sommige hallen behoorden zelfs tot één club, daarvan hing dan de naam groot aan de gevel,met een logo ernaast van een geabstraheerde volleyballer die een bal smasht of zoiets. De Smeltehal reken ik hiertoe, maar ook De Zomp in Enter (de Schelft, de Smelte, de Zomp, wie bedacht die namen? Zo lelijk - maar ze horen voor mij onlosmakelijk bij de buitenwijk):

(klik om te vergroten)

Met zo'n heg met weerbarstige rode struiken waar je krassen op je handen van krijgt, en van die witte stenen paaltjes - waartegen moesten die eigenlijk beschermen, een ramkraak?
En de Steinbach-hal in Pijnacker, met een erg herkenbare lage ingang met glazen pui:

(klik om te vergroten)

Deze hal bestaat niet meer, die is begin dit jaar gesloopt. Zie op http://video.google.com/videoplay?docid=-9132599001777443451 hoe de storm van 31 januari de laatste dakplaten van het skelet rukt - dit gebouw was duidelijk niet voor de eeuwigheid gemaakt, zoals zoveel in de nieuwbouwwijk. Zo kan er steeds weer opnieuw worden begonnen.

Van de zaaltjes die ik bedoel, de anonieme gymlokalen midden in de wijk, heb ik nog geen kaarten gevonden, en ik vraag me af of ze bestaan. Maar ik heb wel een interieur, op een kaart uit Halsteren met foto's van 'cultureel centrum' De Sprenge, dat herinneringen bovenbrengt: na het omkleden de zaal in, rubberen zolen die hol piepen op de plastic groene vloer vol gele en rode lijnen. Wat zullen we vandaag krijgen? Trefbal? (leuk, meisjes raken) Het uitschuifbare klimrek in? (eng) Hangen aan de ringen (stom) Zaalvoetbal? (ja!) Of toch korfbal? De meester doet de deur dicht, gym gaat beginnen.

Tuesday, May 06, 2008

Het mat wat terug gekomen is

Op deze kaart is niet veel te zien:

(klik om te vergroten)

Een nietszeggend, tijdloos landschapje. Op de voorgrond weiden met koeien en een traktorspoor naar een gebouwtje onder een boom, heel idyllisch. Daarachter een boerendorp. Huizen, bosjes, akkers, schijnbaar achteloos over de heuvels gestrooid. Waar zijn we hier, Oostenrijk, Duitsland? Alleen die rij blauwe gebouwen valt een beetje uit de toon; met je ogen toegeknepen is het net alsof een gletsjer midden in de vallei tot stilstand is gekomen. Zijn het kassen, loodsen? Zeker van een hereboer met ambitie, vast niet geliefd in de omgeving.

Mis. Dit, vertelt de achterkant van de kaart, is het stadje Velika Kladusa. Het ligt in Bosnië-Herzegovina. En die blauwe gebouwen, dat zijn de opslagloodsen voor het materieel van de 'Zwarte Beren' - een Canadese legereenheid.

Wat je ziet is een kaart van de IFOR-vredesmacht in voormalig Joegoslavië. Zulke kaarten werden in 1996, toen IFOR actief was, door vredessoldaten naar huis gestuurd als zogeheten veldpost. Deze, die ik op internet vond, is helaas onbeschreven.

Verandert dat iets aan de manier waarop je naar het landschap kijkt? Je zou met Armando kunnen zeggen dat het nu een 'schuldig' landschap is, omdat je nu weet dat deze grond een onverschillige getuige is geweest van een oorlog. Ik zou het wat neutraler formuleren: doordat je weet dat hier een burgeroorlog voorbij is getrokken (nou ja, een vredesmacht dan, maar in Velika Kladusa schijnt ook behoorlijk te zij gevochten), krijgt het landschap er een extra dimensie bij - een historische. Er is opeens ruimte voor vragen: wat zou hier gebeurd zijn? Aan welke kant stonden de inwoners van de huizen op de kaart? Wat hebben de Canadezen allemaal gedaan? Staan er details op de foto die herinneren aan gevechten? (Ik heb ze niet gezien.) Achter het landschap verrijst een tweede landschap. Op de foto staat niets meer vast. Het beeld is niet tijdloos en nietszeggend meer, er hangt een onzichtbare wolk omheen van verhalen die vertellen hoe de stenen op hun plaats zijn gekomen.

