Gevonden voorwerpen: 05/2007

Tuesday, May 22, 2007

Het fietsenlangshetkanaalgevoel

Op de weg langs het kanaal was het altijd rustig. De bomen ruisten, het water kabbelde, eenden kwaakten. Je moest wel uitkijken voor die paar auto's en vrachtwagens die voorbij reden, want voor je het wist gleed je die brede sloot in. Een fietspad was er niet. Het kanaal was niet meer in gebruik – mijn ouders vertelden dat er tot in de jaren zestig nog schepen vracht hadden aan- en afgevoerd, maar dat de ophaalbruggen nu niet eens meer open konden. Af en toe zag je een visser. Aan de andere kant van de weg stonden lage gebouwtjes omringd door parkeerterreintjes. Daar was het ook stil, op het wapperen van een vlag na. Op die vlag stond een logo, maar wat ze in de bedrijven deden was onduidelijk. Het interesseerde me ook niet, ik reed er langs op weg naar school of terug naar huis en was met mijn gedachten ergens anders, of in gesprek met een meefietsende klasgenoot. Toch kan ik het me het gevoel van die plek nog goed herinneren: middelbare school, jaren tachtig, langs een kanaal fietsen. Ik zag deze kaart op internet en was terug (de veel te oude auto's zag ik pas later).


(klik om te vergroten)

Het is niet eens het kanaal in Apeldoorn, woonplaats van mijn jeugd, maar een water in Nieuw-Vennep. Dat gebouw, staat achterop, is van de 'Vicon-fabriek'. Ik heb het opgezocht op internet, en het is inderdaad een bedrijf waarvoor ik geen belangstelling zou hebben gehad: Vicon (Vissers Constructie Nieuw-Vennep) is een landbouwmachinefabriek die in 1910 werd opgericht door agrarisch ondernemer Herbert Visser. Na de Tweede Wereldoorlog 'ontwikkelde het bedrijf zich tot machinefabrikant met een wereldwijde reputatie door de ontwikkeling van de Vicon pootmachine, de grond aangedreven hark en de Vicon pendelstrooier.' Aldus de website. Later volgden meer ontwikkelingen (het maakt nu deel uit van de Kverneland Group Benelux en je kunt er o.a. schudders en rondebalenpersers kopen, en ze sturen strooitabellen naar je mobiele telefoon), en ik geloof dat de fabriek in Nieuw-Vennep niet meer bestaat. Er zullen daar nu wel appartementen staan, zoals ook in Apeldoorn de bedrijfjes langs het kanaal langzaam maar zeker plaatsmaken voor hoge appartementencomplexen met uitzicht.
Op de achterkant van de kaart staat nog een berichtje: 'Von einer Hollandfahrt wünschen wir Euch alles Gute, fam. Werner Bakker', verzonden aan een familie in de DDR. Waarom zou iemand deze saaie kaart naar de DDR willen sturen, als bewijs van een reis door Holland? Staan er alleen in Nederland gebouwtjes langs het kanaal? Of wilde iemand troostend zeggen: kijk, Nederland ziet er net zo saai uit als Oost-Duitsland.

P.s. En dit zag ik in Apeldoorn, op 12 juni 2007, een paar weken na het schrijven van deze blog:


(klik om te vergroten)

