Gevonden voorwerpen: 03/2006

Friday, March 31, 2006

Post van de dictator

Post is het ideale middel om te laten zien wie er de baas is. Mensen laten elke dag wel enveloppen en pakketjes door hun handen gaan. Vrijwel ongemerkt glijdt hun blik dan even over de postzegels. En wie zien ze daar: de koningin, de president, de dictator.
Een paar jaar geleden was ik in Libië. Daar kon je in kleine winkeltjes naar postzegels vragen en dan kwam de verkoper op de proppen met vellen vol prachtige afbeeldingen. Ware kunstwerkjes: hele schilderijen ontvouwden zich over meerdere postzegels. Zonde om ze uit te scheuren. Held op al die platen: kolonel Khadaffi.

(klik op de plaatjes om te vergroten)



Deze is in 1983 gemaakt ter ere van de 14e verjaardag van de revolutie van 1 september. Khadaffi omringd door zijn vrouwelijke lijfwacht. Hij deelt diploma's uit. Op de achtergrond een Russische Katusha-raketwerper. Prachtig, huiveringwekkend.
In april 1986 liet president Reagan Libië bombarderen, waarbij een dochtertje van Khadaffi omkwam. Vereeuwigd op een postzegelvel:



Zie trouwens dat het vliegtuig neerstort alsof het is neergeschoten door de Libische luchtafweer; is dus nooit gebeurd.

Vorig jaar was ik in Wit-Rusland, het benauwende dictatuurtje dat de inwoners momenteel proberen omver te werpen. In Wit-Rusland pronkt president Lukasjenko op enveloppen met de zogenaamde prachtige geschiedenis van het land: de bevrijding in 1945 door de communisten, de stichting van de Sovjet-republiek Wit-Rusland. Op alle enveloppen herinnert Lukasjenko eraan dat wat hem betreft de sovjet-unie nooit is opgeheven.

Saturday, March 11, 2006

van de achtertuin naar de oorlog

Een jonge soldaat laat zich fotograferen voor hij naar het front vertrekt:


(klik om te vergroten)

Dat stel ik me tenminste voor bij deze (onbeschreven) fotokaart uit de tijd rond de Eerste Wereldoorlog. Kijk naar zijn gezicht: vol zelfvertrouwen kijkt deze jongen naar de verte. Zijn haar is netjes geknipt, zijn kin gladgeschoren, zijn huid weet niet wat een rimpel is. Zijn uniform zit ook piekfijn, wie weet heeft zijn moeder het gestreken. Als je goed kijkt zie je aan zijn linkerkant een soort tres hangen en rechts zijn pet. Die tuin: de achtertuin van zijn rijke ouders?
In zijn ene hand houdt hij een sigaretje, in de andere iets onduidelijks. Een pasje, een soort sigarettenpakje? Met die sigaret lijkt hij te zeggen: kijk, ik ben een man, ik rook, ik kan mij later zo bij op de herensociëteit vervoegen. Eerst nog even een oorlogje voeren.

Deze man heeft oorlog gevoerd:



Wat kijkt hij vermoeid. En niet meer in de verte, maar onverschillig, uitdrukkingsloos recht in de camera. Zijn uniform is geen pronkstuk meer. Hij heeft er twee jassen overheen geslagen, een witte bontjas en een zwarte overjas, ik neem aan tegen de kou en de regen die hem in de loopgraven teisteren. Op zijn pet zit een grote stofbril, wie weet tegen de voortdurend opspattende modder. Je ziet die brillen trouwens nog altijd op foto's van Amerikaanse soldaten in Irak.
Staat hij binnen of buiten? Bij een schuur of een huis? Waar, ergens in Frankrijk? Bij welk leger hoorde hij? Helaas ook op deze kaart geen bericht.
Waarom heeft deze soldaat een foto van zichzelf laten nemen?
Ook in zijn hand een sigaretje. Niet om te laten zien dat hij een man is, daar heeft hij inmiddels geen rookwaar meer voor nodig. Die sigaret is misschien wel zijn laatste houvast, zijn enige pleziertje.
Deze man neemt afscheid van de herensociëteit, en van het huis van zijn ouders.