De ene plek heeft meer geschiedenis dan de andere. Zeg 'Joegoslavië' en de vragen beginnen. Zeg 'nieuwbouwwijk' en er valt een stilte.


(klik om te vergroten)

Dit is Zoetermeer, een nieuwbouwwijk uit de jaren zeventig met 'koepelwoningen'. Zoetermeer is een oud stadje, maar vanaf eind jaren zestig zijn de gronden er omheen op grote schaal volgebouwd met wijken als deze. Veel verleden heeft dit woonerf dus nog niet, het is op zijn eigen manier ook een nietszeggend, tijdloos landschap. 'Ik kan me nog herinneren dat hier vroeger alleen maar weilanden waren', zoals ik mensen in de buitenwijk waar ik zelf opgroeide vaak hoorde vertellen. Dat was ook deel van hun aantrekkingskracht. De buitenwijk was een lege pagina die je zelf mocht vullen met verhalen, en er hing daarom een optimistische sfeer, de belofte van een nieuw begin. Niet dat die werd ingelost, maar daar kwamen de meeste inwoners pas later achter.

Stukje bij beetje beginnen de buitenwijken geschiedenis te verzamelen. Onherroepelijk natuurlijk, want de tijd dendert voort. Deze kaart werd op 14 augustus 1995 vanuit Zagreb naar een buitenwijk in Utrecht verstuurd:


(klik om te vergroten)


Dit zijn Pakistaanse vredessoldaten van Unprofor (de voorloper van Ifor) op weg naar 'Camp Pleso' bij het vliegveld van Zagreb. Op de achterkant een bericht van een Nederlandse militair. 'Zitten nu bijna een jaar in Heeslingen maar maak maar een gedeelte van deze mooie zomer mee in ons droomhuisje', zo begint het. Heeslingen is een plaatsje vlakbij Seedorf in Duitsland, waar toen Nederlanders waren gelegerd. De schrijver had er zo te horen een mooie woning gekocht, wie weet onder een boom bij een traktorspoor.
Het was een goede zomer, maar hij kon er niet van genieten, hij werd uitgezonden: 'Sinds 26 juli in Zagreb en waarschijnlijk 1/2 sept terug.' Er moest een klus worden geklaard voor Unprofor: 'We zijn bezig het mat wat terug gekomen is uit Srebrenica te repareren. Als dit rond is, kunnen we weer naar huis. Groetjes Piet'.
Srebrenica viel op 11 juli 1995, een maand voor het schrijven van dit kaartje dus. Het mat wat terug is gekomen, is neem ik aan materieel van de Dutchbatters die naar huis mochten omdat er in Bosnië niks meer te doen was. Zo krijgt een argeloos kattebelletje opeens een duistere lading: je kunt het niet meer lezen zonder aan de massamoord te denken. Het kaartje, zou je kunnen zeggen, is 'besmet' met geschiedenis (misschien zou Armando het zelfs een 'schuldig' kaartje noemen). En het draagt zijn virus over aan iedereen die het leest. Zelfs in de nieuwbouwwijk.


Thursday, March 20, 2008

De bus was geel

We hoorden ze in de verte optrekken. De gele bussen. Als Freggles reden ze hun rondje, door niemand echt opgemerkt, tot je ze nodig had. Ze scheurden te hard op de ringweg, ze remden te plotseling bij de hoekige bochten de wijk in, ze wurmden zich door het labyrint van de woonerven. Overal waar ze stopten om passagiers in en uit te laten blokkeerden ze het verkeer. En het leek wel of elke halte (zo'n bordje op een paal) zo was geplaatst dat je er alleen kon komen via een platgetreden paadje langs de struiken om de vijver.


(klik om te vergroten)

Zulke bussen dus. Van Daf. Dacht ik tenminste. Achterop de kaart staat dat de onderste inderdaad een Daf is ('9200 serie'), maar daarboven rijdt een Leyland ('2500 serie'). Heb ik vroeger dan in verschillende types bussen gezeten? Voor mij waren ze allemaal gelijk. Ik heb het even opgezocht op internet. Wat blijkt: op deze kaart is de 'standaardstreekbus' te zien (zie wikipedia). Leefde van 1967 tot 1988, ontstaan uit de behoefte aan landelijk gestandaardiseerd, comfortabel busvervoer - vandaar die sissend openklappende deuren. Er bestonden inderdaad verschillende versies van, maar die zagen er ongeveer hetzelfde uit. Ze reden door het hele land, ze moeten verankerd liggen in het geheugen van bijna elke Nederlander boven de vijfentwintig. Met steeds weer minieme verschillen. 'Centraal Nederland' ken ik zelf bijvoorbeeld niet. Wij hadden de VAD, de Veluwse Autobus Dienst. Bestaat niet meer. Net als de FRAM, de NZH, de GADO, de GVA, de VAGU, de Zuidooster, de NOF. Weggefuseerd en -geprivatiseerd rond dezelfde tijd dat het woord 'streek' uit het vocabulaire verdween.