Monday, May 14, 2007

Een witte vlek op een hoofd

Ik ben gefascineerd door vage foto's van groepjes totaal onherkenbare mensen. Je kunt er zoveel vragen bij stellen. Zoals bij dit mysterieuze beeld. De gezichten van deze jongens aan de waterkant zijn niet te ontwaren, de afdruk is te donker, ze zitten te ver weg (klik op de foto voor een vergroting). Wat doen ze daar met z'n allen? Die twee vooraan lijken een beetje naar het water te staren, eentje zit er te vissen, in de verte rechts staat iemand in het water. Het zijn er zoveel - alsof alle jongens van het stadje aan de haven op deze warme vooravond (dat leid ik af aan het lage licht op de ontblote bovenlijven) met zijn allen op de pier verkoeling zijn gaan zoeken. Of wachten ze ergens op? Een schip dat aankomt? Het schip waarop de fotograaf zit? Maar zit de fotograaf wel op een schip? En zo ja, waarom lijken de jongens dan helemaal niet te reageren op zijn aanwezigheid? Ik hoor bijna het water klotsen, dat lome, onregelmatige gespat tegen het hout en de keien van de kade, de zon die brandt. Wanneer is deze foto - die ik op een marktje vond, zonder enige tekst achterop - gemaakt, en waar zou dit zijn? De jongen links vooraan lijkt een witte tulband te dragen, de huiden lijken donker. Zuid-Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten, misschien rond de Indische Oceaan? Op de achtergrond begint een hoge heuvel, rechts aan het water staat een soort fort met een toren. Een oud-koloniale nederzetting? Dit lijkt me het soort haventje dat nog wel bestaat, ergens, hoewel nu misschien in de vorm van een resort, de hutjes op de heuvel vervangen door deeltijdflats met uitzicht. Misschien dat ik het ooit nog tegenkom op een reis. Dan maak ik meteen een nieuwe foto.


De plek op deze foto is veel moeilijker te herkennen (klik erop en je ziet meer). Een bos, dat is zo ongeveer alles wat je er over kunt zeggen. Als je er nu zou kunnen kijken, zouden de bomen waarschijnlijk weg zijn (het modderpad vervangen door een snelweg of zo), of veel dikker dan toen. Wat gebeurt hier? Een karavaan soldaten passeert, of waarschijnlijker: komt net aan op een open plek (links achteraan zie je iemand tegen een boom zitten - klik op te foto om de grote versie te zien). Een foto uit de Eerste Wereldoorlog? Ook hier geen aanwijzing achterop. Maar paarden en wagens, modder, Europees uitziende soldaten, waarvan die ene in het midden met een wit verband om zijn hoofd - de kans is groot. Zouden ze op doortocht zijn van het ene naar het andere front, of is dit een gewondentransport? Ze zijn zich zeer bewust van de camera - die man op het paard kijkt recht in de lens. Verstoord, geïnteresseerd, betrapt? Het is niet op te maken. Te donker afgedrukt, te ver weg. Hoewel je hier meer dan op de vorige foto contouren van individuen ziet. Zoals de man met het verband op zijn hoofd:



Hij kijkt ook in de camera (klik weer voor een vergroting). En zo uitvergroot kun je zien dat hij zijn hoed in zijn rechterhand houdt. Is dat trouwens wel een verband? Het lijkt nu ook wel op een lichtvlek op een kaal hoofd. Dat gezicht komt me trouwens bekend voor - die snor, die norse blik, en dan die arm in zijn zij: dat zou zo Hitler kunnen zijn. Dat zou maf zijn, een snapshot van de jonge Adolf H. Hij heeft in de Eerste Wereldoorlog gevochten, dus het zou kunnen. Nee, hij was volgens mij kleiner. Zou deze man de oorlog hebben overleefd? En zo ja, wat zou hij daarna gedaan hebben? Bij welk leger hoorde hij trouwens? En wat is er van dat witte paard geworden achter hem? Dat zou ik wel eens willen weten, maar ik heb het vermoeden dat ik er nooit achter ga komen.


Een laatste groepsfoto, nu op een plein genomen. Een menigte luistert naar een redenaar.



(klik om te vergroten)