Ik maakte mijn eerste reis in een gele bus. Ik was twaalf en wilde er alleen op uit. Mijn ouders zetten me op de bus bij de halte om de hoek en ik mocht een heel rondje mee door de stad, helemaal alleen. Ik kan me er niet veel meer van herinneren. Op welke plek ben ik gaan zitten, voorin bij de chauffeur of lekker anoniem achterin? Ik zal wel uit het raam gekeken hebben. Waar dacht ik aan?
Mijn laatste busherinneringen stammen uit mijn studententijd. Wachten op het winderige busplein bij het treinstation (nu verdwenen, evenals het grijze kantoorgebouw ernaast en het FNV-kantoortje aan de overkant. En bestaan die dikkige chauffeurs met hun pullovers en hun loodgieterstassen trouwens nog?). Daar komt nr. 1 de hoek omzetten. Piepende remmen. In de rij, trapje op, ov-kaart laten zien, plek zoeken. En dan een groot gevoel van vervreemding van de medepassagiers, kauwgumkauwende meisjes met te grote oorbellen, kaalgeschoren gabbers, oma's in bloemetjesjurken - hier voelde de student zich niet meer thuis.

Wanneer ik als tiener uit de stad kwam, nam ik wel eens de bus terug. Van precies deze halte op de Hoofdstraat, die nog altijd bestaat:


(klik om te vergroten)



Wednesday, February 27, 2008

Mijn winkelcentrum

Eind jaren zeventig moest onze nieuwbouwwijk een nieuw winkelcentrum. We hadden er al twee, maar die waren klein en stonden beide in de noordwestelijke hoek van de wijk, best ver weg voor veel bewoners. Het nieuwe moest groot worden en in het midden staan - waar het uiteindelijk ook kwam, min of meer in het midden van de min of meer cirkelvormige rondweg, die min of meer in het midden van de wijk was aangelegd.

Hoe moest het winkelcentrum eruit zien? Die vraag heeft waarschijnlijk veel hoofdbrekens gekost. Voorbeelden te over. Het kon een soort Rotterdamse Lijnbaan worden, zo ongeveer de eerste moderne winkelstraat voor voetgangers in Nederland, aangelegd met dank aan de Duitsers die het sloopwerk van het oude centrum voor hun rekening hadden genomen.
(klik om te vergroten)

Nee, gelukkig kwam het zo ver niet in Apeldoorn, behalve dat daar uiteindelijk ook een wandelgebied zou komen. Zo'n eentonige rij betonnen dozen met glazen pui, toen heel modern natuurlijk (en nu rijksmonument), ik word er niet vrolijk van (nog steeds niet, als ik er toevallig een keer ben). Kijk wat er van gekomen is in Amstelveen:

(klik om te vergroten)

Met een paar fijne toevoegingen aan het Rotterdamse model, zoals een reclamepaal en glazen vitrinekasten in het midden van de straat. Maar nog steeds: een plek waar mensen altijd regenjassen lijken te dragen.

Ook in Vlaardingen is geexperimenteerd met het Rotterdamse model, nu met nog meer woonflats boven de winkels en uitzicht op een soort van snelweg. Het werd er niet beter op:


(klik om te vergroten)

Een echte 'koopgoot'. Mijn wijk in Apeldoorn heeft gelukkig ook niet het voorbeeld gevolgd van Heerhugowaard. Ik denk dat ze daar een Amerikaanse 'mall' wilden imiteren, zeg maar een gigantische parkeerplein met winkels er omheen:

(klik om te vergroten)

Waar zou die toren voor zijn? In ons winkelcentrum kwam geen giga-parkeerplaats (wel een kleine), maar een parkeergarage. Dat was handig, zeiden ze, want dan kon je altijd de auto kwijt zonder dat ie in de weg stond. Het was een hele sensatie. Ik had er nog nooit een gezien. Ik weet nog dat wij in het begin met onze fiets de helling afcrossten, om de slagboom heen manoeuvreerden en vervolgens rondjes gingen rijden in de donkere, holle ruimte vol dikke zuilen. Aan de zijkanten waren betonnen trappen omhoog, dan kwam je onopvallend ergens tussen twee winkels uit. Vlak naast de sigarenboer bijvoorbeeld, waar we altijd voetbalplaatjes kochten. Vervolgens gingen we dan midden in de winkel op de vloerbedekking zitten om de zakjes open te scheuren. Ik kan me niet herinneren dat de eigenaar ons wegjoeg, ik weet alleen nog dat we daar zaten, op dat warme tapijt dat naar warm tapijt rook, en voetbalplaatjes ruilden. Ruud Gullit bij Haarlem, een smalle eerstedivisiesticker, ik heb hem nog ergens in een album.
Het zal duidelijk zijn dat in onze wijk in Apeldoorn ook geen overdekte-multifunctionele-multilevel megaplex verrees, zoals op een dag in Utrecht:


(klik om te vergroten)
Sowieso was het hele idee van 'overdekte' winkelcentra rond 1980 even uit volgens mij. Die twee kleine centra in onze wijk, een paar jaar eerder gebouwd, waren dat nog wel, ze hadden van die plastic overkappingen boven de straatjes. Rare echo gaf dat. Er klonk ook vaak een muziekje. Uiteindelijk werd het plastic vies en kwam er een dof licht rond de winkels te hangen. Het was er ook altijd een beetje muf, door het gebrek aan zuurstof hing er zo'n geur die ik later vaak in de metro zou tegenkomen.


(klik om te vergroten)

Straten zoals deze in Nieuwegein moesten waarschijnlijk herinneren aan de 'passages' uit de negentiende eeuw, zoals die prachtig hoge in Milaan waar je nog altijd kunt winkelen. Maar dat deden ze niet echt.

Maar wat voor winkelcentrum is er dan wel gebouwd in mijn buitenwijk in Apeldoorn? Het is moeilijk, ik heb nog steeds geen kaart gevonden die er op lijkt. Stel je een winkelstraat voor die in een vierkant loopt, met aan beide zijden winkels. Het is een kleinschalige geheel. Alles is van bruinrood baksteen, veel donkerder dan hier in Bladel, maar de sfeer lijkt erop:


(klik om te vergroten)

En de meeste winkels hebben niet van die platte, lage appartementen boven zich, maar bevinden zich onder hoge, smalle huizen met een onregelmatig dakpatroon: plat en schuin, verschillende hoogtes, een soort Italiaans stadje, maar dan de goedkope jaren tachtig versie. Een heel klein beetje zoals in Lelystad. Het bovenste deel lijkt erg op de hoek waar in Apeldoorn de apotheek stond. Denk onderin de straat wat breder.


(klik om te vergroten)

Of beter nog, zoals in die andere nieuwe polderstad, Almere, waar ze een grachtengordelversie van een winkelgebied bedachten. Denk alleen even het water en die toren weg.




(klik om te vergroten)

Op menselijke maat en overzichtelijk, ik voelde me er als kind geloof ik wel prettig. Hoewel er, als ik er goed over nadenk, ook altijd een bepaalde stilte hing, iets kunstmatigs en afstandelijks. Je fietste er heen om iets te kopen, je bleef er niet hangen op een straathoek. En de wind blies vaak best ongenadig door de straten. Misschien toch niet toevallig dat we de warmte van de vloerbedekking in de sigarenwinkel opzochten.

Thursday, December 20, 2007

De noodgebouwenbouwer

Noodgebouwen waren een bekend fenomeen in onze nieuwbouwwijk. Er stond altijd wel ergens een 'noodgebouw' - ik vond dat als kind heel gewoon. Zo zou er een groot winkelcentrum in het midden van de wijk verrijzen, met een parkeergarage, maar dat ging nog even duren. In de tussentijd konden de buurtbewoners terecht in de noodgebouwen op het braakliggende terrein achter mijn lagere school, waar ze ook al een crossfietsbaan hadden aangelegd. Dit was eind jaren zeventig, de Maten in Apeldoorn. In het provisorische winkelcentrumpje kocht ik mijn eerste boeken: Kluitman-pockets van De Vijf uit een rekje achter in de Blokker, bij het raam.
Het eerste jaar van de kleuterschool bracht ik door in een noodgebouw van de katholieke basisschool. Ik moest eigenlijk naar de protestant-christelijke basisschool, maar die zat nog even vol.