Deze fotokaart, alweer zonder enige toelichting achterop, vond ik op een antiekmarktje in Ljubljana, hoofdstad van Slovenië. Grote kans dus dat dit ergens in Joegoslavië is geweest, de tekst op het bord linksachter klinkt voor zover leesbaar trouwens ook behoorlijk slavisch. Een kenner kan waarschijnlijk uit de donkere pakken en witte petten van de soldaten vooraan opmaken welk leger dit is. Ik doe een gok: het Oostenrijks-Hongaarse, omdat ze er zo netjes uitzien en omdat die aan het begin van de twintigste eeuw nog in deze contreien zat. Roept de gebarende man in het midden op tot de strijd, houdt hij een politieke speech, dreigt hij het opstandige volk met repressailles? Hij moet van links zijn gekomen, door de opening die de rij soldaten voor hem gemaakt heeft. Het publiek, soldaten en dorpelingen, lijkt geïnteresseerd te luisteren, mensen staan zelfs in de deuropeningen in het straatje achteraan. Op verschillende plekken zijn archetypische Balkan-figuren te ontwaren: zwart hesje over wit shirt, donkere druipsnor, fez-achtige pet zonder klep op het hoofd - nog een aanwijzing dat we hier in Zuid-Oost Europa zijn. Ook dit pleintje zou terug te vinden moeten zijn, als het nog bestaat - op de Balkan is dat niet echt zeker.

Op deze foto zijn ook nauwelijks individuen te onderscheiden. Maar kijk eens linksonder, naar die strepen achter de man in het witte uniform:


(klik om sterk te vergroten)

Dat is een vingerafdruk. Iemand, wie weet de fotograaf zelf, heeft tijdens het ontwikkelen het fotopapier aangeraakt en zo op deze foto van een anonieme menigte zijn meest individuele kenmerk vereeuwigd. Heel even zet ik nu mijn bezwaren tegen inbreuken op de privacy opzij: hadden ze in pakweg 1914 in Slovenië en omstreken maar vingerafdrukken genomen van alle burgers en goed bewaard. Dan had ik nu het verhaal kunnen achterhalen van een willekeurig mens die een klein spoor in mijn leven heeft achtergelaten.

Wednesday, May 02, 2007

De brand op de expo van 1910

Welkom op de wereldtentoonstelling van 1910 in Brussel.


(klik om te vergroten)

Dit was het eerste wat de bezoekers zagen als ze door de toegangspoort waren: ruime wandelpaden, beelden van mythologische gebeurtenissen, sierlijke lantarenpalen, keurig bijgehouden grasperken met daarin verwerkt allerlei wapens (Waarvan? Vlaanderen, Wallonie, steden, ik kan het niet zien), een waterpartij, ruisend water. En daarachter de brede facade van het Belgische paviljoen, trots van de expositie, wapperende vlaggen van de landen van de wereld strak in het gelid op het dak.

Een klassieke entree. Terwijl daarachter toch zoveel ongewoons te zien was. Wonderen van ver bijvoorbeeld, zoals een nagebouwd Senegalees dorp, naast het Apenparadijs. Een stelletje weet op deze dag nog niet waar het naar binnen zal gaan, terwijl een man de paden harkt.


(klik weer om te vergroten)

En daar zijn de wonderen van natuur en techniek, om je aan te vergapen. Een gigantische boom, echte couveusebabies!


(klik nog een keer om te vergroten)

Zoveel te zien, zoveel om over naar huis te schrijven. Van de expo 1910 zijn naar schatting minstens drieduizend verschillende ansichtkaarten gemaakt, verzamelaarsobjecten inmiddels - ik vond een heel stapeltje op het Waterlooplein (en kijk eens op de site van een verwoede Belgische collectionneur: http://users.telenet.be/expo1910/expofirst.html?htm/fire.html). Ze tonen een wereld die wijds, kleurrijk, nieuw wil zijn. Het is vier jaar voor de Eerste Wereldoorlog, de twintigste eeuw herbergt nog allerlei beloftes.

Toch slaat in Brussel ook al een noodlotje toe: de boel vliegt in de fik. Op de avond van 14 augustus gaan onder meer de Britse, Franse en Italiaanse secties in vlammen op. Ook de dierentuin gaat eraan; men laat de wilde dieren liever omkomen dan ze vrij te laten, en alleen de olifant overleeft het vuur. De brand begint in het postkantoor naast het Belgische paviljoen. Van de trotse facade blijft weinig meer dan een geraamte over, de gesponsorde stoeltjes voor de bezoekers blijven leeg achter. Maar in de niet-getroffen delen ging de tentoonstelling gewoon door, en de ansichtkaartenmakers zagen meteen een nieuw, modern onderwerp: vernietiging.