(klik om te vergroten)

Deze kaart komt uit Amsterdam (links zie je een stuk van het Rijksmuseum), maar zo speelden wij in mijn herinnering op het plein voor de noodgebouwenkleuterschool. Onze noodgebouwen hadden ook dunne gekleurde muren, een donkere bovenrand (in mijn herinnering bruin, niet zwart) en vierkante ramen die openklapten. Die houten dubbele deuren komen me eveneens bekend voor. En die regenpijpen met een bocht bovenin natuurlijk. Volgens mij hadden die tijdelijke bouwsels binnen linoleumvloeren, waar je voeten zo goed op stampten, maar dat weet ik niet zeker (de eerste drie jaar van de middelbare school heb ik, in een andere wijk, ook in noodgebouwen doorgebracht, misschien haal ik herinneringen door elkaar. De noodgebouwen van deze middelbare school - ze vormden een 'dependance' van de grote school aan de andere kant van de stad - heetten trouwens geen voorbode meer van een nog te bouwen echte school: ze waren de echte school. Tot ze op een gedenkwaardige avond in brand vlogen).

Wat ik toen nooit bij stilstond, was dat die noodgebouwen eerst waren gebouwd, door bouwbedrijven. Wat mij betreft hadden ze er altijd gestaan, duurde het tijdelijke gewoon eeuwig. Wat ik me helemaal niet had kunnen voorstellen, was dat die bouwers soms reclame maakten voor hun werk. Met ansichtkaarten bijvoorbeeld. Daar kwam ik laatst pas achter. Dit vond ik achterop bovenstaande kaart:


(klik om te vergroten)

Dat geeft inderdaad te denken. Ik heb mijn eerste kleuterjaar dus fijn en plezierig doorgebracht in een 'modul-school', in elkaar gezet in wie weet hoe weinig dagen. Zou de Salon en Wagenbouw bv S+W (voorheen vervaardiger van woonwagens?) ook mijn lokaaltje hebben gebouwd?

In mijn tweede kleuterjaar ging ik naar de lagere school waar ik tot en met de zesde klas zou blijven: De Gong. Dit was de protestant-christelijke basisschool. Er waren in ons stukje van de wijk nog een katholieke basisschool, De Wingerd, en een openbare basisschool, De Bongerd. Waar ze die pastorale namen vandaan haalden, ik zou het niet weten. Achteraf gezien vormden deze scholen extreem eenvormige gemeenschapjes. De kinderen waren bijna allemaal blank (ik kan me in zes jaar lagere school twee Surinaamse klasgenoten herinneren), ze hadden geen gescheiden ouders (die kan ik me tenminste niet herinneren), en dat er kinderen van homostellen zouden bestaan was ondenkbaar.

De kinderen van De Bongerd waren klieren en die van De Wingerd waren niet te vertrouwen. De verzuiling was nog in volle gang (en is dat in het onderwijs nog steeds).

Die basisscholen zagen er precies hetzelfde uit, namelijk als noodgebouwtjes:

(klik om te vergroten)

Dit is in Hendrik Ido Ambacht, maar het idee is duidelijk. De dunne prefab-wandjes zijn veranderd in baksteen, maar verder is er weinig verschil met de bouwsels van S+W. Een pleintje in het midden met hinkelspeltegels en klaar ben je.
In Krabbendijke had je 'De Hinkelinge' en de 'Rehoboth school':
(klik om te vergroten)

Hoe herken je op deze foto trouwens de nieuwbouwwijk? Aan dat boompje dat door een paal wordt gestut. Net geplant, nog te jong om op eigen wortels te staan. Mijn hele wijk bestond uit zulke sprieten die met een band van een of andere vezel verbonden was met een groen uitgeslagen paal. Bij dit bejaardenhuis in De Meern zie je nog een mooi exemplaar:


(klik om te vergroten)

Hierop trouwens nog meer parafernalia van de nieuwbouwwijk: de bankjes van doorgezaagde boomstammen, de latjesprullenbak en niet te vergeten de witte bol-lantaarn. Die kwam in verschillende versies; in Noordwijkerhout bijvoorbeeld met drie bollen aan één paal:


(klik om te vergroten)

En daar komt weer een herinnering boven. Op onze wandeling naar school deed ik met een vriendje altijd een spelletje nieuwste nummerborden spotten. Die bestonden in die tijd uit twee letters, twee cijfers en dan weer twee letters. Hoe verderop in het alfabet de eerste twee letters, hoe nieuwer de auto. En daarom weet ik dat die blauwe auto met het gele nummerbord dat met HT begint (geloof ik), zo ongeveer uit 1981 moet stammen.

Thursday, November 22, 2007

Voetballen in het verzorgingstehuis

In de jaren tachtig lag mijn oma op een zaal in een 'verzorgingstehuis'. Elke zondagmiddag gingen we met het hele gezin op bezoek. Bij mooi weer maakten we een wandeling in de tuin.


(klik om te vergroten)

Nee, niet in Spierdijk, niet bij bejaardencentrum ' 't Oeverland'. Maar ik moest wel aan de zondagse wandelingen denken toen ik deze kaart vond. Het gazon, het paadje met de paaltjes, die lage lampen, de dunne boompjes en natuurlijk, helemaal links, de oranje zonweringen, zo was het bij ons in Apeldoorn ook. Mijn broer en ik rennen over het gras, mijn moeder duwt de rolstoel van mijn oma, mijn vader slentert mee.

Zou mijn oma voor zeg haar vijftigste ooit rekening hebben gehouden met de mogelijkheid dat ze in een bejaardentehuis, en daarna in een verzorgingstehuis terecht zou komen? Hoe zag voor een meisje uit het begin van de eeuw, zoals op deze kaart...


(klik om te vergroten)

... of op deze...


(klik om te vergroten)

... de verre toekomst eruit?

Misschien droomde mijn oma wel eens van een lommerrijk 'rusthuis', zoals dat toen nog heette:


(klik om te vergroten)

Met balkons, een serre en een tuin met schaduw (en paaltjes langs het pad): het 'Zusterhulp's Rusthuis 'Moria' Nunspeet'. Misschien had mijn oma daar wel heen gewild - ze groeide niet eens zo ver van Nunspeet op.

Het liep anders. Naarmate ze ouder werd, werden de rusthuizen ook ouder, tot ze tenslotte verdwenen. In plaats daarvan dook, ergens in de jaren vijftig, zestig, dit op:


(klik om te vergroten)

Het ziet er door het zwartwit erger uit dan het waarschijnlijk is, Huize Solwerd te Appingedam, Afdeling D. en E. (op een helaas ongeadresseerde kaart, dus zonder jaartal). Er is een vijver, een paadje, dunne bomen en veel glas met mooi uitzicht vanaf de woonunits op de begane grond. Maar lommerrijk is het niet. Zou die flat daarachter voor de minder bedeelden zijn? En hoe gaan de slechten ter been die brandtrap afkomen?

Op de kaart van het 'Ouden van dagen centrum Zwanenburg' is de overgang naar de moderne tijd mooi te zien aan de man die het gras maait: hij gaat nog gekleed als een boer, compleet met pet en bretels. Maar de akkers zijn verdwenen:


(klik om te vergroten)

In Goes werd een 'rusthuis' gebouwd dat eigenlijk al een bejaardentehuis was:


(klik om te vergroten)

Overal ontstond hetzelfde: appartementjes, een galerij, tuinmeubilair voor de deur. Met minieme variaties. Zie hoe hier de loslopende bejaarden met een hekje naar het zebrapad werden geleid.

Huize Engelenberg in IJsselmuiden, tenslotte, zocht de afwisseling in een speels balkonpatroon en bloemen langs het gras:


(klik om te vergroten)

Deze kaart werd verstuurd op 2 augustus 1970 door 'oma uit IJsselmuiden': 'Lieve kinderen en lieve kleindochter Heleen. Hartelijk dank lieve Heleen voor je kaart uit Napels. Wel wel wat een vacantie, hè, maar ik zou toch niet graag in zoo'n gevaarlijke omgeving willen wonen. Je moet zoo'n uitbarsting eens meemaken. Ik wens jullie verder een heel prettige vacantie toe en dan maar weer tot ziens hè. Ik ben blij door dit bericht van Heleen te weten dat het goed is met jullie. En geniet maar zo vaak als je kunt van 't goede leven! [?] en Nel en de kinderen zijn ook pas van twee weken vacantie aan de Rijn bij Keulen weer thuis. Nellie's vader is vandaag weer naar huis mogen gaan, maar loopt ook op krukken. Ik zie mezelf ook al op krukken of in een wagentje, 't gaat niet vooruit met me. Kan haast niet lopen. Enfin, Profiteer van het leven, lieve kinderen. Tot ziens, hè, en veel liefs van oma uit IJsselmuiden.'

De Rijn bij Keulen doet me weer aan mijn oma denken. Soms was ze weg. Dan was ze op vakantie met de Henri Dunant, het 'hospitaalschip' van het Rode Kruis. Zo zag ie eruit:


(klik om te vergroten)

'Lengte 64,65 meter, breedte 8,20' staat trots ter info achterop deze kaart. Verstuurd zonder verder bericht door 'Afzender S. Capier, roodekruisschip zaal 2'. Hoe zag die boot er eigenlijk van binnen uit, wat beleefde mijn oma daar, wat ze zag in haar bed en in haar rolstoel allemaal? Ik had er toen als kind, moet ik bekennen, geen belangstelling voor. Maar laatst vond ik deze kaart van zaal 4. Ik werd er niet vrolijk van, die 8,20 meter breedte was wel een beetje smal:


(klik om te vergroten)

De slaapzaal van mijn oma was in mijn herinnering toch iets ruimer. Wij bleven er nooit lang. Als het geen mooi weer was, namen we de lift naar de receptie...


(klik om te vergroten)

... waarna we de aula betraden. Maar ik kan me die niet goed meer herinneren, want mijn broer en ik gingen altijd met een rubber balletje op de gang voetballen (tot we het bordje 'nooduitgang' doormidden trapten). Was het nou zo'n zaal met hoge ramen, zoals in De Wulverhorst in Oudewater...


(klik om te vergroten)

... of met rondhoekige lampen, zoals in De Bannehof in Gorinchem...



... of toch, zoals in De Wielborgh in Dordrecht, met een bakstenen muurtje?

Thursday, October 25, 2007

Als oma in de spiegel kijkt


(klik om te vergroten)

We vergeten het nog wel eens, maar in de jaren zeventig droegen veel autochtone Nederlanders nog hoofddoekjes. Zo'n doek had in mijn herinnering vaak een bloemetjespatroon, werd strak onder de kin gebonden en liep in de nek uit in een punt - precies zoals bij de vrouw op deze ansichtkaart. Het was een regenkap, een paraplu voor op je hoofd. Je zag er vooral oude vrouwtjes mee, omaatjes, het was toen al iets wat uit een ver verleden stamde, een gewoonte van een vorige generatie. Niet iets waarvan jonge vrouwen dachten: dat ga ik later ook dragen.

Maar nu vraag ik me af: als je teruggaat 'in de tijd', naar de jaren dertig waarin die bejaarden jong waren, dan was zo'n regenhoofddoek misschien wel hartstikke hip. Wat zag mijn oma, die ik er altijd erg ouderwets vond uitzien, als ze in de spiegel keek voordat ze op een regenachtige dag de deur uit ging? Een hardwerkende huisvrouw die haar haren droog moest houden om er netjes uit te kunnen blijven zien? Of zag ze ook een echo van een mooie jonge vrouw van voor de oorlog? Een filmster, een allang vergeten model uit een of ander tijdschrift...

Een jonge vrouw zag nog een generatie eerder, rond 1900, het liefst een statige oudere vrouw in de spiegel. Als ik de Oostenrijkse schrijver Stephan Zweig (1881-1942) mag geloven tenminste. Die haalt in 1942 in zijn memoires, 'De wereld van gisteren', zijn jeugd in Wenen terug. Jong zijn was toen verdacht, jongeren waren wispelturig en dus onbetrouwbaar. 'Jeugd werd voor elke carriere een belemmering, ouder zijn een voordeel.' De jongeren probeerden er daarom zo oud mogelijk uit te zien: 'De kranten adverteerden met middelen om de baardgroei te versnellen, jonge artsen van vier- of vijfentwintig, die net hun studie hadden voltooid, droegen imposante baarden en zetten, ook als hun ogen het helemaal niet nodig hadden, een gouden bril op, alleen om bij hun eerste patienten de indruk van ervaring te wekken. Je schafte je een lange mantel aan en streefde naar een bedaarde gang en zo mogelijk een klein embonpoint, om deze nastrevenswaardige volwassenheid te laten zien'.

Toen ik dit las, wist ik wat me zo intrigeerde aan die kaart van drie zo ernstig kijkende jonge mannen, ik denk broers, uit het begin van de twintigste eeuw. Ze zien er zo oud uit:


(klik om te vergroten)

Moderne ouderen kleden zich niet naar de mode van hun jeugd, noch naar de mode van hun ouders. Ze dragen spijkerbroeken van de H&M. Ik moet denken aan de laatste foto's van de 81-jarige Jan Wolkers in zijn blauwe trainingsjack met 'Italia' erop in grote witte letters. Ultracool, een voorbeeld voor zijn generatie. Er is geen verschil meer tussen jong en oud, iedereen is 25. De ouderdom is afgeschaft.

De vrouw op de kaart vond zichzelf waarschijnlijk een sexy ding: zie hoe die regenjas haar blote benen vrijlaat en een korte rok suggereert, zie haar open schoenen, zie hoe ze die handtas niet van haar arm laat hangen maar koket vasthoudt. Zomaar op straat, ergens in de jaren zeventig, op een winderige dag, bij de ingang van het overdekte winkelcentrum 'Sterrenburg' te Dordrecht: Grace Kelly.

Wednesday, October 17, 2007

Janek, de man met de koffer


(klik om te vergroten)

In Ljubljana, Slovenië, vond ik op een antiekmarktje langs de rivier deze fotokaart. Een man met een koffer. Hij kijkt ernstig de camera in. Zijn kleren zitten piekfijn, de hoed mooi recht, de strik op zijn plek, de leren jas als gegoten om zijn ietwat gezette lichaam, handschoenen aan, gepoetste schoenen met slobkousen: hij heeft duidelijk zijn best gedaan om als een echte heer over te komen. Enige minpuntje: zijn linker broekspijp (rechts op de foto) zit te hoog, de pijp lijkt zelfs omgeslagen. Waarom? Vond de fotograaf dat mooier? Of heeft ie dit detail over het hoofd gezien?
Achterop staat: 'Zür angenehmen Erinnerung auf deiner Janek, Maribor 21/III, 1932'. Verder geen adres, geen postzegel. Slecht Duits, dat zur met trema, Erinnerung auf in plaats van an. Waar kwam Janek vandaan? Uit Slovenië of ergens anders uit het voormalige Habsburgse rijk? Janek is zo'n naam die je in dat hele gebied tegenkomt, er valt niks over te zeggen. Maar waarom die boodschap in het Duits, als dat niet zijn moedertaal is?

Een handelsreiziger, dacht ik meteen. Die nette kleren: deze man moet representatief overkomen. Die jas en die handschoenen: hij is veel onderweg, zijn werk speelt zich voor een groot deel buiten af. Die koffer: daarin zit zijn handelswaar (maar wat?), en die moet makkelijk mee te nemen zijn.
Deze man wilde met deze fotokaart duidelijk laten zien wat hij deed. En misschien ook: hoe goed hij het had. Het is de tijd van de crisis, veel mensen zijn werkloos, maar Janek had een baan, hij was een geslaagde burger, hij kon zijn familie onderhouden.
Hij heeft hem laten maken in Fotoatelier Korner in Vincovci, zo valt te lezen op het stempel rechtsonder. Vincovci is een plaats in Kroatië. Het is de plek waar de trein stopt in Agatha Christies 'Murder on the Orient Express' (1934), vlak voor de moord. Was deze handelsreiziger (als hij dat inderdaad was; hij ziet er ook wel een beetje uit als een huurmoordenaar, met dat vage koffertje, die gehandschoende hand half in de jaszak, die ernstige blik ) ook met de Orient Express gekomen?
Voor wie was de foto bestemd? Voor zijn vrouw thuis? Dat dacht ik eerst. 'Zür angenehmen Erinnerung an deiner Janek' - om zich Janek voor de geest te halen terwijl hij ver weg in Maribor, een stadje in Slovenië, de kost wint. Maar toen dacht ik: adres noch postzegel, Duits terwijl dat waarschijnlijk niet zijn eerste taal was - heeft hij deze foto misschien rechtstreeks aan iemand overhandigd? Ergens onderweg, in een hotel of een cafe bijvoorbeeld? Zijn minnares? Een Sloveense met wie hij Duits sprak omdat hij zelf uit een ander land kwam? Ontmoet op doorreis in Maribor, maart 1932.
Die Janek, ziet er toch zo netjes burgerlijk uit.

En nu vermoed ik ook: die minnares moet de kaart jarenlang hebben bewaard, anders was ie niet, meer dan zeventig jaar later, opgedoken op een antiekmarkt in Ljubljana. Misschien is ze nog maar een paar jaar geleden, op hoge leeftijd, gestorven. Zou ze altijd van Janek, de man met de koffer, zijn blijven dromen?